Gordon

Monday, February 6th, 2012

Douglas Gordon (7)

De Vonderweg – een voormalige bedrijfswinkel van Philips – bood met haar 1.200 vierkante meter een tentoonstellingsoppervlakte, industriële uitstraling en het ontbreken van daglicht een mogelijkheid bij uitstek voor kunstenaars die veelal procesmatig of audiovisueel werk maakten. (1) De eerste museale solotentoonstelling van de Schotse kunstenaar Douglas Gordon (Glasgow 1966) in het najaar van 1995 past in dit kader. (2) Bij de tentoonstelling werden in de ruimte op monitoren en videoschermen tapeloops geprojecteerd van een spartelende, op zijn rug liggende vlieg, en fragmenten van een medische demonstratiefilm die de grimassen van een man toonde die in een shock geraakt door een tekort aan insuline. Deze beelden van fysieke en mentale onmacht, van gemoedtoestanden die leken te variëren van pijn tot extase vonden hun tegenhanger in de welhaast weldadige installatie ‘Something between your mouth and my ear’ (1994). Een blauwe kamer waarin dertig popsongs uit Gordon’s geboortejaar klonken. Dit was de muziek die zijn moeder had gehoord toen zij zwanger was en die de kunstenaar op een of andere wijze zouden hebben beïnvloed.

Blauwe kamer : 'Something between your mouth and my ear’ (1994)

Blauwe kamer : 'Something between your mouth and my ear’ (1994)

 

The final playlist is:

the kids are alright – the who
rum, turn, rum – the byrds
I am a rock – simon & garfunkel
monday, monday – the mamas & papas
god only knows – the beach boys
Fm a believer – the monkees
here, there and everywhere – the beatles
I want you – bob dylan
5d – the byrds
the sun ain’t gonna shine anymore – the walker brothers
homeward bound – simon & garfunkel
last train to clarksville – the monkees
I’m only sleeping – the beatles
sunny aftemoon – the tanks
pretty flamingo – manfred mann
roadrunner – junior walker
paint it black – the rolling stones
summer in the city – the lovin’ spoonful
my generation – the who
all or nothing – the small faces
she said – the beatles
8 miles high – the byrds
19th nervous breakdown – the rolling stones
sha la la la lee – the small faces
wild things – the troggs
we’ve gotta get outta this place – the animals
making time – the creation
substitute – the who
under my thumb – the rolling stones
out of time – chris farlowe

Zaaloverzicht solotentoonstelling Douglas Gordon, 1995

 

Zaaloverzicht solotentoonstelling Douglas Gordon, 1995

 

Zaaloverzicht solotentoonstelling Douglas Gordon, 1995

 

Sommige bezoekers vonden na de opening in hun jas in de afgesloten garderobe een dia met een filmstill van een man die behept lijkt te zijn met paranormale gaven en die dreigend op je af lijkt te komen met grote vooruitgestoken handen: ‘Pocket Telepathy’ getiteld.

Pocket Telepathy

 

Douglas Gordon gebruikt tekst, muziek en film- en videobeelden in zijn werk. Aanvankelijk gebruikt hij fragmenten van bestaande films, die hij vervreemdt door het gebruik van slow-motion, versnelling [fast forward] of dubbelzijdige vertoningen.

Filmfragment ’24 Hour Psycho’, 1993

 

Een voorbeeld hiervan is zijn beroemdste werk ‘24 Hour Psycho’ uit 1993 waarin hij door gebruik te maken van extreme vertraging de herinnering en herkenning van Hitchcocks ‘Psycho’ weet te saboteren. Op deze manier tracht hij oude filmfragmenten te reactiveren. Hij biedt ze op ‘neutrale‘ wijze aan; toch kunnen ze hevige emoties of andere associaties oproepen.

Voortdurend worden moralistische criteria als goed en slecht ondervraagt. Hij doet dit op een suspenseachtige manier en weet zo het privédomein van de toeschouwer binnen te dringen, soms zelfs zover dat het een gevoel van onbehagen en zelfs angst oplevert. Een aantal van de gasten op de opening reageerden geschrokken op de vondst in hun jaszak. Hoe kon iemand bij hun jas geraken en er iets in verstoppen in een bewaakte garderobe? Wiens eigendom was de gevonden dia? Wat voor een griezel stond erop? Wat had dit te betekenen? Bijna niemand ervoer het als een leuk cadeautje, sterker nog, het museum werd herhaaldelijk gebeld om opheldering te vragen.

Douglas Gordon is vooral geïnteresseerd in de manier waarop de mens betekenis toekent aan een bepaalde gebeurtenis, hoe bepalend de context is, als ook de sturing van de eigen geest onder invloed van de herinnering. Het geheugen en het vermogen van de geest om betekenis te scheppen waar die ogenschijnlijk niet te vinden is en betekenis te wissen wanneer de werkelijkheid ondraaglijk wordt, zijn veelvoorkomende thema’s.

