Varia

Wednesday, May 25th, 2016

Het RKD en het Mauritshuis : voedsel voor de bibliotheek

Het was weer zover. Maanden hebben we er naar uitgekeken, ons jaarlijks educatieve uitje van de bibliotheek. Dit jaar is Den Haag aan de beurt, met als hoogtepunten het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis ( RKD ) en het Mauritshuis.

De ontvangst was allerhartelijkst. Roman Koot verwelkomde ons als gastheer en stelde zijn twee medewerkers aan ons voor die ons deze morgen de geheimen van het RKD zouden helpen ontsluiten : Ramses van Bragt (archivaris) en Rudger (specialist kunstenaarsboeken), gezamenlijk het Team R genoemd.

Het RKD is het grootste kenniscentrum en het centrale steunpunt in de wereld voor de bestudering van de Nederlandse kunst. Daar de Nederlandse kunst niet als een geïsoleerd fenomeen mag worden beschouwd is de internationale context van groot belang. Het RKD beheert belangrijke archief-, documentatie- en bibliotheekcollecties. De studiezalen zijn openbaar en dus voor ieder toegankelijk en men kan de diverse collecties in alle rust raadplegen. Momenteel is het een belangrijk issue om alle gegevens zoveel mogelijk online te kunnen raadplegen. Een immense prestatie gezien omvangrijke dataverzamelingen.

 

Roman Koot vertelt dat het RKD ontstond uit donaties van de verzamelaars Frits Lugt en Cornelis Hofstede de Groot. Daartoe behoorde ook een schenking van een omvangrijke collectie veilingcatalogi, die een goed beeld schetsen van de geschiedenis en waarde van kunstwerken vanaf de Middeleeuwen tot nu. Dit verzamelbeleid wordt nog steeds gecontinueerd. Wat ons opviel was de vergrotende trap van het RKD. De bibliotheek van het Van Abbe is nu ook weer niet zo klein, maar het RKD laat zien dat er wat betreft massaliteit het einde voor ons nog niet in zicht is. Ramses van Bragt is onder andere actief in het verzamelen van archivalia van kunstenaars en daarmee aanverwante kunstinstellingen. Hij toonde ons de collectie van onder andere Kempen en Begeer. Tevens schetste hij met voorbeelden onverwachte vondsten bij schenkingen zoals chromolitho’s en tekeningen van Jan Toorop. Bij de lunch ontstond een discussie over werkwijzen en verschillende visies op behoud en beheer van collecties. Rudger toonde enkele prachtige specima van de verzameling, zoals de collectie kunstenaarsboeken van Art & Project.

 Binnen korte tijd zal het RKD op  zoek moeten naar een andere (tijdelijke) locatie gezien de onvolkomenheden van het huidige gebouw.  

Volledig gesterkt en vol vertrouwen in de toekomst van de wetenschappelijke benadering van de Nederlandse kunst vertrok ons gezelschap naar het centrum van Den Haag om via het Binnenhof het Mauritshuis te bezoeken. De zeventiende eeuw kent zijn verlokkingen en ons gezelschap kon zich weer vergapen aan kunst die nu eens zonder maatschappelijke context geëxposeerd wordt. Schilderkunst in zijn pure vorm! We vergaapten ons aan de fenomenale portretten van Holbein, het verbeelde lijden en de analytisch schilderkunstige genialiteit van Rogier van der Weijden. En aan het overdonderende expressionistische portret van Homerus door Rembrandt, dat geflankeerd werd door een Pollock-achtige veeg van duivenexcrement op het belendende raam, met uitzicht op het Torentje waarin onze premier Mark Rutte presideert. Knap zoals die duif de geniale verfbehandeling van Rembrandt wist aan te vullen!

En toen nog even een drankje en nu moeten we weer een jaar wachten op wat de toekomst ons zal brengen. Het buitenland? Want daar kun je ook veel leren.

Piet

Voor een fotografisch overzicht van deze dag, zie: Bibliotheek van Abbemuseum

 

 

 


 

Thursday, February 18th, 2016

Anna Staritsky, kunstenares tussen beeld en woord

De naam Anna Staritsky geeft een voorproefje van het te verwachten beeld. Bij haar Russisch klinkende naam doemen beelden op van rationele abstracties, van geometrie, van ontkenning van het werkelijke visuele beeld. Malevitsj, Tatlin en Lissitzky  roepen bij velen geen herinneringen op aan elegante beelden. Hun hoekigheid en rationaliteit in het beeldvlak staat ons eerder voor de geest. Zoals Herbert Read, de Engelse kunstfilosoof, het opmerkte, hoe verder je naar het noorden reist, hoe groter de drang tot abstractie wordt, het wordt een reis naar een formele abstractie met een door spiritualiteit gekleurde laag.

Maar dan is daar Anna Staritsky in de bibliotheek van het van Abbemuseum. Zij laat een ander beeld zien van Rusland. Haar werk straalt een elegantie uit die men in het Franse land zou vermoeden. Deze paradox geeft haar werk een extra energie. Misschien is van belang te weten dat Anna Staritsky Russisch van geboorte is , maar in Brussel studeerde en huwde met de schilder Bill Orix, een pseudoniem van de Belgische schilder Guillaume Hoorickx.

