Elk

Tuesday, January 31st, 2012

Ger van Elk (5)

De eerste solotentoonstelling in museale context van de Nederlandse kunstenaar Ger van Elk dateert van 1973 en vond plaats in het Van Abbemuseum. De tentoonstelling was niet bedoeld als overzicht van zijn oeuvre, maar werd door directeur Jean Leering gezien als een ‘momentopname’ in de ontwikkeling. Ger van Elk toonde werk van de laatste vier jaar , waaronder inmiddels klassieke werken als ‘La Pièce’ (1971), ‘Het soortelijk gewicht van de kunstzinnige verbeelding’ (1972) en ‘The symmetry of diplomacy’ (1971-1972).

Zaaloverzicht Ger van Elk, solopresentatie 1973

 

Zaaloverzicht Ger van Elk, solopresentatie 1973

 

Zaaloverzicht Ger van Elk, solopresentatie 1973

 

Deze solopresentatie kan gezien worden als een voorbeeld van het denken van de toenmalige directeur Jean Leering over waarneming en werkelijkheid. Van Elk onderzoekt in zijn werk de verhouding tussen verbeelding en werkelijkheid. Hij speelt in zijn werk met verschillende lagen van de realiteit en probeert deze op zijn manier te manipuleren. Zijn werk is serieus, radicaal en humoristisch tegelijk. Hij tracht allerlei tegenstellingen te verenigen: het banale met het serieuze, werkelijkheid met fictie, traditionele kunstgeschiedenis met eigentijdse media. Zo voorziet hij de wereld op een meerduidige wijze van commentaar. Een van de kernen van Leerings denken vormde ook de relatie tussen kunst en werkelijkheid. In een interview met Carel Blotkamp stelde Leering: “Door het zien van kunst kan mijn opvatting over Vietnam gewijzigd en verhelderd worden” (1). Op de vraag welke functies hij toekende aan de beeldende kunst antwoordde hij dat kunst voor hem in de eerste plaats te maken had met “bewustwording van de werkelijkheidsstrukturen”. Kunst kon een verandering teweegbrengen in de waarneming van de toeschouwer met betrekking tot het dagelijks leven. Leering zag de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kunstenaar en de creativiteit van de burger als twee kanten van dezelfde munt.

In een interview met de Duitse kunsthistorica Antje von Graevenitz zei Ger van Elk in 1977 dat hij zijn standpunt steeds wilde herzien. Daar voegde hij aan toe: “Het enige wat men kan doen is tegenspreken” (2). In deze stelling distantieert Van Elk zich van het consequent vervolgen van dezelfde artistieke weg. Hij wil geen consistente herkenbare stijl produceren, maar een dynamische kunst passend bij het onderwerp dat wordt behandeld. Vooral deze onvoorspelbaarheid van zijn oeuvre lijkt de oorzaak te zijn geweest van de zeer uiteenlopende reacties naar aanleiding van zijn eerste tentoonstelling in de pers. De criticus Ton Frenken bestempelde de tentoonstelling in het Eindhovens Dagblad als de ‘Beeldende Barend Servet-Show’ en de uiterst positieve Carel Blotkamp noemde Van Elk ‘Nederlands oorspronkelijkste kunstenaar’ in Vrij Nederland (3).

Na deze presentatie werd aan zijn werk weinig aandacht besteed in het Van Abbemuseum, buiten enkele aankopen. Directeur Jan Debbaut begon vanaf 1997 met de voorbereidingen voor een nieuwe presentatie. Pas in oktober 1999 zou deze tweede tentoonstelling van zijn werk worden gerealiseerd. Hij werd opgesplitst in twee periodes. Het eerste deel ‘De horizon, een geestelijk verschiet’ was gewijd aan het landschap, met werk van oude en recente datum variërend van ‘Los Angeles Free Way Flyer’ uit 1973 tot de ‘Kinselmeer’-serie (1986-1999). Daarnaast werden ook wat klassiekere werken van hem getoond zoals ‘La Pièce’ uit 1971, ‘The Return of Pierre Bonnard’ (1917-1971) en ‘Concave Convex’ uit 1974 en het hangende muurtje uit Wim Beerens’ tentoonstelling ‘Op losse schroeven’ (1969 Stedelijk Museum, Amsterdam)

Ger van Elk in : Op losse schroeven, Stedelijk Museum Amsterdam, 1969

 

Zaaloverzicht ‘De horizon, een geestelijk verschiet’, 1999

 

Zaaloverzicht ‘De horizon, een geestelijk verschiet’ 1999

 

