Broodthaers

Tuesday, January 10th, 2012

Marcel Broodthaers (2)

In de collectie van het Van Abbemuseum neemt de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers een belangrijke plaats in. Hij is een van de sleutelfiguren van de conceptuele lijn in de kunstgeschiedenis, die vooral wordt gekenmerkt door de reflectie op het functioneren van de kunst zelf. Het Van Abbemuseum bezit een ruim aantal werken van deze kunstenaar: een tiental prenten op papier, vier multipels, een serie van negen prenten op canvas, zijn diawerken en het in 1993 verworven monumentale ‘Tapis de Sable’ (1974) uit de serie ‘décors’

Tapis de Sable (1974); verwerving: 1993

Ook in de tentoonstellingsgeschiedenis van het Van Abbemuseum speelt het werk van Broodthaers een terugkerende rol. Na de presentatie van bijna alle diawerken tijdens het tentoonstellingsseizoen 1992-1993 toonde het museum in 1995 onder de titel ‘Het Broodthaers-kabinet’ de grafische edities van de kunstenaar uit de collectie van het Groeningemuseum te Brugge.

Dan zijn er nog ‘verborgen’ sporen van het werk van Broodthaers te vinden in de bibliotheekcollectie en de archieven van het museum. Zo bezit de bibliotheek een verzameling kunstenaarsboeken, waaronder het in 1969 in boekvorm vervaardigde ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard, Image’.

Foto: Antwerpen, Galerie Wide White Space, 1969

Foto: Antwerpen, Galerie Wide White Space, 1969

Broodthaers’ hergebruik van objecten en kunstwerken betreft niet alleen zijn eigen werk, maar ook het werk van diegenen die hem als dichter en beeldend kunstenaar inspireren. De dichter Stéphane Mallarmé wordt bijvoorbeeld door hem beschouwd als de voorloper van de moderne kunst; als de geest waarin ruimte en beeld samenkomen en als de uitvinder van de moderne ruimte.

Met name het gedicht ‘Un coup de dés …’, dat hem rond 1945 werd geschonken door de Belgische kunstenaar René Magritte maakt grote indruk. In 1969 vervaardigt Broodthaers zijn eigen ‘Un coup de des…’, dat zowel in boekvorm als op 12 aluminium platen werd uitgegeven. De tekst vervangt hij door zwarte balken die de oorspronkelijke typografie nauwkeurig volgen. De woorden worden tot beeld getransformeerd en zinnen zijn niet langer leesbaar. Broodthaers’ zwarte balken lijken te zweven in de ruimte van de pagina waardoor het ritme zowel als het enigmatische karakter van het gedicht in geabstraheerde vorm worden benadrukt.

Manuscript 'Un coup de dés...', 1969 ; In: Marcel Broodthaers : Projections (Van Abbemuseum, 1994)

In het manuscript blijkt dat Broodthaers naast deze beide edities ook een diaprojectie wilde maken die hij omschrijft als ‘système de lecture’. In de onvoltooide diaserie ‘Mallarmé. Un coup de dés’ is het gedicht in afzonderlijke beeldfragmenten uiteen gerafeld. Op deze wijze vormt de serie de verbeelding van een manier van ‘lezen’ waarin het fragmentarische en hermetische karakter van Mallarmé’s poëzie wordt onderstreept.

In het archief vinden we een open brief van Marcel Broodthaers aan de Duitse kunstenaar Joseph Beuys.

Marcel Broodthaers : Offener Brief an Joseph Beuys 28-09-1972 (Archief Bibliotheek Van Abbemuseum)

Marcel Broodthaers : Offener Brief an Joseph Beuys 28-09-1972 (Archief Bibliotheek Van Abbemuseum)

Marcel Broodthaers : Offener Brief an Joseph Beuys 28-09-1972 (Archief Bibliotheek Van Abbemuseum)

In deze open brief vraagt Broodthaers aan Beuys om te reflecteren op de voorwaarden waaronder zijn werken ontstaan. Hij herinnert Beuys aan het feit dat artistieke productie onlosmakelijk verbonden is met haar institutionele kaders, wat op haar beurt de structuur van het kunstwerk bepaalt. Broodthaers schreef deze brief naar aanleiding van een tentoonstelling in het Guggenheim Museum te New York [1972]. In deze tentoonstelling werd werk getoond van kunstenaars uit Parijs, Düsseldorf en Amsterdam. Ook Joseph Beuys en Marcel Broodthaers waren daarin opgenomen.
Marcel Broodthaers vond echter het deelnemen aan een tentoonstelling in het Guggenheim Museum problematisch; sterker nog, hij trok zich uiteindelijk terug. De reden hiervoor was een gebeurtenis van een jaar ervoor, waarin de eerste Amerikaanse museumpresentatie van Hans Haacke zes weken voor de gestelde opening werd geannuleerd. Het museum annuleerde deze expositie omdat Haacke weigerde zijn politiek geëngageerde werk ‘Shapolsky e.a. De Manhattan Onroerend Goed Maatschappijen, Sociaal Systeem van de Werkelijke Tijd’ en zijn ‘Visitor’s Poll’ terug te trekken uit de tentoonstelling.

