Mixed Messages (NED)

Thursday, April 24th, 2008

Mixed Messages (15-04-2008 t/m 14-09-2008)

Mixed Messages toont zeven kunstwerken uit de collectie van het Van Abbemuseum voorzien van documentaire informatie. Zo wordt het mogelijk om de betekenis van het kunstwerk opnieuw te overdenken – als uitkomst van sociale, politieke en economische factoren. Mixed Messages is te beschouwen als een (re)constructie, waarmee afstand wordt genomen van de autonomie van de kunst, los van de bestaande orde.

Foto: Peter Cox

 

‘Over moreele normen’

In het licht van de economische en politieke spanningen van de jaren dertig was de Nederlandse overheid zeer beducht voor kunstwerken met een ‘zedekwetsenden aard’. Zo werden op instigatie van burgemeester Verdijk in 1938 vijf naakten van Kees van Dongen uit diens solotentoonstelling in het Van Abbemuseum verwijderd. Al in 1936 had directeur Visser geweigerd om een naakt van Leo Gestel tentoon te stellen: ‘Waar hier een der voorwaarden is ter tegemoetkoming aan het publiek en aan de geaardheid van het land, dat schilderijen met naakt die ook maar enigszins aanstoot zouden kunnen geven in de oogen van de bevolking, moesten worden geweerd, is zulks om deze reden geschied.’

Foto: Peter Cox

Consequent was men in Eindhoven echter niet want naakten van Jan Sluijters en Constant Permeke waren wél toegestaan. Vissers nota ‘Over de moreele normen bij het tentoonstellen van kunstvoorwerpen in het Stedelijk Van Abbe museum’ (1937) was bedoeld als richtlijn. Enig effect lijkt de nota evenwel niet te hebben gehad.
Het nu zo onschuldig ogende naakt van Sluijters kan geplaatst worden in een discussie over de rol van de overheid en musea als zedenmeester, die tot het einde van de jaren veertig actueel bleef.

Avant-garde versus traditie

Carel Willink behoorde niet tot de favoriete kunstenaars van directeur Edy de Wilde, ondanks het feit dat Willink in 1949 een solotentoonstelling kreeg in het Van Abbemuseum en De Wilde in 1950 ook werk van hem aankocht. In zijn polemische essay De schilderkunst in een kritiek stadium (1950) betitelde Willink zijn eigen modernistische oeuvre als een jeugdzonde en zijn geloof in de abstracte kunst als een overwonnen standpunt. Willink was volgens De Wilde teruggekeerd tot de ‘zakelijke weergave der dingen’ en ‘aarts-reactionair’ in zijn standpunten ten aanzien van de onontkoombare logica van de avant-gardistische ontwikkelingen.

Foto: Peter Cox

Stadsgezicht kan model staan voor de naoorlogse strijd tussen avant-garde en traditie die in het kielzog van de Koude Oorlog in de jaren vijftig hevig zou oplaaien. De avant-gardistische abstractie belichaamde de vrijheid en de overwinning op het fascisme dat een gedirigeerde kunst voorstond. De voorstanders van de figuratie – waar de criticus J.M. Prange als vaandeldrager fungeerde – waren daarentegen van mening dat de voornamelijk door linkse sympathisanten beoefende moderne kunst het communisme in de kaart speelde en bijdroeg aan de culturele verwarring in het westen.

Magie rond de ‘Salonfähige uitbater van het erge’

Grote kunstenaars creëren mythen rond zichzelf of hebben het vermogen anderen te motiveren dit voor hen te doen. De ontvangst van het werk van Francis Bacon is hier door gekleurd. De opvatting dat de persoon en het werk op bepaalde momenten samenvallen heeft in de loop van Bacons carrière een steeds sterkere nadruk gekregen met als culminatiepunt de speelfilm Love is the Devil (1998) van John Maybury. Bij bijna geen andere kunstenaar lopen leven en werk door elkaar en worden pikante details over zijn leven worden met graagte door biografen en recensenten aangehaald. Bacon zelf weigerde in te gaan op de interpretatie van zijn schilderijen en na 1962 verbood hij zelfs interpretatieve commentaren in catalogi. Er viel volgens hem niets te verklaren.

Foto: Peter Cox

‘Fragment of a Crucifixion’ en de receptie van Bacons werk geven aanleiding om na te denken over interpretatie, biografie en autonomie. Zijn de schilderijen exemplarisch voor zijn gemoedstoestand of in verband te brengen met opvattingen over identiteit en het mannelijk lichaam? Staan ze voor een naoorlogs wereldbeeld, waarin de mechanisering van de menselijke omgang doorklinkt of ontneemt die thematiek ons het zicht op een ‘gemakzuchtig’ schilder?

