Varia

Monday, April 14th, 2014

Biblotheek Van Abbe: Amersfoort- Cultureel Erfgoed en Mondriaanhuis

Maandagmorgen, 14 april, het is nog fris, maar de dag beloofd wonderen. Zelfs NS doet zijn best! Redelijk moeiteloos arriveert de bibliotheek groep in Amersfoort. Het eerste bezoek is aan de Rijksdienst voor Cultreel Erfgoed.  Een goede kaart wijst de weg. Een geluk bij een ongeluk dat een goede kaarttekenaar in het gezelschap is.

Bij Cultureel erfgoed verwacht je een ietwat stoffig gebouw, gevuld met artefacten die al stof verzamelend de jaren hebben doorstaan, liefs in slecht geventileerde ruimten. Maar niets van dat alles. De Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed zetelt op het Smallepad in Amersfoort in een adembenemend mooi gebouw.  het gebouw is ontworpen door de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg. de Hollandse zeventiende-eeuw is zijn inspiratiebron. De sferische belichting van het Hollandse landschap die wij kennen uit de schilderijen van Ruijsdael worden gesymboliseerd door de schuin geplaatste glasgevel. Het interieur moet de sfeer van het lichte kerkinterieur van Saenredam oproepen.

De techniek in het gebouw is indrukwekkend. Het gebouw is geplaatst op grote rubberen ballen die er voor zorgen dat trillingen van de er naast gelegen spoorweg het gebouw niet kunnen beroeren. In de vloeren zijn plastic ballen opgenomen waardoor de constructie erg licht wordt.  De dubbele glazen gevel zorgt voor de aanvoer van koude en warme lucht.

Het gebouw staat open voor iedereen. De bibliotheek, het monumentenarchief en foto- en tekeningencollectie kan door elk vrij worden geraadpleegd.

Wij kregen een zeer prettige rondleiding, waardoor de inrichting, architectuur en de verschillende functies die in het gebouw zijn opgenomen voor ons helder werden.

De vele indrukken die ontvangen werden worden in onderstaande collage misschien goed weergegeven.

 

Om de geest fit te houden en de gemoederen kalm besloot men de inwendige mens te gaan versterken. En waar kan dat beter dan in de hemel! Waarmee we natuurlijk Grand Café Hemels bedoelen. Een aanrader! Kijkt u maar!

Vlak bij dit hemelse gerecht ligt het Mondriaanhuis. Het is het geboortehuis van Piet Mondriaan. We worden aller hartelijkst ontvangen en worden uitgenodigd om in alle rust het museum te bewonderen. De voormalige school en woonhuis van Mondriaan is prachtig verbouwd. Daar was een grondige restauratie voor nodig, maar nu is men in staat het leven en het werk van Piet Mondriaan goed te documenteren.

 

In de Schatkamer kan men vroeg werk van Mondriaan bekijken. Daarnaast is een uitgebreide biografische tentoonstelling ingericht. Aan de hand van foto’s, documentatie, werken, filmpjes en hoorspelen kan de bezoeker zich een beeld vormen van leven en werk van Mondriaan.

Op de benedenverdieping van het museum is op ware grootte zijn Parijse Atelier aan de Rue du Départ 26 nagebouwd en te bezoeken. Mondriaan woonde en werkte hier van 1921-1938. Hij verliet het atelier op de vlucht voor het nazisme, reisde naar Engeland en belandde uiteindelijk in 1940, op uitnodiging van kunstenaar Harry Holtzman, in New York.

De bovenverdieping wordt gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen. Internationaal werkende kunstenaars die nog steeds inspiratie ondervinden van het werk van Mondriaan worden uitgenodigd om hier te exposeren.

En zo vielen wij daarna weer in de armen van NS die ons in gezwinde pas naar huis toe vervoerde. Een goede dag zoals elk jaar weer opnieuw. een dag die inzicht geeft in het werk van instituten die net als de bibliotheek van het Van Abbemuseum steeds proberen zo innovatief mogelijk met hun collecties om te gaan.