Jan Debbaut verklaarde de keuze van de werken als volgt: ‘Omdat een kunsthistorisch verantwoorde tentoonstelling van een zorgvuldig gekozen segment uit zijn oeuvre op geen enkele manier recht kan doen aan de ontregelende zorgeloosheid van zijn wereldbeeld, noch aan zijn onrustbarende en vreemdsoortige commentaren op een uit het lood geslagen werkelijkheid, noch aan zijn onbekommerde gebruik van ongebruikelijke en soms zelfs onbruikbare media, hebben wij er in nauw overleg met Ger van Elk voor gekozen om de landschappen in te bedden in een groter geheel van werken [...]. Wij menen met onze keuze van de werken in de tentoonstelling het volstrekt onverantwoorde van Ger van Elks kunst op de best mogelijke manier te hebben verantwoord’. Ook in deze verantwoording komt de onvoorspelbaarheid van het werk weer ter sprake.
Direct na ‘De horizon, een geestelijk verschiet’ opende deel 2 ‘De Cadillac en de non’. De titel was ontleend aan een herinnering van Van Elk die tijdens zijn verblijf in Los Angeles in de vroege jaren zestig tot zijn verbazing nonnen in een Cadillac convertible zag rijden. De tentoonstelling bevatte oude foto, dia- en filmwerken zoals ‘The Well-shaven Cactus’ (1969-1971) – oorspronkelijk uitgevoerd in fotografie en in 1970 en 1996 op film vastgelegd – en ‘Some natural aspects of Painting and Sculpture’ (1970-1971).

Zaaloverzicht ‘De Cadillac en de non’ 1999

 

Video The Well-shaven Cactus for Gerry Schum, Identifications, 1970

Deze werken zijn na hun ontstaan vrijwel nooit meer vertoond. Op een enkel werk na is dit deel van zijn oeuvre ook niet opgenomen in openbare verzamelingen. Debbaut beschouwde deze tentoonstelling dan ook als een ‘daad van historische rechtvaardigheid’.
De historische rechtvaardiging was ook wel op zijn plaats want Van Elk wordt regelmatig bestempeld als een van de meest veelzijdige kunstenaars van Nederland. Zijn oeuvre omvat sculptuur, film, fotowerk en schilderijen. Zijn werk is met grote regelmaat te zien geweest bij Galerie Art & Project, het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Rotterdamse Boijmans Van Beuningen. In zijn vroege carrière was hij, naast Marinus Boezem en Jan Dibbets, opgenomen in de baanbrekende experimentele tentoonstellingen ‘When Attitudes Become Form’ (1969) in de Kunsthalle Bern van Harald Szeemann en ‘Op losse schroeven’ (1969) van Wim Beeren in het Stedelijk Museum te Amsterdam. De drie kunstenaars namen ook deel aan de tentoonstelling ‘Rassegna d’Arti Figurativa’ (1968) in Amalfi. Hij was vertegenwoordigd in deze laatste drie tentoonstellingen door het toedoen van de Italiaanse kunstenaar en activist Piero Gilardi (4). Langzamerhand wordt zijn oudere werk opnieuw gewaardeerd, soms zelfs opnieuw uitgevoerd en met terugwerkende kracht aangekocht door musea. Zo kwam het Kröller Müller Museum in het bezit van ‘Replacement Piece‘ (1969/ remake 2011), het Van Abbemuseum ‘The Absorption of the Shadow’ (1969/ remake 1999)

‘The Absorption of the Shadow’, 1999

 

en liet het Stedelijk Museum te Amsterdam ‘The Well Polished Floor’ (1969/1980) uitvoeren voor de tentoonstelling Taking Place in 2011.

'The Well Polished Floor’, Stedelijk Museum Amsterdam 2011

 

Daarnaast zijn een aantal hedendaagse kunstenaars als Jeroen Eisinga, Marijke van Warmerdam en Aernout Mik schatplichtig aan hem wanneer wij denken aan het oudere oeuvre.
‘Wie zijn oeuvre overziet, herkent juist in het vroege werk een radicale vraagstelling over de grondslagen van de beeldende kunst. Wat is het belang van het materiaal? Wat is het belang van het idee? Hoe verhouden materiaal en idee zich tot elkaar? [...] Kunst was allereerst de expressie van een concept, als de formulering van een idee. De zuiverheid van kunst was hem [Van Elk] al te zuiver, slechts bestaanbaar in het vacuüm onder een stolp, losgezongen van de wereld. Het zuivere moet, begreep hij, juist besmet worden met een zekere mate van onzuiverheid, wil kunst nog betekenis kunnen hebben in onze tijd’ (5).