De vroege op tekst gebaseerde werken, met als bijvoorbeeld de serie ‘Letters and Instructions’, betroffen korte zinnen als ‘Wij zijn het kwaad’, ‘Ik heb de waarheid ontdekt’ of ‘Niets kan voorgoed verborgen worden’, werden als muurtekening op openbare gebouwen geplaatst. Maar Gordon stuurde ze ook over de post als persoonlijke brief of als abrupt gesproken woorden door de telefoon. Weliswaar bescheidener, maar ook meer indringend en effectief. Hun betekenis schommelt tussen een innerlijke wereld van hoogst particuliere ervaringen en een uiterlijke wereld van collectieve sociale herinnering. Ook directeur Jan Debbaut ontving een aantal van deze ‘brieven’, sommige waren anoniem, anderen ondertekend door de kunstenaar. De meeste brieven werden verzonden in de periode 1991-1992, waarna tussen 2000 tot 2011 er incidenteel nog een aantal volgden. Brieven met ‘Someone is looking’, ‘I am aware of what you have done’ en ‘I’m closer than you think’ hadden ook hun uitwerkingen op de ontvanger. Ofschoon bekend was wie ze verzond en ze konden worden ingekaderd binnen het gebied van de kunst bleven het keer op keer onbehaaglijke en dubbelzinnige momenten. Een brief sprong eruit met de tekst: ‘If only you were hot or cold. But you are neither hot nor cold. I am going to vomid you out of my mouth’ uit 6 april 1992. Bij nader onderzoek blijkt dit een Bijbels citaat te zijn en deze herkenning stelt de inhoud in een ander daglicht.

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

Correspondentie Douglas Gordon met Jan Debbaut

 

In een interview in Frieze magazine gaat Gordon nader op de brieven in:

‘They are not anonymous. The idea is to project a role that is morally ambiguous, and this means that issues of responsibility come into it. I am not interested in picking names at random from a phonebook or whatever. There has to be some kind of relationship between me and the person receiving the letter – it might be that we met casually, or through the art world, or are in a show together, or sometimes it will be people who crop up on the mailing lists of galleries and museums. I think the letters are kind of friendly. I always address them ‘Dear so and so’, and I sign them ‘Yours, Douglas’. (3)

Maar die vriendelijkheid komt binnen in de vorm van een brief die uiterlijk een zekere mate van anonimiteit van geprinte correspondentie uitstraalt.

‘At first I didn’t realise that some of the people who I was sending things to had actually been receiving seriously upsetting letters; maybe from artists who’d been rejected for shows, and so on. And I didn’t want mine to appear like the clichéd ‘cranky’ kind of thing where someone would paste up a message by cutting words from a newspaper or whatever. I go to some length to make the presentation appropriate. The envelopes are standard, and clean, and the letters have the date and the city it was sent from, just like a regular letter. And some of them have colour – so they are quite beautiful’.

De brieven en ook de actie met de dia bevestigen de rol die Douglas Gordon voor zichzelf heeft gekozen in de dialoog tussen kunstenaar en toeschouwer. Het merendeel van zijn tekstwerken richten zich echter direct tot ons door het gebruik van woorden als ik, jij en mij. Ook de dia heeft deze directe werking. Ze onderstrepen de fascinatie van de kunstenaar met taal en haar mogelijkheden tot meerduidige interpretatie. Maar ook tonen ze de bijzondere gevoeligheid voor de persoonlijke geheimen en particuliere bezigheden die de tekst of de afbeelding bij de toeschouwer oproept.

Douglas Gordon, 2011

 Noten:

(1.) Onder de titel ‘Entr’Acte’ opende op 14 april 1995 deze tijdelijke vestiging.
(2.) Een jaar eerder was zijn werk voor het eerst in Nederland te zien op de groepstentoonstelling ‘Watt’, in Witte de With en De Kunsthal te Rotterdam.
(3.) T. Lawson, ‘Hello, It’s me’, Frieze, 9 (March-April), 1993, pp. 14-17

Suggesties voor verder kijken en lezen:

-  Zaaloverzichten, persberichten en folders tentoonstelling 1995 : bibliotheekcatalogus     
- Interview: http://www.vice.com/nl/art-talk/douglas-gordon
- D. Gordon, F. McKee, T. Lawson … [et al.] ; interview J. Debbaut, ‘Kidnapping’, Van Abbemuseum, Eindhoven, 1998
- K.M. Brown, interview D. Gordon, ‘DG Douglas Gordon’, Tate Publishing, Londen, 2004

Translation :

The Vonderweg – a former company store of Philips – offered with its 1,200 square meter exhibition area, industrial look and the lack of daylight an opportunity for artists who were predominantly process-oriented and producing audiovisual work. (1) The first solo exhibition in the context of a museum by Scottish artist Douglas Gordon (Glasgow 1966) in the autumn of 1995 fits into this framework. (2) In the exhibition there were throughout the space on monitors and video screens tape loops projected with a sprawling on his back lying fly, and fragments of a medical demonstration film that showed the grimaces of a man in shock hit by a shortage of insulin. These images of physical and mental incapacity, of states of mind which seemed to range from pain to ecstasy found their counterpart in the almost benevolent installation ‘Something between your mouth and my ear’ (1994). A blue room where thirty pop songs from Gordon’s year of birth sounded. This was the music his mother had heard when she was pregnant and that somehow would have affected the artist.