Shapolsky et al. Manhattan Real Estate Holding, a Real Time Social System, as of May 1, 1971 ; In: Hans Haacke (Van Abbemuseum, 1979), p. 7

De conservator van de tentoonstelling Edward F. Fry werd op staande voet ontslagen toen hij het werk publiekelijk verdedigde. De bewaking van de waardevrijheid van het museum stond voorop bij directeur Thomas Messer. Toen de tentoonstelling met de kunstenaars uit Düsseldorf opende in het Guggenheim, werd duidelijk hoe snel en gemakkelijk de politieke boodschappen van Joseph Beuys werden geabsorbeerd door het instituut. Beuys toonde een ensemble bestaande uit een primitieve vlag en een koffer uit bont, getiteld ‘Gundfana of the West-Genghis Kahn Flag’. Daarnaast toonde hij een object dat inzicht gaf in het sociale programma van zijn Organization für direkte Demokratie durch Volksabstimmung. Deze beide stukken die door de kunstenaar expliciet werden bestempeld als politiek, werden getoond in hetzelfde museum waar een jaar eerder Haacke’s werk vanwege de politieke inhoud werd geweigerd.
Gevoelig voor de politieke redenen van een museum om een werk toe te laten of af te wijzen besloot Broodthaers zijn werk terug te trekken uit solidariteit met Hans Haacke. Beuys daarentegen bleef onverschillig ten aanzien van deze daad van censuur. Beuys’ houding leidde tot het vermoeden dat er een verband bestaat tussen zijn definitie van kunst en politiek en zijn onverschilligheid ten aanzien van een werkelijk politiek conflict. Dat is de reden waarom Broodthaers exact die vraag stelde. Broodthaers formuleerde de kritiek op Joseph Beuys in de vorm van historische fictie.In zijn open brief stelt hij dat hij in een vervallen gebouw in Keulen een brief van Jacques Offenbach aan Richard Wagner heeft gevonden. Omdat Beuys’ thuishaven Keulen was wilde hij hem de brief niet onthouden en zond hem een kopie. In het gefragmenteerd document verhaalt Offenbach over het meningsverschil tussen zijn en Wagners’ definiëring van de relatie tussen kunst en politiek. Hij spreekt zijn twijfels uit over het feit dat Wagner onder patronage staat van Ludwig II. In de historische fictie zit een verwijzing naar de gebeurtenis uit 1971 in het Guggenheim.Koning Ludwig II stuurde Hans H. weg uit zijn kasteel. Zijne Majesteit prefereert U als zijn specialist voor de composities voor fluit. Ik kan het begrijpen als het een zaak van artistieke keuzes was. Maar is het enthousiasme dat Hare Majesteit ten toon spreid voor U niet ook gemotiveerd vanuit een politieke keuze? Ik hoop dat deze vraag U net zoveel verontrust als hij mij doet. Wie dient U, Wagner? Waarom? Hoe?.’ Offenbach en Wagner zijn meer dan alleen alter ego’s voor respectievelijk Broodhaers en Beuys. Zij tonen twee fundamenteel verschillende opvattingen over de sociale rol van de kunstenaar aan.

Suggesties voor verder lezen:
M. Broodthaers, ‘Mon cher Beuys’, Düsseldorf, 25-09-1972. Gepubliceerd in ‘Politik der magie? Offener Brief von Broodthaers an Beuys’, Rheinische Post, 3-10-1972
B.H.D. Buchloh, ‘Open Letters, Industrial Poems’, October, No. 42 (Fall) 1987, pp 67-100
B. Pelzer, ‘Recourse to the letter’, October, No. 42 (Fall) 1987, pp. 174-176
S. Germer, ‘Beuys, Haacke, Broodthaers’, in: Joseph Beuys, The Reader, London, 2007
Hans Haacke, Deel 1, tent. cat. Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven, 1979

Translation:

The Belgian artist Marcel Broodthaers is one of the  important artists in the collection of the Van Abbemuseum. He is one of the key figures in the line of conceptual art, primarily characterized by the reflection on the function of art itself. The Van Abbemuseum has a large number of works by this artist: a dozen prints on paper, four multiples, a series of nine prints on canvas, slide works and the monumental installation ‘Tapis de Sable’ (1974) from the series ‘décors’, acquired in 1993. 

