Marcel Broodthaers

Monday, March 9th, 2015

Marcel Broodthaers, poëzie en kunst als een ironisch intellectueel steekspel.

Het werk van Broodthaers wekt verwondering, maar kan ook volledige negatie opleveren. De elegante  palmen die hij als voorbeeld bij de ingang van het Bonnefantenmuseum plaatste kon de entree een vriendelijke uitstraling geven. Men werd verwelkomd in een huiselijke sfeer. Voel je thuis! Maar evenzo kon deze florale entree de bezoeker ontmoedigen of irriteren. Men bezoekt een museum om kunst te bewonderen en er van te genieten. Maar de planten verstoren het beeld en de verwachting en ontnemen het zicht op de kunstwerken.

De tentoonstelling van het werk van Broodthaers in de bibliotheek van het Van Abbemuseum kan dezelfde reactie oproepen. Werken in de vitrines doen denken aan objecten die ook in ieders huis te vinden zijn. Krantenartikelen, uitgeknipte foto’s, advertenties, mysterieuze plastic reliëfs met tekst, snelle notities. De geëxposeerde werken stralen een huiselijke normaalheid uit, de snelle bezoeker ontgaat hun dwarse achtergrond. Maar er is ook een negatief afgedrukte Tractatus-Logico-Catalogicus!  Een vreemde eend in de bijt! De affiniteit met Wittgenstein is opmerkelijk. Wittgenstein, de analytische filosoof is met zijn systematisch logica systeem het tegenovergestelde van Broodthaers. Vandaar dan de aantrekkingskracht?

Le Munuscript Trouve Dans Une Bouteille, Berlin, Edition Rene Block, 1974. Collectie Schmidt

Broodthaers was oorspronkelijk journalist. Een Vlaming die zich van de Franse taal bedient. Opnieuw een contradictie! Broodthaers gaat  ’pas laat in de kunst’, zoals hij zelf zei.  De voornaamste reden is zijn ernstig beperkte financiële armslag. Tijdens de jaren zestig was hij zo arm als een kerkrat, zijn dichterschap leverde geen droog brood op. De beeldende kunst bood hem misschien een uitweg, omdat hij daar lucratieve kanten in zag. Hij hoopte in de beeldende kunst ‘iets onoprechts uit te vinden’ dat hem erkenning en inkomen zou bezorgen. Manzoni, de Italiaanse kunstenaar waarmee hij bevriend was, leverde hem een opening voor het kunstenaarschap. In 1962 verklaarde Piero Manzoni Broodthaers tot kunstwerk. Daar hoorde een certificaat bij, dat voorzien van een signatuur enige waarde vertegenwoordigde en waarmee hij kon exposeren.

Anrwerpen Wide Space Gallery, 13 – 28 januari, 1973, 1 blad. Collectie Schmidt

Broodthaers schreef in de periode dat hij nog een toekomst als dichter voorzag een bundel, getiteld Pensée Bête.  Vertaald in het Nederlands betekent dat ‘Domme Gedachte‘. Hij plakte de resterende niet verkochte bundels met gips aaneen en maakte zo zijn plastische Oeuvre Littéraire. Hij wilde de nieuwsgierigheid naar de inhoud van de kijker opwekken. Maar de kopers reageerde totaal anders. Niemand wilde het gips verbreken om te ontdekken of de tekst inhoudelijk diepzinnig, poëtisch, droevig of mogelijk grappig was. Men beschouwde het werk als een sculptuur en zo werd een onverkoopbaar boek een succes als verkoopbaar sculptuur. Dit opende voor hem perspectieven, vandaar ook zijn fascinatie voor eierschalen, steenkolen en mosselen. Het woordenspel met ‘la moule’, de mossel en ‘le moule’ , de mal,  is een sprekend voorbeeld: de mossel heeft zich in zijn eigen vorm gegoten!

Door objecten en materialen uit hun context te halen en ze los te koppelen van hun eigenlijke betekenis, schiep hij een nieuwe samenhang. Al zijn werk daarna blijft evenwel de band met de poëzie behouden. In de tentoonstelling in de bibliotheek van het van Abbemuseum is deze band met de dichtkunst onverbrekelijk. Daarom  wordt van de kijker een associatieve vaardigheid veronderstelt die hem staat stelt de betekenis van de werken te kunnen lezen.