Van een indrukwekkend bezoek, ook hier een collage van de vele indrukken.

pvb

 

 

 

 

 

 

 


 

Tuesday, April 8th, 2014

Once Upon a Time: Archives Tales at the Van Abbemuseum (MoMA-blog)

What kind of stories do a museum’s archives tell when read in tandem with masterpieces in their permanent collections? After allowing me to explore innovative exhibition strategies for archival material last summer, this year, MoMA’s intern travel grant gave me the opportunity to visit a Dutch museum that is contending with that exact question.

 

Detail of a Contexts vitrine in Once Upon a Time…The Collection Now

Located a short train ride outside Amsterdam, the Van Abbemuseum has long had a reputation for discovering artists and pushing boundaries. The museum’s re-installation of their permanent collection, Er was eens…De collectie nu (Once Upon a Time…The Collection Now) opened in February 2013. As part of the exhibition, curators Christiane Berndes, Charles Esche, and Diana Franssen included vitrines chock full of archival material in almost every gallery. This series, entitled  Contexten(“contexts”), enriched my understanding of the themes presented by the artwork in each gallery far beyond the traditional explanatory wall texts.

 At the museum, I was thrilled to chat with Franssen, Curator and Head of Research; and Willem Smit, Senior Librarian and Archivist. Together, they organized the Contexts vitrines by digging through the museum’s extremely rich archives. Franssen emphasized the vitrines’ thematic construction: rather than acting simply as contextual supplements to the exhibition, each grouping of archival items presents a story that knits together all of the works in the gallery, grounding them in history while demonstrating their relevance in contemporary society. As Franssen pointed out, this often involved pairing items that might not otherwise cross paths. The vitrines contain records from a variety of sources and time periods that, when read together, create fresh histories.

Visitors searching for material in the DIY Archive. Courtesy Van Abbemuseum, Eindhoven. Photo: Peter Cox

 

A visitor-curated presentation of objects culled together in the DIY Archive

As a further riff on this idea of re-imagining one’s archives, Once Upon a Time also boasts a space dubbed the DIY Archive, where the visiting public can try their hand at curating their own “contexts” with the Van Abbemuseum’s library, archives, prints, and drawings collections. Located adjacent to the more contemporary galleries in Once Upon a Time, the objects (dating from 1965 to 1985) notably hail from a period when boundaries between artworks,  ephemera, and audiovisual material started to blur. The wall text explains that “this is a renewing combination of a depot, a library, a workshop, and an exhibition hall.” Visitors search for items related to an artist or a theme via a database, then proceed to hunt down the material in this archive themselves, just as Franssen and Smit do behind the scenes. One wall of the space displays visitor-curated groups of objects on a rotating basis, thus briefly preserving the public’s interaction with the archives and the collection.

 

Visitors examine material in the DIY Archive. Courtesy Van Abbemuseum, Eindhoven. Photo: Peter Cox

Unsure of where to begin my own project, I examined the mini-exhibitions on display and searched a few artist names in the database. I leafed through photographs (taking care to use the white gloves provided) and watched a few video clips of performance art from the 1970s. While I ultimately did not collect a set of items to add to the DIY Archive’s displays, I left content that I had followed the space’s final, and arguably most important, set of instructions: “Have fun”

 Naomi Kuromiya, Dedalus Fellow, Museum Archives 

 

 


 

Monday, April 22nd, 2013

Het Nieuwe RIJKS MUSEUM

Na heel veel jaren turbulente bouwgeschiedenis is het Rijksmuseum in Amsterdam weer te bezoeken. We verheugden ons op de hernieuwde kennismaking en daarnaast waren we ook  wel benieuwd naar het fietsverkeer in de tunnel. Maar geen fiets te bekennen. De entree van de beroemde fietstunnel was deze middag hermetisch afgesloten met dranghekken en in gele jasjes gestoken bewaking. Dat leek ons geen slechte oplossing. Want het was druk in de tunnel, met voetgangers en muzikanten wel te verstaan. Snel naar binnen. En dat bleek ook nog mogelijk! Geen vermaledijde rij die ons de toegang blokkeerde, maar een perfecte organisatie die ons verwelkomde. De twee draaideuren gaven een snelle toegang tot het schitterende atrium. Via de fastlane werd een snelle entree gegarandeerd.