Noten:

(1.) C. Blotkamp, Vrij Nederland, 02-07-1969
(2.) Tent. cat. ‘Ger van Elk’, Karlsruhe, Badischer Kunstverein, 1977, p. 48
(3.) T. Frenken, ‘Beeldende Barend Servet-show’, Eindhovens Dagblad, 12-01-1973 ; C. Blotkamp, ‘Nederlands oorspronkelijkste kunstenaar’, Vrij Nederland, 10-02-1973
(4.) Piero Gilardi (Turijn 1942) vervaardigde aanvankelijk grote, hyperrealistische sculpturen uit polyurethaan en schuimrubber die hij Tappeti-natura (natuurtapijten) noemde. Met deze sculpturen, die interactief zijn, probeerde hij het samenspel tussen toeschouwer en kunstwerk, tussen individu en omgeving en tussen natuur en cultuur op een ander plan te brengen. Grote bekendheid verwierf hij ook als criticus van de kunstrichting die door hemzelf ‘Micro Emotive Art’ en door Germano Celant ‘Arte Povera’ werd genoemd. In de jaren zeventig staakte hij zijn werkzaamheden als kunstenaar en reisde hij, bouwde een cultureel netwerk op, schreef theoretische analyses en hield zich bezig met politieke, culturele en sociale vraagstukken. In 1983 keerde Gilardi terug in de kunstwereld en begon aan een nieuwe serie Tappeti-natura. Zijn hoofdthema’s werden nu de nieuwe media, virtual reality en interactieve installaties. Daarnaast werkt hij aan zogenaamde Relational Art-projecten waarin hij politiek activisme en maatschappelijk gefundeerde doelstellingen combineert rondom natuur en maatschappij. Van 08-09-2012 tot 06-01-2013 wordt Gilardi’s werk gepresenteerd in het Van Abbemuseum.
(5) R. Kaal, ‘De Cadillac en de non’, in tent.cat. ‘De Cadillac en de non’, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1999, p. 33

Suggesties voor verder horen en lezen:

Maratoninterview met Ger van Elk:  De avonden VPRO

J. Leering, R. Kaal, R. Fuchs, ‘Ger van Elk’, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1973
J. Debbaut, J. Lageira, ‘De horizon, een geestelijk verschiet’, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1999
J. Debbaut, R. Kaal, ‘De Cadillac en de non’, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1999
R. Fuchs, ‘Tussen kunstenaars’, Amsterdam, 2002, pp. 271-290

Translation :

The first solo exhibition of the Dutch artist Ger van Elk in the context of a museum dates from 1973 and took place in the Van Abbemuseum. The exhibition was not intended as an overview of his oeuvre, but was by director Jean Leering seen as a ‘momentum’ in the artists development. Ger van Elk presented work of the last four years, including the now classics as ‘La Pièce’ (1971), ‘The specific gravity of the artistic imagination’ (1972), and ‘The symmetry or diplomacy’ (1971-1972).

This solo presentation can be seen as an example of the way of thinking about perception and reality by director Jean Leering. In each of his works Van Elk researches the relationship between imagination and reality. He plays within his work with different layers of reality and tries to manipulate them. His work is serious, radical and humorous at the same time. He tries to unite all kinds of contradictions: the banal to the serious, fact with fiction, traditional art with contemporary media. Thus, he looks at the world in an ambiguous manner of commentary. One of the core elements of Leerings thinking was the relationship between art and reality. In an interview with Carel Blotkamp Leering said: ‘By seeing art my opinion on Vietnam can be changed and clarified.’ (1) When asked what features he attributed to the visual arts, he replied that for him art in the first place had to do with ‘awareness of the structures in reality’. Art could bring about a change in the perception of the viewer in relation to everyday life. Leering saw the social responsibility of the artist and the creativity of the citizen as two sides of the same coin.

In an interview with the German art historian Antje von Graevenitz in 1977 Ger van Elk stated that he constantly wanted to revise his position. He added : ‘The only thing one can do is argue.’ (2) In this statement he dissociates himself from the consistent following of the same artistic path. He didn’t want to produce one consistent and recognizable style, but a dynamic art appropriate to the subject being addressed. Especially the unpredictability of his work seems to have been the cause of the very different reactions in response to his first exhibition in the press. The critic Ton Frenken labeled the exhibition at the Eindhoven Dagblad as the ‘Fine-Barend Servet Show’ and the very positive Carel Blotkamp stated in Vrij Nederland, Van Elk was the ‘most original Dutch artist’. (3)

After this first presentation his work received little attention in the Van Abbemuseum, besides some purchases. Director Jan Debbaut started with preparations for a new presentation from 1997 onwards. Only in October 1999, the second exhibition of his work was realized. The exhibition was split into two periods. Part one ‘The horizon, a mental perspective’, was devoted to the landscape, with works ranging from old and recent date, varying from ‘Los Angeles Free Way Flyer’ (1973) to the ‘Kinselmeer’ Series (1986-1999). Some classic works like ‘La Pièce’ from 1971, ‘The Return of Pierre Bonnard’ (1917-1971), ‘Convex Concave’ (1974) and the hanging wall of Wim Beerens’ exhibition ‘Op losse schroeven’ (1969 Stedelijk Museum, Amsterdam) were also displayed.