De kracht van Anna Staritsky zit in haar werken op papier. Haar voorliefde voor het boek, voor de poëzie, creëerde een brug tussen de visuele wereld van de kunstenaar  en de literatuur.  Daarbij wist ze  een onafhankelijke houding te bewaren te opzichte van het geschreven woord.  Ze was koppig en genoeg overtuigd van haar artistieke mogelijkheden om haar eigen kunst verder te ontwikkelen.  De invloed van anderen, waaronder haar eigen echtgenoot, wees ze nadrukkelijk van de hand.

Anna Staritsky werd in 1908 geboren in Poltava, in Oekraïne.  Ze komt uit een intellectueel milieu. Haar vader was magistraat in Poldava en haar moeder stamt uit een geslacht dat architecten en kunstenaars voorbracht. Na de dood van haar moeder in 1921 woont ze een tijd bij haar oom in Moskou, Vladimir Vernadsky, een van de grondleggers van de geochemie. Reeds als dertienjarige krijgt ze haar eerste lessen in kunst van de dochter van Lev Tolstoj. Als ze veertien is wordt ze naar Frankrijk gezonden om te genezen van haar longziekte.  Uiteindelijk rondt ze haar studie af in Brussel.  Haar jeugd wordt getekend door de verschillende landen waarin ze opgroeit: Oekraïne, Rusland, Bulgarije, Frankrijk en België, wat waarschijnlijk haar artistieke visie losmaakte van haar Oost-Europese identiteit.

De tijd waarin zij opgroeit en haar ontmoeting met het vrije westen moet haar visie op mens en maatschappij vorm hebben gegeven. Dit was de tijd waarin overtuigde revolutionairen zoals Ortega y Gasset het verraad der intellectuelen aanklaagde en hun  bedenkelijke vrijage met de ondemocratische politiek van het communisme veroordeelde. Frankrijk gaf toen schrijvers het voordeel van de twijfel als zij hun voorkeur uitspraken voor het communistisch systeem van Stalin.  Zoals André Gide vanwege zijn  bewondering voor datgene wat  Stalin voor de eenvoudige Rus had gerealiseerd. Een mening die hij later trouwens sterk betreurde. En een persoon als de Nederlandse schrijver Du Perron die onder invloed van André Malraux individualisme als een in de toekomst te verdwijnen mogelijkheid zag en dat in tegenstelling tot Malraux betreurde[1]. Collectiviteit zou het eindstation van de mensheid zijn, individualisme een gepasseerd station. De tijd heeft echter geleerd dat zijn vrees onterecht was.  Individualisme als culturele verworvenheid is de motor geworden bij het verwerven van een eigen persoonlijke  verantwoordelijkheid en mentaliteit.   Anna Staritsky moet deze gedachten tijdens haar jonge jaren in zich opgenomen hebben en uiteindelijk zelf haar conclusies hebben getrokken.

“Een hese stem, een minachtende glimlach.  Een directe blik. Een opzettelijke kracht, verborgen in een magere verschijning”.  Met deze woorden opende  Georges Meurant zijn essay over Anna Staritsky[2].  Meurant die een groot verzamelaar was van haar werk en die veel werk aan de LS collectie schonk[3]. Hij ontmoette Anna toen hij nog een kind was. Een vroeg werk van haar domineerde de werkkamer van zijn vader, een werk waarvan hij zei dat het de Belgische geest van de réalité  fantastique van de vooroorlogse jaren in België in zich droeg.

Elegantie tekent het werk van Anna Staritsky. Elegantie die het literaire werk dat zij ondersteunt een extra energie meegeeft.  De Franse geest van het tachisme[4], het gebaar, de beweging , de emotionele kracht,  domineert al haar werken. Anna Staritsky laat zien dat kunst niet gedetermineerd  is door afkomst en nationale identiteit, maar zich tot een persoonlijk individuele stijl kan ontwikkelen.

Een verfrissende en inspirerende expositie die vooral een aubade is aan de inspirerende band tussen kunstenaar en schrijver. En waar kan dat beter getoond worden dan in de bibliotheek van het van Abbemuseum?

Piet van Bragt



[1] Carel Peeters, De cultuur van de paradox, 2015, pag. pag. 60 e.v

[2] Catalogus Anna Staritsky, works on paper, 2016 Van Abbemuseum, pag. 9

[3] LS Collectie Van Abbemuseum, geschonken door Albert Lemmens en Serge Stommels

[4]Tachisme ,de naam is afgeleid van het Franse tâche, (vlek, smet). Spontane of automatische, in vlekken uitgevoerde schilderkunst. Voorstellingen worden niet bewust opgebouwd maar ontstaan door het spelen met verf.