Onze opzet was om de eerste keer, na zo’n lange periode,  alleen maar door het gebouw te wandelen en de kunst voorlopig maar als versiering te zien. En het is inderdaad een ervaring. Het gebouw ziet er fantastisch uit. Je kunt er veel woorden aan wijden om het enthousiasme van ons te laten blijken, maar wij adviseren om zelf snel te gaan kijken en je te verwonderen  over deze geweldige culturele aanwinst voor Nederland.

Dus, als klein voorproefje, klik even op onderstaande link voor een korte fotoimpressie.

rijksmuseum 2013

 


 

Tuesday, November 27th, 2012

Het Ruhrmuseum te Essen

Elk jaar, en steeds op een maandag, vliegt het personeel van de bibliotheek er voor een dagje op uit. Educatie schrijven we dan met een hoofdletter. We willen iets leren van iemand anders! Hiervoor bezochten we musea met bibliotheek en  archieven in Amsterdam en Rotterdam. Maar nu gaan we een stapje verder, de grens over. Het buitenland lokt!

 

Dus dat werd Essen, een oude industriestad in Die Heimat. Als we aan Essen en het omringende Ruhrgebied denken, krijgen we het zwart voor de ogen. De regio staat bekend om zijn zware industrie, kolenmijnen, ijzer, staal. Niet bepaald lichte kost. De vervuiling was dan ook immens. Maar de tijden zijn veranderd. De kolenmijnen zijn gesloten, de staalfabrieken beantwoorden aan milieueisen, de omgeving is gezuiverd. Beruchte gebieden, zoals het havengebied in Duisburg, is veranderd in een trendy plek, met musea en grand cafés.

Ook Essen is mee gegaan in deze vaart der volkeren. Vorig jaar was het Ruhrgebied culturele hoofdstad. De voormalige kolenwasserijen zijn veranderd in prachtige musea, waarin de oude machinehallen en machines concurreren met archeologie, geologie en een geweldige presentatie van de geschiedenis van het gebied en zijn ontwikkeling. Het Ruhrmuseum is een zeer bijzonder museum, vooral door de bewaard gebleven authentieke omgeving en de zeer bijzondere zorg bij het presenteren van hun geschiedenis.

Wilt u meer zien en proeven van dat wat wij beleefd hebben, klik hieronder op de presentatie die wij gemaakt hebben.

Het Ruhrmuseum Essen

 


 

Sunday, September 23rd, 2012

Opening Stedelijk Museum Amsterdam

Vandaag waren mijn vrouw en ik in Amsterdam en dus loonde het de moeite te proberen het zojuist geopende Stedelijk Museum te bezoeken. De honderden meters lange rijen waren nog niet om elf uur in de vroege zondagmorgen present met als gevolg dat  de entree  snel en gemakkelijk was. We waren wel overdonderd! In de loop der jaren hebben we steeds de bouw van de nieuwe vleugel gevolgd. De pre-openingen in de oude vleugel waren alleen al door de architectuur fantastisch. Maar nu werden alle onze fantasieën vervuld. Het museum is prachtig, de collectie gigantisch en het was weer de vreugdevolle ontmoeting met de oude bekenden, aangevuld met ander verrassend werk. Laat u dus een dag verrassen!

Om een kleine indruk te geven kunt u hier naar een kleine selectie van foto’s kijken die ik tijdens het bezoek gemaakt heb.

pvb

stedelijk museum opening

 

 


 

Saturday, June 30th, 2012

Presentatie Salon

Tijdens de jaarvergadering presenteerde Claudia Winckler de activiteiten van de VriendenSalon. Zowel de terugblik als wat de toekomst brengt was haar onderwerp. De bijgaande presentaie geeft hiervan een beeld.

Presentatie Salon Jaarvergadering_2012

 


 

Friday, June 29th, 2012

Jaarvergadering of voetbal?

Dan toch maar naar de jaarvergadering van de Vrienden! Als het voetballen even saai wordt als de wedstrijd Spanje Portugal, dan moet de jaarvergadering meer opwinding opleveren. De aanwezigen hebben gewonnen, Duitsland is ten onder gegaan. De keuze voor de jaarvergadering was de enige juiste.