During the opening some visitors found after taking their coats from the closed wardrobe a slide with a film still of a man in their pocket. The man on the slide seems to be psychical gifted and looks threatening as he seems to come with large outstretched hands towards you: ‘Pocket Telepathy’ titled.

Douglas Gordon uses text, music and film and video in his work. Initially he used fragments of existing films, which he alienated by the use of slow motion, acceleration (Fast Forward) or double sided displays.

An example is his most famous work ‘24 Hour Psycho’ from 1993 in which he uses extreme delay to sabotage our recall and recognition of Hitchcock’s ’Psycho’. In this way he tries to reactivate old film clips. He offers them in a neutral manner, yet they can evoke strong emotions or recall other connections. He constantly questiones moral criteria like good and bad and does this in a suspense like way. He even knows how to penetrate the private domain of the viewer, even so far that it yields a feeling of unease and fear. Some of the guests at the opening responded shocked at the discovery in their pockets. How could anyone get to their coats in a guarded wardrobe and hide someting in it? To whom belonged the slide? What a horrable man was on it? What did this mean? Hardly anyone took it as a nice gift, indeed, the museum was repeatedly called to ask for clarification.

Douglas Gordon is particularly interested in how people assign meaning to a particular event, how a context is determined, as well as the controlling of one’s own mind under the influence of memory. The memory and the ability of the mind to create meaning where it apparently be found and the capability of clearing the mind when reality becomes unbearable are common themes for him.
The early text-based works - such as the series ‘Letters and Instructions’ - concerned short phrases (like “We are evil”, “I’ve discovered the truth” or “Nothing is hidden forever”) were used as wall drawings and placed on public buildings. But Gordon also sent them by post as a personal letter or as abrupt statements spoken on the phone. Although modest, these are more penetrating and effective. Their meaning varies between an inner world of most private experiences and an outer world of collective social memory.

Director Jan Debbaut also received a number of these letters. Some were anonymous, some signed by the artist. Most letters were sent in the period 1991-1992. Then between 2000 to 2011 a number followed incidentally. Letters with “Someone is looking“, “I am aware of what you have done“ and “I’m closer than you think“ also had their effects on the receiver. Although it was known who sent them and they could be framed within the field of art they were able to repeatedly create uneasy and ambiguous moments. One letter stood out with the text: “If only you were hot or cold. But you are neither hot nor cold. I am going to vomid you out of my mouth“ from 6 April 1992. Upon closer examination this shows to be a biblical quote and this recognition places the content in a different perspective.

In an interview in Frieze magazine Gordon goes further on the letters: ‘They are not anonymous. The idea is to project a role that is morally ambiguous, and this means that issues of responsibility come into it. I am not interested in picking names at random from a phone book or whatever. There has to be some kind of relationship between me and the person receiving the letter – it might be that we casually, or through the art world, or are in a show together, or sometimes it will be people who crop up on the mailing lists or galleries and museums. I think the letters are kind of friendly. I always address them ‘Dear so and so’, and I sign them ‘Yours, Douglas’. (3) But that kindness comes in the form of a letter which radiates a degree of anonymity of printed correspondence. ‘At first I didn’t realise that some of the people who I was sending things to had actually been receiving seriously upsetting letters; maybe from artists who’d been rejected for shows, and so on. And I didn’t want mine to appear like the clichéd ‘cranky’ kind of thing where someone would paste up a message by cutting words from a newspaper or whatever. I go to some length to make the presentation appropriate. The envelopes are standard, and clean, and the letters have the date and the city it was sent from, just like a regular letter. And some of them have colour – so they are quite beautiful’.

The letters and also the action with the slide confirm the role that Douglas Gordon has chosen for himself in the dialogue between artist and spectator. Most of his text works address themselves directly to us through the use of words like I, you and me. Also the slide has such a direct effect. They underline the artist’s fascination with language and its potential for ambiguous interpretation. But they also show special sensitivity to the personal secrets and private activities that the text or image evokes in the viewer.

Notes:

(1.) Under the title ‘Entr’acte’ this temporary location opened on April 14, 1995.
(2.) A year before his work was first seen in the Netherlands in the group exhibition ‘Watt’, Witte de With in Rotterdam and de Kunsthal.
(3.) T. Lawson, ‘Hello, It’s me’, Frieze, 9 (March-April), 1993, pp. 14-17

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)