 

 


 

Friday, September 4th, 2015

Kunstfondsen vragen de Eerste Kamer gelijke behandeling van al het openbaar kunstbezit in de Erfgoedwet

4 sep 2015 

Persbericht 4 augustus 2015 – De Vereniging Rembrandt, het Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds, Fonds 21 en andere (regionale) fondsen wijzen de Eerste Kamer op nog drie wezenlijke juridische en inhoudelijke tekortkomingen in de voorgestelde nieuwe Erfgoedwet.  Dit wetsvoorstel beoogt onder meer het zorgvuldig onttrekken van kunst aan het openbaar kunstbezit. De kunstfondsen pleiten voor een gelijke behandeling van het gehele openbaar kunstbezit en vragen aanpassingen in het wetsvoorstel om zo te voorkomen dat belangrijke  kunstwerken nog steeds uit de Collectie Nederland kunnen verdwijnen. De Eerste Kamer praat binnenkort over de voorgestelde Erfgoedwet en kan via een zogenaamde novelle de nodige verbeteringen bij de minister afdwingen.

De kunstfondsen en de vele andere schenkers die in belangrijke mate aan de Collectie Nederland hebben bijgedragen hechten veel waarde aan een zorgvuldige omgang met de openbare, voor iedereen toegankelijke kunst. Deze kunst is geschonken ten behoeve van het algemeen belang, met de musea als beheerder en de overheid als formele eigenaar. De kunstfondsen maken zich zorgen over de toenemende druk dit openbaar kunstbezit als ‘marktwaar’ te beschouwen; een ontwikkeling die samenhangt met bezuinigingen in de kunstsector. Te meer omdat niet vaststaat dat de publieke eigenaar de opbrengst van een verkoop weer ten goede laat komen aan het openbaar kunstbezit. Om deze redenen is het noodzakelijk een zorgvuldige omgang met dat openbaar kunstbezit ook wettelijk vast te leggen. De fondsen benadrukken dat ontzamelen mogelijk moet zijn, maar alleen na het doorlopen van een te controleren en een voor de gehele collectie gelijkluidende adviesprocedure.

Hoewel het wetsvoorstel op onderdelen door de Tweede Kamer al ten goede is geamendeerd, voorziet het helaas nog niet in garanties voor een zorgvuldige omgang met al het openbare kunstbezit. De fondsen doen een nadrukkelijk beroep op de Eerste Kamer die de mogelijkheid heeft een drietal nog noodzakelijke verbeteringen bij de minister af te dwingen:

De procedure moet voor het gehele openbaar kunstbezit gelijkluidend zijn: Kunst in eigendom van andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de Staat, provincies en gemeenten, (zoals waterschappen en universiteiten) kent met het wetsvoorstel een lichter regime. Zo kunnen universiteiten nu zonder controle hun meesterwerken afstoten. Voor de beschermwaardigheid van de kunst zou echter niet mogen uitmaken wie de eigenaar daarvan is.
Gelijke bescherming voor het hele openbaar kunstbezit: Naar de overtuiging van de fondsen behoren de wettelijke criteria die bepalen wanneer een kunstwerk ‘beschermwaardig’ is, toepasbaar te zijn op het hele openbaar kunstbezit. Nu is lokaal en regionaal belangrijke kunst onbeschermd. Hiermee negeert de overheid de belangen van stedelijke en regionale musea. Als criterium zou moeten gelden de vraag of de kunst een bijzondere plaats inneemt in het geheel van de Collectie Nederland. Het wetsvoorstel neemt dit criterium ten onrechte niet als uitgangspunt.
De Erfgoedwet moet particulieren als schenkers een instrument in handen geven om naleving van de zorgvuldigheidsregels door de overheid als eigenaar te kunnen afdwingen: belanghebbende kunstorganisaties willen op laagdrempelige wijze kunnen worden betrokken bij een (voorgenomen) besluit tot onttrekking van een werk aan het openbaar kunstbezit. Dat kan door tegen zo’n besluit een procedure bij de bestuursrechter open te stellen. Het wetsvoorstel voorziet daarin ten onrechte niet. Van het bestaan van een bestuursrechtelijke procedure gaat een preventieve werking uit. Zo wordt een zorgvuldige afweging in het bepalen van de beschermwaardigheid van kunst door publieke eigenaren geborgd, zodat belanghebbenden van deze ‘noodvoorziening’ niet tot nauwelijks gebruik hoeven te maken. Dit is te meer van belang omdat de beoogde Erfgoedwet anders dan bijvoorbeeld bij de monumentenbescherming geen sancties zet op niet-naleving van de zorgvuldigheidsregels.

 

 


 

Friday, June 5th, 2015

Over een opwindende dag met Jan van Eyck, het Hedge House en de ramen van Jan Dibbets.

Het is elk jaar weer een feest als de bibliotheekbemanning zich een dag buiten het museum in cultuur kan rondwentelen. Dit jaar is het doel drieledig: Maastricht, Wylre en Ransdaal, het warme zuiden.