Dat moeten meer Vrienden gedacht hebben. De vergadering in het auditorium was goed bezocht. Er zat het juiste gezelschap. Scherpe vragen en veel aandacht! En gelukkig ging het niet alleen over cijfers. Die bleken trouwens volgens de penningmeester Hans Schmitz weer helemaal te kloppen. Tot grote vreugde bleek er zelfs een aardig bedrag in de spaarkas te zitten als appeltje voor de dorst als de moeilijke tijden ooit zullen aantreden. Maar daar bleek het bestuur al danig over nagedacht te hebben. Het ledental van ongeveer 1300 is prima, maar gezien de gemiddelde leeftijd is het nodig om een plan de campagne op te zetten om de jonge garde binnen te halen. In het bestuur is een comité gevormd dat een beleidsplan gaat opzetten.

De nieuwste personele aanwinst van het museum, Daniel Neugebauer, die de marketing o.a. van het museum gaat verzorgen, wil erg graag met de Vrienden samen werken om de vernieuwingsplannen vorm te geven. Als voormalig medewerker van het museum in Bielefeld heeft hij daar ruimschoots ervaring opgedaan. Hij werkt nu een maand in Eindhoven en het was een plezier te zien hoe hij in fantastisch met accent gekruid Nederlands de zaal kon enthousiasmeren.
Wat kwam nog meer aan de orde. Natuurlijk de mogelijkheid om het museum op de eerste donderdag van de maand ’s avonds gratis toegankelijk te maken. Dat lukt niet, gezien de financiële situatie. De zaal vroeg zich wel af of de Vrienden hun jaarlijkse bijdrage daaraan zouden kunnen besteden, maar dat zou volgens de voorzitter slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn en de kas van de Vrienden snel leegroven. Het bestuur heeft besloten de komende vier jaren, ingaande 2012, een bedrag tussen de 7500 en 10.000 euro te doneren. Tot nu toe werd dat aan de bibliotheek geschonken. En nog steeds is dat een goede besteding gebleken, gezien de internationale faam die de bibliotheek geniet.


Twee nieuwe bestuursleden stelden zich voor. Dries van Wagenberg, van huis uit designer en Piet van Bragt, redactielid van het Journaal en medewerker van de bibliotheek. De overige bestuursleden werden herkozen, hoewel Dries Steijnmeier, de voorzitter, te kennen gaf dat zijn laatste termijn nu ingaat.
Claudia Winckler, gaf een presentatie over de VriendenSalon. De Salon is nu bijna een jaar actief op de eerste donderdagavond van de maand en heeft zijn bestaansrecht al bewezen.


De uitsmijter was Edwin Becker, hoofd tentoonstellingen van het Van Goghmuseum in Amsterdam. Hij hield een voordracht over thema Blockbusters. Het fenomeen blockbuster is door kritische volgers in de gemeenteraad van het museumbeleid onder de aandacht gebracht. Becker liet de ontstaansgeschiedenis zien en concludeerde uiteindelijk dat het museum vooral zijn eigen weg moet gaan en zijn identiteit moet koesteren. Dat daarin de ware kracht zit en dat populistische afwijkingen van het beleid alleen maar schadelijk kan zijn.


En zoals altijd, en dat hoort zo, werd er nog lang onder het genot van een glaasje doorgepraat. Toch jammer dat een jaarvergadering slechts eenmaal per jaar kan plaatsvinden. Gelukkig hebben we nu de Salon als een alternatieve maandvergadering.

Piet van Bragt

 


 

Thursday, April 12th, 2012

Museumweekend: “Museum als religie 2.0”

Komend weekend is het museumweekend. Het zal druk worden, want het is fantastisch museumweer. Niet te koud, niet te warm en net droog genoeg om ergens heen te gaan. Ik denk dat het in het Van Abbe een enerverend weekend kan worden. Er is deze week nogal reclame gemaakt voor het museum. Het Eindhovens Dagblad heeft heel wat drukinkt aan het museale beleid kunnen besteden. Dat moet mensen toch nieuwsgierig maken.  Zijn er geen publiekstrekkers? Is het allemaal te moeilijk? Iemand gaf in een redactioneel commentaar de opmerking dat men bij de uitgang, eventueel ingang van het museum zou moeten gaan staan om aan ieder de vraagte stellen wat hij er nou van vond. De vraag is natuurlijk niet erg scherp gesteld, er zou meer nuance in kunnen voorkomen. Misschien is de vraag in hoeverre iemand verrast wordt door het museum relevanter.
Dagblad De Limburger besteedde op donderdag 12 april aandacht aan het museumweekend. Men ontlokte een viertal uitspraken aan museum directeuren in het Limburgse land. Hier volgen ze.