Jan Debbaut motivated the choice of work as follows: ‘Because no exhibition of a segment of his oeuvre, carefully selected in accordance with art-hstorical principles, could hope to do justice to the unsetting insouciance of his world view, or his disquieting and outlandish commentary on a disjointed reality, or to his nonchalant use of unusual and occasionally even unusable media, we decided in close consultation with Ger van Elk, to embed the landscapes in a larger body of works. [...] We feel that with our choice
of works for this exhibition we have given the best possible account of the totally unaccountable art of Ger van Elk’.

In this account, the unpredictability of the work again is discussed.
Immediately after ‘The horizon, a mental perspective’ part 2 ‘The Cadillac and the nun’ opened. The title was borrowed from a memory of Van Elk during his stay in Los Angeles in the early sixties. To his surprise he saw nuns driving in a Cadillac convertible. The exhibition contained old photographs, slides and films such as ‘The Well-shaven Cactus’ (1969-1971) – originally in photography and in 1970 and 1996 captured on film – and ‘Some natural aspects of Painting and Sculpture’ (1970-1971).

These works were after their creation almost never shown. Besides a single work this part of his oeuvre was not included in public collections. Debbaut therefore considered this exhibition as an ‘act of historic justice.’ The historical justification was in place for Van Elk because he is regularly described as one of the most versatile artists of the Netherlands. His oeuvre includes sculpture, film, photo and paintings. His work has been seen with great regularity at Gallery Art & Project, the Stedelijk Museum in Amsterdam and Rotterdam Boijmans Van Beuningen. In his early career he was, alongside Marinus Boezem and Jan Dibbets, included in the groundbreaking experimental exhibition ‘When Attitudes Become Form’(1969) at the Kunsthalle Bern curated by Harald Szeemann and ‘Op losse schroeven’ (1969) by Wim Beeren in Stedelijk Museum in Amsterdam. The three artists also participated in the exhibition ‘Rassegna d’Arti Figurativa’ (1968) in Amalfi. He was presented in these last three exhibitions through the Italian artist and activist Piero Gilardi.(4) Gradually his older work became appreciated again, sometimes remade and retroactively purchased by museums. Thus the Kröller Müller Museum came in the possession of ‘Replacement Piece’ (1969 / remake 2011), the Van Abbemuseum got ‘The Absorption of the Shadow’ (1969 / remake 1999) and the Stedelijk Museum in Amsterdam remade ‘The Well Polished Floor’ (1969/1980) for the exhibition ‘Taking Place’ in 2011.

There are a number of contemporary artists such as Jeroen Eisinga, Marijke van Warmerdam and Aernout Mik indebted to him when we think of the older work. ‘Anyone surveying his oeuvre notices that his early work in particular contains a radical questioning of the foundations of visual art. What is the importance of the material? What is the importance of the idea? How do material and idea relate to one another? [...] Art was first and foremost the expression of a concept, in any material whatsoever, or if need be without material, as the formulation of an idea’. (5)

Notes:

(1.) C. Blotkamp, Vrij Nederland, 02-07-1969
(2.) Tent. cat. ‘Ger van Elk’, Karlsruhe, Badischer Kunstverein, 1977, p. 48
(3.) T. Frenken, ‘Beeldende Barend Servet-show’, Eindhovens Dagblad, 01-12-1973, C. Blotkamp, ‘Nederlands oorspronkelijkste kunstenaar’, Vrij Nederland, 10-02-1973
(4.) Piero Gilardi (Turin 1942) originally produced large, hyper-realistic sculptures of polyurethane foam ‘Tappeti-natura’ (natural carpets). With these interactive sculptures, he tried to bring the interplay between viewer and art, between individual and environment and between nature and culture on another plane. He gained fame as an art critic and named one movement ‘Emotive Micro Art’. In the seventies he stopped his artistic work and started to travel, built a cultural network, wrote theoretical analysis and was involved in political, cultural and social issues. In 1983, Gilardi returned back into the art world and began a new series natural carpets. His main themes were now the new media, virtual reality and interactive installations. He is also working on so-called Relational Art projects in which he combines political activism and social objectives around nature and society. From 08-09-2012 to 01-06-2013 Gilardi’s work is presented in the Van Abbemuseum.
(5.) R. Kaal, ‘The Cadillac and the nun’, in tent.cat. The Cadillac and the nun, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1999, p. 33

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)