Allereerst de Jan van Eyck Academie. Prachtig gelegen in het oude en rustieke hart van de stad Maastricht, is de Academie, een bouwkundige mengeling van oud en nieuw. Met als kern een bijzondere tuin. Het gezelschap wordt  verwelkomd met een licht Vlaamse tongval. Dat duidt meteen op het internationale karakter van dit onderwijsinstituut. De bibliotheek is  het doel, want ontspanning is aardig, maar werken staat voorop! De Jan van Eyck Academie heeft een mooie bibliotheek met een behoorlijke collectie boeken en tijdschriften. Daarbij kan de academie bogen op een bevlogen bibliothecaresse, die, vlak voor haar pensioen, nog steeds vergezichten weet voor te toveren. Plannen in extenso alsof het einde van de carrière nooit in zicht komt. Ook zij vertelde te hebben moeten lijden onder de bezuinigingswoede van dit kabinet, die, hoewel het gezag  dat niet hardop zegt, cultuur toch maar bijzaak vindt. Dat betekent dat ook een onderwijsinstituut zoals de Jan van Eyck Academie zwaar getroffen is door de beleidsmaatregelen.  Het aantal studio’s is drastisch verminderd, evenzo het aantal studenten. 

De grafische werkplaats was perfect  met een fantastisch exposé over boekdrukkunst en kunstenaarsboeken.  Na de hout- en metaalwerkplaats verscheen  er een prima lunch. Trouwens, ieder die Maastricht bezoekt is welkom in het restaurant. Een aanrader.

Na een gevaarlijke rit door Maastricht via opgebroken wegen in verband met de aanleg van de tunnel voor de A2, bereiken we Wylre. Het Hedge house!  

Jo Eyck, voormalig leverancier van Sikkens verf, heeft zijn kapitaal besteed aan een fraai kasteel, een tuin en een museum om zijn verzameling te kunnen tonen.  Enige tijd geleden heeft hij Bonnefanten de regie over  het hele complex laten overnemen gezien zijn gevorderde leeftijd.

Zoals in de folder van het Bonnefanten Hedge House staat is hier sprake van een gesamtkunstwerk. Kunst en natuur wordt met elkaar verbonden. Beukenheggen zijn de meest in het oog springende tuinelementen. Vandaar dat Wiel Arets, de architect van het museumpje, deze heggen heeft gekozen als uitgangspunt voor zijn ontwerp. De naam Hedge House, heggen huis, doet de tuin en omgeving eer aan.

We bezochten de tentoonstelling van de Litouwse kunstenaar  Ričardas Vaitiekūnas.  Indrukwekkende schilderijen van een getormenteerd mens. Maar de tuin rond het kasteel en de plastieken daarin zijn een overweldigende ervaring.

Nog enigszins duizelig van dit kunstgenot vervolgt het gezelschap zijn weg door het mooie Limburgse land naar het dorpje Ransdaal. Pastoor Crutzen steelt hier de show. Zijn ontboezemingen over kunst en cultuur, maar vooral over het trieste kunstbeleid van bisdom en andere instanties, kan hij vol verve vertellen. Zijn obsessie om kerk, liturgie, spiritualiteit te vertalen in kunst  is bewonderenswaardig. Het culturele tijdschrift Zuiderlucht besteedde enige tijd geleden uitgebreid aandacht aan dit fenomeen. Zie: http://www.zuiderlucht.eu/jan-dibbets-brengt-licht-in-kerk-van-ransdaal/

 

Wat een dag! Het is lang wachten op het volgende jaar.

Een volledig fotoverslag vindt u hier: Presentatie bibliotheek 2015

pvb

 

 

 


 

Tuesday, April 28th, 2015

In de Langen Foundation: Olafur Eliasson

 

 

Het is maar een klein stukje de grens over,  de Langen Foundation. De Foundation ligt in een zeer bijzonder gebied. Hoog gelegen op een vlakke en wat winderige hoogvlakte  bij Neuss wenkt in de verte een groot beeld van Edouardo Chillida. De Langen Foundation is gesitueerd in het voormalige Raketenstation, een oude en verlaten Nato basis waar in het verleden de raketten richting Rusland stonden opgesteld. Nu is het Raketenstation een centrum van cultuur geworden.  Karl Heinz Müller, de initiator van nabijgelegen Insel Hombroich, heeft de aanzet gegeven om deze oorlogszuchtige omgeving te transformeren tot een cultuurcentrum. Marianne Langen, samen met haar echtgenoot, zag mogelijkheden om daar haar grote verzameling Aziatische en moderne kunst een basis te geven. Ze gaf de Japanse architect Tandao Ando de opdracht om een museum voor haar te bouwen dat recht zou doen aan haar verzameling. Ando bouwde een prachtig minimalistisch gebouw dat perfect de ruimte op de hoogvlakte accentueert.

 

„Das Gebäude der Langen Foundation ist das größte Kunstwerk, das ich jemals erworben habe.” (Marianne Langen)

In de Foundation is momenteel werk te zijn uit de Sammlung Boros uit Berlijn. Men heeft gekozen voor een overzicht van het werk van de Deens IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson. 

 Eliasson werd beroemd met zijn Weather Project in de Tate in Londen. Daar, in de turbinehal installeerde hij een ‘zon’ die de ruimte in een onvoorstelbaar licht plaatste.  In de Foundation wordt men nu eveneens geconfronteerd met kunstwerken die als basis het licht hebben. Kunst, intelligentie, techniek en vakmanschap ontmoeten elkaar en dompelen de toeschouwer onder in een emotioneel toneel.