Confrontatie met het object: ‘Met grote snelheid komen museumcollecties digitaal beschikbaar. Sommigen vrezen dat daardoor het museumbezoek zal afnemen. Ik niet! Er is toch niets mooier dan de directe confrontatie aan te gaan met een eeuwenoud object Dat is en blijft voor mij de kracht van een museum.’ ( John van Cauteren, conservator gemeente Museum Weert)

Economische betekenis: ‘Als bestuurder van de Nederlandse Museum Vereniging moet ik wijzen op de recente publicatie “Meer dan waard”. Hierin wordt aangetoond dat musea een grote maatschappelijke betekenis hebben, omdat ze zowel waarde hebben vanwege de collecties, de verbindingen met groepen, de educatieve rol, de belevingswaarde en de economische betekenis.’ ( Jos Schatoré, directeur Limburgs Museum).

Maatschappelijk kapitaal : ‘Musea zijn belangrijk maatschappelijk kapitaal. Zij zijn het geheugen van de stad, streek, kunst en cultuur. Aan de hand van voorwerpen vertellen we verhalen. De kracht van musea is daarom de mogelijkheid om generaties en culturen te verbinden. Maar ook helpen ze bij het formuleren van antwoorden op maatschappelijke vragen.’ (Peter Fransman, directeur Het Domein in Sittard).

De openbare schatkamer: ‘Het kunstmuseum is de openbare schatkamer van ons gemeenschappelijk kunstbezit. De kracht van het kunstmuseum in onze tijd is dat het als bemiddelaar tussen de kunst en het publiek een democratisch, niet-populistisch platform biedt voor de selectie, confrontatie en vergelijking van beelden uit het verleden en het heden.’ (Stijn Huijts, directeur Bonnefantenmuseum).

Het lijkt wel of deze directeuren de discussie rond het Van Abbemuseum intens hebben gevolgd en het beleid uiteindelijk ondersteunen. Zo komt er toch nog iets goeds uit Limburg.

De schrijver van het artikel, Branko Eijssen, meent dat het museum de taak van de kerk als gemeenschappelijke ruimte voor bezinning en reflectie grotendeels heeft overgenomen. Hij zegt dat hij in zijn leven meer in het museum is geweest dan in de kerk. Het museum is voor hem een plaats om inspiratie op te doen, te leren en te genieten van het werk van kunstenaars. Hij wil er verrast worden. Hij citeert een vriend: ‘Ik wil er beter uitkomen dan dat ik er in ga.’ Vandaar de titel van het artikel: Museum als religie 2.0

Piet van Bragt

 


 

Tuesday, March 20th, 2012

Het Nederlands Fotomuseum en NAI

Een goede gewoonte moet men koesteren. Jaarlijks bezoeken de medewerkers van de bibliotheek en het depot een aantal erfgoedinstellingen, ter lering en vermaak. Zachtjes mompelend noemen we het ironisch ‘ons schoolreisje’. Dit jaar vertrokken we op maandag 12 maart per trein naar Rotterdam. Naar de Wilhelminakade op de Kop van Zuid, naast de Erasmusbrug, om daar in een fantastisch mooi museum ontvangen te worden.