In the exhibition history of the Van Abbemuseum the work of Broodthaers also plays a recurring role. After the presentation of almost all slide works during 1992-1993 the museum showed in 1995 under the title ‘The Broodthaers Cabinet’ graphic editions of the artist from the collection of the Groeningemuseum from Bruges.

‘Hidden’ traces of the work of Broodthaers can be found in the library and the archives of the museum. The library collection of artists books includes for instance the book ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard, Image’  (1969). Broodthaers’  reuse of objects and artworks concernes not only his own work but also the work of those whom he regardes as inspiring to him as poet and artist. The poet Stephane Mallarmé for example is regarded by him as the forerunner of modern art, as the spirit in which space and image come together and as the inventor of the modern space. 

In particular the poem ‘Un coup de dés … ‘ that around 1945 was donated to him by the Belgian artist René Magritte made a big impression. In 1969 Broodthaers manufactured his own ‘Un coup de dés …’, both in bookform and on 12 aluminum plates. The text was replaced by black bars which follow the original typography closely. The words are transformed to image and sentences are no longer legible. Broodthaers’ black bars appear to float in the space of the page so the rhythm as well as the enigmatic character of the poem are emphasized in an abstract form. The manuscript shows that Broodthaers in addition to these two editions also wanted to make a slide show which he describes as ‘système de lecture’. In the unfinished slideshow ‘Mallarmé. Un coup de dés’ the poem is unraveled into separate fragments. In this way the series captured the imagination of a way of ‘reading’ in which the fragmentary and hermetic nature of Mallarmé’s poetry is underlined.

In the archives we find an open letter from Marcel Broodthaers to the German artist Joseph Beuys. 

In this open letter Broodthaers asks Beuys to reflect on the conditions under which his works arise. He recalls Beuys to the fact that artistic production is inseparable from its institutional frameworks, which in turn determines the structure of the artwork. Broodthaers wrote this letter in response to an exhibition at the Guggenheim Museum in New York  (1972). In this exhibition works by artists from Paris, Dusseldorf and Amsterdam were shown. Also Joseph Beuys and Marcel Broodthaers were included.
For Marcel Broodthaers participating in an exhibition at the Guggenheim Museum was problematic. He retired eventually completely. The reason was an event of the year before in which the first U.S. museum presentation of Hans Haacke six weeks before the stated opening was canceled. The museum canceled the exhibition because Haacke refused his politically engaged work ‘Shapolsky etc. The Manhattan Real Estate Companies, Real Time Social System’ and ‘Visitor’s Poll’ to withdraw from the exhibition. The curator of the exhibition Edward F. Fry was fired when he publicly defended the work. The garding of the non-political value of freedom came first in the museum philosophy of director Thomas Messer.
When the exhibition with the artists from Dusseldorf opened at the Guggenheim, it became clear how quickly and easily the political messages of Joseph Beuys were absorbed by the institute. Beuys showed an ensemble consisting of a primitive flag and a suitcase from fur, entitled ‘Gundfana of the West-Genghis Kahn Flag’. In addition, he showed an object that gave insight into the social program of his ‘Organization für directe Demokratie durch Volksabstimmung’. These two pieces were explicitly labeled as political and were shown in the same museum where a year earlier Haacke’s work was refused because of its political content.
Sensitive to the political reasons of a museum to allow or reject a work of art Broodthaers decided to withdraw his work in solidarity with Hans Haacke. Beuys on the other hand remained indifferent to this act of censorship. Beuys’ attitude led to the suspicion that there is a connection between his definition of art and politics and his indifference to a truly political conflict. That is why Broodthaers poses exactly that question. Broodthaers formulated his criticism of Joseph Beuys in the form of historical fiction.
In his open letter he states that he finds in a dilapidated building in Cologne a letter from Jacques Offenbach to Richard Wagner. Because Cologne is the home base of Beuys he wanted to send him a copy of the letter. The document tells us about the disagreement between Offenbach and Wagner on the definition of the relationship between art and politics. He expresses his doubts about the fact that Wagner is under the patronage of Ludwig II. In this historical fiction there is a reference to the event which happened in 1971 at the Guggenheim. ‘King Ludwig has sent Hans H. away from his castle. His Majesty prefers you as a specialist for his compositions for the flute. I can understand his discision if it was a matter of artistic choice. But the enthusiasm that His Majesty showed for you is it not also motivated by a political choice? I hope this question will alarm you as much as it did me. Who are you serving, Wagner? Why? How?.’
Offenbach and Wagner are more than just alter egos for respectively Broodthaers and Beuys. They show two fundamentally different views on the social role of the artist.

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)