Kunst ontmoet wetenschap en techniek.  Olafur Eliasson geeft het begrip kunst en installatie nieuwe vleugels.

 

Dit mag men niet missen.

pvb

 

Overzicht van de tentoonstelling: Olafur Eliasson, de filmfragmenten IMG_0147, IMG_0150, IMG_0151

 

 

 

 

 


 

Monday, March 9th, 2015

Marcel Broodthaers, poëzie en kunst als een ironisch intellectueel steekspel.

Het werk van Broodthaers wekt verwondering, maar kan ook volledige negatie opleveren. De elegante  palmen die hij als voorbeeld bij de ingang van het Bonnefantenmuseum plaatste kon de entree een vriendelijke uitstraling geven. Men werd verwelkomd in een huiselijke sfeer. Voel je thuis! Maar evenzo kon deze florale entree de bezoeker ontmoedigen of irriteren. Men bezoekt een museum om kunst te bewonderen en er van te genieten. Maar de planten verstoren het beeld en de verwachting en ontnemen het zicht op de kunstwerken.

De tentoonstelling van het werk van Broodthaers in de bibliotheek van het Van Abbemuseum kan dezelfde reactie oproepen. Werken in de vitrines doen denken aan objecten die ook in ieders huis te vinden zijn. Krantenartikelen, uitgeknipte foto’s, advertenties, mysterieuze plastic reliëfs met tekst, snelle notities. De geëxposeerde werken stralen een huiselijke normaalheid uit, de snelle bezoeker ontgaat hun dwarse achtergrond. Maar er is ook een negatief afgedrukte Tractatus-Logico-Catalogicus!  Een vreemde eend in de bijt! De affiniteit met Wittgenstein is opmerkelijk. Wittgenstein, de analytische filosoof is met zijn systematisch logica systeem het tegenovergestelde van Broodthaers. Vandaar dan de aantrekkingskracht?

Le Munuscript Trouve Dans Une Bouteille, Berlin, Edition Rene Block, 1974. Collectie Schmidt

Broodthaers was oorspronkelijk journalist. Een Vlaming die zich van de Franse taal bedient. Opnieuw een contradictie! Broodthaers gaat  ’pas laat in de kunst’, zoals hij zelf zei.  De voornaamste reden is zijn ernstig beperkte financiële armslag. Tijdens de jaren zestig was hij zo arm als een kerkrat, zijn dichterschap leverde geen droog brood op. De beeldende kunst bood hem misschien een uitweg, omdat hij daar lucratieve kanten in zag. Hij hoopte in de beeldende kunst ‘iets onoprechts uit te vinden’ dat hem erkenning en inkomen zou bezorgen. Manzoni, de Italiaanse kunstenaar waarmee hij bevriend was, leverde hem een opening voor het kunstenaarschap. In 1962 verklaarde Piero Manzoni Broodthaers tot kunstwerk. Daar hoorde een certificaat bij, dat voorzien van een signatuur enige waarde vertegenwoordigde en waarmee hij kon exposeren.

Anrwerpen Wide Space Gallery, 13 – 28 januari, 1973, 1 blad. Collectie Schmidt

Broodthaers schreef in de periode dat hij nog een toekomst als dichter voorzag een bundel, getiteld Pensée Bête.  Vertaald in het Nederlands betekent dat ‘Domme Gedachte‘. Hij plakte de resterende niet verkochte bundels met gips aaneen en maakte zo zijn plastische Oeuvre Littéraire. Hij wilde de nieuwsgierigheid naar de inhoud van de kijker opwekken. Maar de kopers reageerde totaal anders. Niemand wilde het gips verbreken om te ontdekken of de tekst inhoudelijk diepzinnig, poëtisch, droevig of mogelijk grappig was. Men beschouwde het werk als een sculptuur en zo werd een onverkoopbaar boek een succes als verkoopbaar sculptuur. Dit opende voor hem perspectieven, vandaar ook zijn fascinatie voor eierschalen, steenkolen en mosselen. Het woordenspel met ‘la moule’, de mossel en ‘le moule’ , de mal,  is een sprekend voorbeeld: de mossel heeft zich in zijn eigen vorm gegoten!

Door objecten en materialen uit hun context te halen en ze los te koppelen van hun eigenlijke betekenis, schiep hij een nieuwe samenhang. Al zijn werk daarna blijft evenwel de band met de poëzie behouden. In de tentoonstelling in de bibliotheek van het van Abbemuseum is deze band met de dichtkunst onverbrekelijk. Daarom  wordt van de kijker een associatieve vaardigheid veronderstelt die hem staat stelt de betekenis van de werken te kunnen lezen.

Kunst heeft voor Broodthaers een eigen inhoudelijke lading. Ergens noemt hij het ‘verachtelijke koopwaar’, maar dan wel een koopwaar die in de handel nauwelijks een koper kan vinden.  Veel van zijn kunstwerken dragen deze tweeslachtige houding in zich. Een typisch voorbeeld hiervan is  zijn ‘toverleitje’. Op het leitje staat zijn signatuur die een waarde vertegenwoordigd, maar als men een ondoordachte beweging maakt, verdwijnt de signatuur en is het leitje een waardeloos object.