Kunst heeft voor Broodthaers een eigen inhoudelijke lading. Ergens noemt hij het ‘verachtelijke koopwaar’, maar dan wel een koopwaar die in de handel nauwelijks een koper kan vinden.  Veel van zijn kunstwerken dragen deze tweeslachtige houding in zich. Een typisch voorbeeld hiervan is  zijn ‘toverleitje’. Op het leitje staat zijn signatuur die een waarde vertegenwoordigd, maar als men een ondoordachte beweging maakt, verdwijnt de signatuur en is het leitje een waardeloos object.

Broodthaers blijft ook als hij als beeldend kunstenaar werkzaam is, een onhandige dichter. Veel werk van hem is door zijn vrouw gemaakt, hij leverde de ideeën.

Zijn parodie op het museum is zijn environment Musée d’Art Moderne. In zijn eigen huis richtte hij een tentoonstelling in van topwerken van beeldende kunst. Hij liet de tentoonstelling door belangrijke museum coryfeeën openen. Hij was tegelijkertijd curator, directeur, gids, suppoost. Daarom droeg hij bij die gelegenheid een ‘museumpetje’ om zijn functioneren duidelijk te maken. Overal stonden kisten voor schilderijen met opschriften als ‘with care – keep dry’.  Aan de muur hingen alle belangrijke kunstwerken van de westerse moderne kunst, alleen niet in originele gedaante, maar als prentbriefkaart. Daarna volgde nog de tentoonstelling Département des Aigles en andere tentoonstellingen, zoals Section dÁrt Moderne. Vlak voordat hij stierf maakte hij La Salle Blanche, een reconstructie van zijn eigen huis, een lege kamer waar de muren en plafond volgeschreven waren met termen uit de kunstwereld. Niets was echt, en dat was zijn werkelijkheid!

Musee d’ Art Moderne A Vendre 1970 -1971, Pour Cause De Faillite – Section Financiere, Departements des Aigles. Keulen, Galerie Michael Werner

In de moderne kunst ontstonden parallelle ontwikkelingen. De meeste nieuwe stromingen ontstonden in het begin van de twintigste eeuw en vonden hun eerste oorsprong in de negentiende eeuw. De negentiende-eeuwse romantiek en het impressionisme leverden een voedingsbodem voor elementaire gedachten over kunst. Geïnspireerde ontdekkingen en genialiteit zorgden ervoor dat stijlen zich konden exploreren en dat de nieuwe impulsen vindingen opleverden. ‘Nouveau trucs, nouvelle combines’ volgens Broodthaers op basis van persoonlijke beslissingen.

Broodthaers is een kunstenaar die vertrouwde op zijn plotselinge invallen. Invallen die bij de kijker verwarring moesten veroorzaken. Zijn verbeelding voerde alle kanten op, onverwachte wendingen is zijn fort. Broodthaers is geen kunstenaar zoals bijvoorbeeld Dibbets die in de abstractie ondanks zijn beweeglijkheid en inventiviteit, strakke principes elementair vindt en die het werk consequent en stap voor stap verder helpt ontwikkelen.

Museum-Museum, Heidelberg, Edition Staeck, 1972

Kunst heeft raakvlakken met de omgeving, de context, architecturaal, politiek en sociaal-maatschappelijk. Intelligent als Broodthaers is, maakt hij gebruik van dit sociaal-maatschappelijke aspect. Hij wil zijn kunstwerken laten functioneren binnen die context. Door zijn installaties ontneemt hij andere kunstwerken hun directe betekenis. Hij voegt waarschuwingen toe aan zijn kunstwerken, Hij vraagt de kijker om zich te realiseren dat de dingen niet zijn zoals ze zich presenteren. In zijn plastic reliëf Museum/Museum bijvoorbeeld legt hij een relatie met imitatie en vervalsing. Samenvattend kan men zeggen dat hij wel de vraag stelt naar het nut van artistieke innovaties van de kunstenaar die met zijn kunst maatschappelijke evoluties teweeg wil brengen. Maar helaas bekent hij dat zijn kritiek alleen gezien wordt door een verdraagzame culturele omgeving. En deze omgeving presenteert zijn werk in een perfecte setting en wordt alleen door de culturele elitaire bezoeker bekeken en gewaardeerd. Het ontgaat hen dat zij te maken hebben met een kunstenaar die spottend een intellectueel steekspel speelt.

pvb

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)