‘Disappearing for ever from human memory’

Braco Dimitrijević speelt in zijn werk met de conventies van de roem en faam. Vooral de mechanismen die ten grondslag liggen aan roemruchte historische gebeurtenissen stelt hij ter discussie. Doelbewust brengt hij daarbij geschiedenis, kunst en de rol van de kunstenaar met elkaar in conflict. Dimitrijević: ‘There are portraits by great artists of men and women whom we do not need to know, and portraits of great men and women by artists we do not care to know.’

Foto: Peter Cox

Dimitrijević neemt de anonimiteit en het historische proces als vertrekpunt. Hij gelooft dat velen beroemd zijn om de verkeerde reden en dat de roemlozen dat passief en onbedachtzaam accepteren. Deze houding heeft een sturend effect op de mechanismen waarvan de massamedia zich bedienen alsmede op de structuur van de officiële (kunst)geschiedenis: de canon. Hij stelt voor om de ‘fossielen van de dode macht’ te vervangen door de werkelijkheid, waarbij hij de fragiliteit van het individuele leven laat prevaleren. Met zijn anonieme passant levert Dimitrijević dan ook een bijtend commentaar op hen die de normen en waarden van de kunst laten prevaleren boven andere vormen van uitwisseling, zelfs als dat ten koste gaat van de werkelijkheid.

De Amerikaanse droom

Waar het abstract expressionisme tijdens de Koude Oorlog door de Amerikaanse overheid doelbewust werd ingezet als middel om de vrijheidsgedachte te exporteren, bleek de pop art als exportmiddel daarvoor te dubbelzinnig. Het werk van kunstenaars als Robert Indiana is weliswaar typisch Amerikaans in de zin dat het refereert aan de Amerikaanse droom – een collectief ideaalbeeld van een natie, waarin het individu door zijn pioniersgeest zijn leven in eigen hand heeft – maar het verwijst impliciet ook naar de keerzijde van die mythe.

Foto: Peter Cox

Toneelschrijver Edward Albee schreef in 1961 ‘The American Dream’ waarin hij vilein afrekende met de droom. Geïnspireerd hierdoor schilderde Indiana zijn vijfdelige American Dream-serie in een all-American beeldtaal. De tekens die hij hiervoor gebruikte (o.a. verkeersborden en opschriften van flipperkasten en wegrestaurants) duiden op ongebreidelde consumptie, vermaak en mobiliteit – een rijker en gelukkiger leven ligt immers binnen eenieders bereik. ‘The Red Diamond, American Dream #3′ laat zich lezen als een materialistische interpretatie van democratische idealen met economische groei als motor en machtsmiddel.

Uit het Noorden

Vanaf de late jaren zeventig werd door Rudi Fuchs in het Van Abbemuseum de kracht van de Europese traditie benadrukt. In Fuchs’ optiek werd de geografie binnen Europa en het 19e eeuwse denken in ‘mentaliteitsruimtes’ steeds belangrijker. In dat verband werden de begrippen ‘Nordischer Raum’ en ‘Mittelmeerischer Raum’ opnieuw geïntroduceerd: de ruimte van de Middellandse Zee vertegenwoordigt een bewustzijn waarin de orde, de constructie en de vorm voorop staat, terwijl de noordelijke ruimte de irrationele geest en de inhoud representeert.

Foto: Peter Cox

Het belang van de Noord-Europese expressionistische traditie kwam vooral sterk tot uitdrukking in de tentoonstelling ‘Uit het Noorden’ (1984) waar kunstenaars als Edvard Munch, Asger Jorn en Per Kirkeby gedeeltelijk werden losgeweekt uit de ‘hoofdstroom’ van de toonaangevende modernistische ontwikkelingen.
Het werk van Per Kirkeby staat model voor Fuchs’ idee van verplaatsing in fysieke en geestelijke zin met het doel de ‘mainstream’ van het internationalisme te doorbreken.

‘The world is a shithole, aint it’

In Paul McCarthy’s performances komen opvattingen over seksualiteit, schuld en repressie tot uitdrukking, waarmee hij de hypocrisie van burgerlijke normen en waarden aan de kaak stelt. Amerikaanse iconen als het Wilde Westen, Disney en de American Dream spelen daarbij een vitale rol, gemengd met de absurditeit en clichés uit ‘sitcoms’ en Hollywoodfilms. De kracht van McCarthy’s performances ligt in de groteske en theatrale uitvergroting van het leven zelf, waar gestoorde gedragspatronen en menselijke beperkingen een uitweg vinden in infantiele obsessies, machtsmisbruik en excessief psychologisch en seksueel geweld.

Foto: Peter Cox

Family Tyranny en Cultural Soup worden getoond in het licht van cijfers over kindermishandeling in de Verenigde Staten, waar conservatieve groeperingen het concept van familiewaarden veelvuldig aanwenden in hun op religieuze waarden gebaseerde politieke strategie.

Foto’s bibliotheekcatalogus

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)