Broodthaers blijft ook als hij als beeldend kunstenaar werkzaam is, een onhandige dichter. Veel werk van hem is door zijn vrouw gemaakt, hij leverde de ideeën.

Zijn parodie op het museum is zijn environment Musée d’Art Moderne. In zijn eigen huis richtte hij een tentoonstelling in van topwerken van beeldende kunst. Hij liet de tentoonstelling door belangrijke museum coryfeeën openen. Hij was tegelijkertijd curator, directeur, gids, suppoost. Daarom droeg hij bij die gelegenheid een ‘museumpetje’ om zijn functioneren duidelijk te maken. Overal stonden kisten voor schilderijen met opschriften als ‘with care – keep dry’.  Aan de muur hingen alle belangrijke kunstwerken van de westerse moderne kunst, alleen niet in originele gedaante, maar als prentbriefkaart. Daarna volgde nog de tentoonstelling Département des Aigles en andere tentoonstellingen, zoals Section dÁrt Moderne. Vlak voordat hij stierf maakte hij La Salle Blanche, een reconstructie van zijn eigen huis, een lege kamer waar de muren en plafond volgeschreven waren met termen uit de kunstwereld. Niets was echt, en dat was zijn werkelijkheid!

Musee d’ Art Moderne A Vendre 1970 -1971, Pour Cause De Faillite – Section Financiere, Departements des Aigles. Keulen, Galerie Michael Werner

In de moderne kunst ontstonden parallelle ontwikkelingen. De meeste nieuwe stromingen ontstonden in het begin van de twintigste eeuw en vonden hun eerste oorsprong in de negentiende eeuw. De negentiende-eeuwse romantiek en het impressionisme leverden een voedingsbodem voor elementaire gedachten over kunst. Geïnspireerde ontdekkingen en genialiteit zorgden ervoor dat stijlen zich konden exploreren en dat de nieuwe impulsen vindingen opleverden. ‘Nouveau trucs, nouvelle combines’ volgens Broodthaers op basis van persoonlijke beslissingen.

Broodthaers is een kunstenaar die vertrouwde op zijn plotselinge invallen. Invallen die bij de kijker verwarring moesten veroorzaken. Zijn verbeelding voerde alle kanten op, onverwachte wendingen is zijn fort. Broodthaers is geen kunstenaar zoals bijvoorbeeld Dibbets die in de abstractie ondanks zijn beweeglijkheid en inventiviteit, strakke principes elementair vindt en die het werk consequent en stap voor stap verder helpt ontwikkelen.

Museum-Museum, Heidelberg, Edition Staeck, 1972

Kunst heeft raakvlakken met de omgeving, de context, architecturaal, politiek en sociaal-maatschappelijk. Intelligent als Broodthaers is, maakt hij gebruik van dit sociaal-maatschappelijke aspect. Hij wil zijn kunstwerken laten functioneren binnen die context. Door zijn installaties ontneemt hij andere kunstwerken hun directe betekenis. Hij voegt waarschuwingen toe aan zijn kunstwerken, Hij vraagt de kijker om zich te realiseren dat de dingen niet zijn zoals ze zich presenteren. In zijn plastic reliëf Museum/Museum bijvoorbeeld legt hij een relatie met imitatie en vervalsing. Samenvattend kan men zeggen dat hij wel de vraag stelt naar het nut van artistieke innovaties van de kunstenaar die met zijn kunst maatschappelijke evoluties teweeg wil brengen. Maar helaas bekent hij dat zijn kritiek alleen gezien wordt door een verdraagzame culturele omgeving. En deze omgeving presenteert zijn werk in een perfecte setting en wordt alleen door de culturele elitaire bezoeker bekeken en gewaardeerd. Het ontgaat hen dat zij te maken hebben met een kunstenaar die spottend een intellectueel steekspel speelt.

pvb

 


 

Tuesday, November 11th, 2014

Ivo Schoofs: The Large Pendulum Wave

 

Wetenschap ontmoet kunst! Het is weer GLOW.Eindhoven,  2014. Niet voor niets is Eindhoven van oudsher de Lichtstad. Deze week moet die naam weer waar worden gemaakt. We hebben een afspraak met Ivo Schoofs. De Vrienden van het Van Abbemuseum gaan in twee tranches bij hem en zijn Large Pendulum Wave op bezoek. Het is even zoeken. De Fuutlaan, bij de oude gebouwen van Van Gent en Loos. Rita zal een bordje plaatsen waar we ons moeten melden. Het is locatie 12 zei ze tegen me. Maar op dat huisnummer is niemand. Dan maar verder gelopen, daar waar in de verte gekleurde ronde lampen sierlijk een ballet creëren. Ik sta voor een enorme installatie, een indrukwekkend stalen gevaarte waarin een aantal lichtgevende bollen ritmisch bewegen en fantastisch van kleur veranderen. Elektronische muziek en rook omlijsten het spektakel. En daar is Rita, gewapend met een bordje dat ze manhaftig omhoog steekt in de donkere avond.