Het Nederlands Fotomuseum bezit een enorme schat aan beeldmateriaal van Nederlandse fotografen. Een schat die met uiterste zorg bewaard en gearchiveerd wordt. En daar waren we benieuwd naar. We zijn niet voor niets bibliotheekmensen en collectiebeheerders! Het is jammer dat de gewone bezoeker geen weet heeft van het indrukwekkende depot waar ongeveer negen miljoen foto’s in een of andere vorm worden bewaard. Je moet er wel je jas voor aantrekken, want de heersende temperatuur in het depot is drie graden Celsius! Huiveringwekkend, net zoals de presentatie van de beeldbank. Elke bezoeker kan in het kolossale archief foto’s uitzoeken en die op een groot scherm zichtbaar maken. Een geweldig idee om in het Van Abbe ook toe te passen: een beeldscherm waarop de gehele collectie en zaaloverzichten van tentoonstellingen door de bezoeker met hooguit drie handelingen zichtbaar gemaakt kan worden! Iets om over na te denken.

beeldbank Nederlands Fotomuseum

Gelukkig ligt naast het Fotomuseum Hotel New York, het oude hoofdkantoor van de Holland-Amerikalijn. En een betere gelegenheid om te lunchen zagen we op dat moment nergens. En in verband met de bezuinigingen op het cultuurbudget, lunchten we natuurlijk op eigen kosten. Zo draagt ieder wat bij aan de opmars van onze economie en cultuur.


Het NAI, het Nederlands Architectuur Instituut, is een Walhalla voor de architectuurfanaat. Behalve het mooie expositiegebouw bezit het NAI een naastgelegen museumwoning. De voormalige woning van de heer Sonneveld, directeur van de Van Nellefabriek (architect Brinkman en Van der Vlugt) is eigendom van het museum en door restauratie in zijn prachtige voormalige staat gebracht. Een juweeltje!

Het depot van het NAI kennen we vanwege zijn langgerekte vorm (de ‘banaan’) en zijn imponerende lichtspel van Peter Struycken dat tussen de dragende kolommen zichtbaar wordt als de avond valt. Het depot is overweldigend. Nu weten we waar de schatten van De Stijl en het enorme archief van Cuijpers bewaard worden. Tussen de gecollectioneerde maquettes werden we verrast door het ontwerp van Piet Blom, waarvan zijn schouwburg in Helmond helaas is afgebrand. Maar er is nog een maquette, dus waarom gewacht? Het gebouw kan er zo weer staan! Ook de maquette van de nieuwbouw van ons museum is er ondergebracht.
Nadat we een eerbiedige hulde hadden gebracht aan McCarthy op de hoek van de Witte de Withstraat, en een biertje hadden gedronken, was ons jaarlijks leerzaam uitje weer teneinde.
Volgend jaar naar het MOMA? Ik heb gehoord dat het archief en depot daar overweldigend mooi moet zijn.

Piet van Bragt

 


 

Wednesday, February 29th, 2012

JCJ Vanderheyden (van 01-03-2012 t/m 18-03-2012)

JCJ Vanderheyden (1928 -2012)

Op 27 februari overleed op 83-jarige leeftijd de kunstenaar JCJ Vanderheyden (Jacques van der Heijden). De relatie tussen het museum en Vanderheyden bestaat vanaf 1957 toen hij deelnam aan de tentoonstelling ‘Kunstenaars in Brabant’. De band met hem werd intensiever door de vele projecten die er in de loop der tijd in samenwerking met hem hebben plaatsgevonden.  Zo waren er solopresentaties in 1967, 1981, 1983, 2003 en 2009. Maar ook een groot aantal werken werd gedurende de jaren aangekocht en in 2004 vervolmaakte de kunstenaar zijn ensemble in de collectie door een genereuze schenking.

Het oeuvre van JCJ Vanderheyden gaat over waarneming en de reflectie op waarneming. Bij het waarnemen maak je keuzes en interpreteer je wat wordt waargenomen. Dit selectieproces is nodig om uit de veelheid aan informatie dingen te destilleren die van betekenis zijn.

Vanderheyden probeerde de complexiteit van de werkelijkheid in een eenvoudig beeld te vangen. Dit thema fascineerde hem al sinds de vroege jaren zestig. Tot 1966 gebeurde dat alleen in de vorm van schilderijen. Rond 1967 verloor hij, zoals zoveel kunstenaars in die jaren, zijn interesse voor de schilderkunst. Hij concentreerde zich op film, video, televisie en geluid. De ‘nieuwe media’ waarin tijd, licht en ruimte bij uitstek een rol spelen. Later combineerde hij deze media weer met het ambachtelijke schilderen en dat zou hij tot aan zijn dood blijven doen. Steeds vernieuwend en altijd op zoek naar de ultieme combinatie van elementen.