Ivo Schoofs is een vriendelijk ogende jonge man. Als natuurkundige werkzaam op het Natlab, werkzaam met optica. Samen met zijn vrienden deelt hij een obsessie  voor fantastische licht installaties . We kijken vol verwondering naar het lichtspel dat zich voor onze ogen afspeelt. In het donker wordt de groep in de juiste richting voor de installatie geplaatst, zodat de lichtobjecten als een zwierige lijn recht voor je uit bewegen. De lichtgevende bollen hangen aan stangen aan een stalen balk. De lengte van de stangen varieert, dat wil zeggen dat in een opeenvolgende rekenkundige rij de eerste stang het kortste is, de laatste het langst. Hierdoor ontstaan bij de beweging variaties, omdat de slingermomenten per lichtbol anders zijn.

Ivo legt uit dat in principe het systeem eenvoudig is. Een beweegbare zijbalk trekt alle 15  stangen met bol opzij en laat dan los. Hierdoor komen alle objecten in beweging, een sequentie die exact 2 minuten en 43 seconden duurt. De kortste stang slingert vanwege zijn lengte het snelt, namelijk 60 maal in 2 minuten en 43 seconden, de langste stang  slingert 51 keer.

De slingers zijn bijna wrijvingsloos door een heel dun luchtlaagje van 0.004 mm gelagerd. Na de vastgestelde tijdsperiode worden de lichtobjecten aan de stangen geremd en kan alles weer opnieuw beginnen.

We staan ademloos te kijken! De gedachte dringt zich op dat dit nu een voorbeeld is dat er zonder vrienden, beweging, kleur en muziek niets tot stand kan komen.         pvb

 

 

film 1:P1180312

film 2: P1180313

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Thursday, September 18th, 2014

Aankoop Bibliotheek Vriendenbibliotheekfonds

Zoals elk jaar hebben de Vrienden weer een substantieel bedrag geschonken aan de bibliotheek van het Van Abbemuseum. Met dit bedrag is het weer mogelijk geweest om een mooie collectie boeken, kunstenaarsboeken en DVS’s te kopen om de bibliotheek in staat te stellen zich op een hoog niveau te kunnen presenteren. In totaal zijn er 87 boeken, Dvd’s en zelf één serie grammofoonplaten. kortom, een waardevolle schenking van de Vrienden, die hopelijk nog vele jaren herhaald kan worden. Wilt u een totaal overzicht van alles wat is aangeschaft, dan klik op de volgende link: Vriendenbibliotheekfondsaankoop

Voor meer inhoudelijke info over de afzonderlijke werken kun je kijken in de online catalogus op :

http://library.tue.nl/csp/webvanabbe/Vubis.csp .

Namens de medewerkers van de bibliotheek, nogmaals bedankt voor de bijdrage.

 

 

 

 


 

Monday, April 14th, 2014

Biblotheek Van Abbe: Amersfoort- Cultureel Erfgoed en Mondriaanhuis

Maandagmorgen, 14 april, het is nog fris, maar de dag beloofd wonderen. Zelfs NS doet zijn best! Redelijk moeiteloos arriveert de bibliotheek groep in Amersfoort. Het eerste bezoek is aan de Rijksdienst voor Cultreel Erfgoed.  Een goede kaart wijst de weg. Een geluk bij een ongeluk dat een goede kaarttekenaar in het gezelschap is.

Bij Cultureel erfgoed verwacht je een ietwat stoffig gebouw, gevuld met artefacten die al stof verzamelend de jaren hebben doorstaan, liefs in slecht geventileerde ruimten. Maar niets van dat alles. De Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed zetelt op het Smallepad in Amersfoort in een adembenemend mooi gebouw.  het gebouw is ontworpen door de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg. de Hollandse zeventiende-eeuw is zijn inspiratiebron. De sferische belichting van het Hollandse landschap die wij kennen uit de schilderijen van Ruijsdael worden gesymboliseerd door de schuin geplaatste glasgevel. Het interieur moet de sfeer van het lichte kerkinterieur van Saenredam oproepen.

De techniek in het gebouw is indrukwekkend. Het gebouw is geplaatst op grote rubberen ballen die er voor zorgen dat trillingen van de er naast gelegen spoorweg het gebouw niet kunnen beroeren. In de vloeren zijn plastic ballen opgenomen waardoor de constructie erg licht wordt.  De dubbele glazen gevel zorgt voor de aanvoer van koude en warme lucht.

Het gebouw staat open voor iedereen. De bibliotheek, het monumentenarchief en foto- en tekeningencollectie kan door elk vrij worden geraadpleegd.

Wij kregen een zeer prettige rondleiding, waardoor de inrichting, architectuur en de verschillende functies die in het gebouw zijn opgenomen voor ons helder werden.

De vele indrukken die ontvangen werden worden in onderstaande collage misschien goed weergegeven.

 

Om de geest fit te houden en de gemoederen kalm besloot men de inwendige mens te gaan versterken. En waar kan dat beter dan in de hemel! Waarmee we natuurlijk Grand Café Hemels bedoelen. Een aanrader! Kijkt u maar!