Zijn fascinatie voor de horizon begon ongeveer veertig jaar geleden. Vooral de macht van de lijn, die zichtbaar wordt door twee verschillende gekleurde vlakken tegen elkaar te plaatsen, betekende een intrigerend onderzoeksgebied. Via een eenvoudige lijn kon een rijkdom aan beelden worden opgeroepen. Afhankelijk van haar plaats in de compositie werd oneindigheid voelbaar gemaakt, een wankel evenwicht getoond of juist een volledig evenwichtig beeld geschapen. De horizon van Vanderheyden is bol, verticaal of schuin. Nooit recht. Het perspectief wisselt voortdurend, ook in de foto’s die hij vanuit het vliegtuigraampje maakte op zijn reizen naar India, Nepal, China en Japan. In zijn atelier in ’s-Hertogenbosch, haast naast de gotische St. Jan kathedraal gelegen, kwamen de werelden bij elkaar. Zijn atelier was het laboratorium en figureerde herhaaldelijk in zijn werk. Het is daarmee tot archetypisch symbool geworden voor de werk – en ‘denkkamer’ van de kunstenaar.

Zijn oeuvre is een groeiend universum, waarin kleinschaligheid en grootschaligheid, complexiteit en eenvoud samenvallen. Het heeft op velen van ons een onuitwisbare indruk achtergelaten. Niemand ziet een horizon nog als een rechte lijn. Ook een foto uit een vliegtuigraam zal nooit meer genomen worden zonder het beeld ervan op te roepen dat hij in talloze foto’s, zeefdrukken en schilderijen wist te pakken. Vanderheydens aandacht voor het grote en het kleine, het gewone en het buitengewone hebben een prachtig oeuvre opgeleverd, maar heeft ons vooral de ogen geopend voor de kracht van het geconcentreerde kijken naar de werkelijkheid.

Translation:

On February 27, the artist JCJ Vanderheyden (Jacques van der Heijden) died at the age of 83. The relationship between the museum and Vanderheyden dates from 1957 when he participated in the exhibition ‘Artists in Brabant’. This relationship deepened over time with the artists having solo exhibitions in 1967, 1981, 1983, 2003 and 2009. In addition, during this time, a large number of works were acquired for the collection. In 2004 the artist generously donated a number of works to the museum.

The work of JCJ Vanderheyden centres around observation and a deep reflection on the nature of perception. His work articulated the choices we make when we perceive and interpret what is around us – a process that is needed to filter the multitude of information we receive.

Vanderheyden tried to capture the complexity of reality into a simple image – a theme that fascinated him since the early sixties. Until 1966 he explored this through painting yet in 1967 his focus shifted, like many of his contemporaries, to the new media of  film, video, television and sound in which time, space and light played an important role. Later he would return to painting, employing these characteristics into his works. Until his dead Vanderheyden was always innovative, always looking for the ultimate combination of elements.

His fascination with the horizon began about forty years ago. In particular Vanderheyden looked closely at the power of the line, which becomes visible when two different colored surfaces sit next to one other. Through a simple line a wealth of images could be recalled. Depending on its place in Vanderhayden’s compositions infinity was made palpable, a delicate balance depicted or a composition wonderfully poised. The horizon of Vanderheyden’s is never straight – he works with spheres, verticals or diagonals.  The perspective changes constantly, including in the photographs he took from the airplane window on his travels to India, Nepal, China and Japan. In his studio in ‘s-Hertogenbosch, located almost next to the Gothic St. James Cathedral, the worlds came together. His studio was the laboratory and figured repeatedly in his work. It thus became an archetypal symbol for the work – and the ‘thinking room’ of the artist.

His oeuvre is a growing universe, in which small and large scale, complexity and simplicity coexist. It made an indelible impression on many of us. Nobody sees a horizon as a straight line anymore. A photo from an airplane window will never be taken again without bringing forth the image that he managed to tackle in countless photographs, screen prints and paintings. Vanderheydens attention to the macro and the micro, the ordinary and the extraordinary have made possible an astounding beautiful body of work. More than that, however, it has alerted us to the power and importantce of examining the world around us.

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)