Vlak bij dit hemelse gerecht ligt het Mondriaanhuis. Het is het geboortehuis van Piet Mondriaan. We worden aller hartelijkst ontvangen en worden uitgenodigd om in alle rust het museum te bewonderen. De voormalige school en woonhuis van Mondriaan is prachtig verbouwd. Daar was een grondige restauratie voor nodig, maar nu is men in staat het leven en het werk van Piet Mondriaan goed te documenteren.

 

In de Schatkamer kan men vroeg werk van Mondriaan bekijken. Daarnaast is een uitgebreide biografische tentoonstelling ingericht. Aan de hand van foto’s, documentatie, werken, filmpjes en hoorspelen kan de bezoeker zich een beeld vormen van leven en werk van Mondriaan.

Op de benedenverdieping van het museum is op ware grootte zijn Parijse Atelier aan de Rue du Départ 26 nagebouwd en te bezoeken. Mondriaan woonde en werkte hier van 1921-1938. Hij verliet het atelier op de vlucht voor het nazisme, reisde naar Engeland en belandde uiteindelijk in 1940, op uitnodiging van kunstenaar Harry Holtzman, in New York.

De bovenverdieping wordt gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen. Internationaal werkende kunstenaars die nog steeds inspiratie ondervinden van het werk van Mondriaan worden uitgenodigd om hier te exposeren.

En zo vielen wij daarna weer in de armen van NS die ons in gezwinde pas naar huis toe vervoerde. Een goede dag zoals elk jaar weer opnieuw. een dag die inzicht geeft in het werk van instituten die net als de bibliotheek van het Van Abbemuseum steeds proberen zo innovatief mogelijk met hun collecties om te gaan.

Van een indrukwekkend bezoek, ook hier een collage van de vele indrukken.

pvb

 

 

 

 

 

 

 


 

Tuesday, April 8th, 2014

Once Upon a Time: Archives Tales at the Van Abbemuseum (MoMA-blog)

What kind of stories do a museum’s archives tell when read in tandem with masterpieces in their permanent collections? After allowing me to explore innovative exhibition strategies for archival material last summer, this year, MoMA’s intern travel grant gave me the opportunity to visit a Dutch museum that is contending with that exact question.

 

Detail of a Contexts vitrine in Once Upon a Time…The Collection Now

Located a short train ride outside Amsterdam, the Van Abbemuseum has long had a reputation for discovering artists and pushing boundaries. The museum’s re-installation of their permanent collection, Er was eens…De collectie nu (Once Upon a Time…The Collection Now) opened in February 2013. As part of the exhibition, curators Christiane Berndes, Charles Esche, and Diana Franssen included vitrines chock full of archival material in almost every gallery. This series, entitled  Contexten(“contexts”), enriched my understanding of the themes presented by the artwork in each gallery far beyond the traditional explanatory wall texts.

 At the museum, I was thrilled to chat with Franssen, Curator and Head of Research; and Willem Smit, Senior Librarian and Archivist. Together, they organized the Contexts vitrines by digging through the museum’s extremely rich archives. Franssen emphasized the vitrines’ thematic construction: rather than acting simply as contextual supplements to the exhibition, each grouping of archival items presents a story that knits together all of the works in the gallery, grounding them in history while demonstrating their relevance in contemporary society. As Franssen pointed out, this often involved pairing items that might not otherwise cross paths. The vitrines contain records from a variety of sources and time periods that, when read together, create fresh histories.

Visitors searching for material in the DIY Archive. Courtesy Van Abbemuseum, Eindhoven. Photo: Peter Cox

 

A visitor-curated presentation of objects culled together in the DIY Archive

As a further riff on this idea of re-imagining one’s archives, Once Upon a Time also boasts a space dubbed the DIY Archive, where the visiting public can try their hand at curating their own “contexts” with the Van Abbemuseum’s library, archives, prints, and drawings collections. Located adjacent to the more contemporary galleries in Once Upon a Time, the objects (dating from 1965 to 1985) notably hail from a period when boundaries between artworks,  ephemera, and audiovisual material started to blur. The wall text explains that “this is a renewing combination of a depot, a library, a workshop, and an exhibition hall.” Visitors search for items related to an artist or a theme via a database, then proceed to hunt down the material in this archive themselves, just as Franssen and Smit do behind the scenes. One wall of the space displays visitor-curated groups of objects on a rotating basis, thus briefly preserving the public’s interaction with the archives and the collection.

 

Visitors examine material in the DIY Archive. Courtesy Van Abbemuseum, Eindhoven. Photo: Peter Cox

Unsure of where to begin my own project, I examined the mini-exhibitions on display and searched a few artist names in the database. I leafed through photographs (taking care to use the white gloves provided) and watched a few video clips of performance art from the 1970s. While I ultimately did not collect a set of items to add to the DIY Archive’s displays, I left content that I had followed the space’s final, and arguably most important, set of instructions: “Have fun”

 Naomi Kuromiya, Dedalus Fellow, Museum Archives 

 

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)