Vrienden van Abbemuseum

Thursday, July 7th, 2016

Kunstmap? Net iets voor U!!

De Kunstmap van de Vrienden van het van Abbemuseum? Net iets voor U?

Misschien wilt u als vriend van de kunst en met een voorliefde voor het van Abbemuseum ook thuis genieten van wat een museum u te bieden heeft? De Vrienden zijn met een initiatief gekomen om u bij uw voorliefde te helpen. De Kunstmap!

Wat betekent dat. Dat betekent dat u een prachtige foedraal krijg met daarin een beukenhouten lijst. De komende drie jaar ontvangt u elk jaar drie kunstwerken. Deze weken zijn gemaakt door kunstenaars die een sterke band met het Van Abbemuseum hebben of prominent zijn in de regio. Het eerste jaar ontvangt u een kunstwerk van Bram Hermens, Esther Tielemans en Rogier Arents. Bram Hermens is bekend van zijn imposante muurtekening in het Oog, met als onderwerp zijn visie op de geschiedenis van Afghanistan. Esther Tielemans exposeerde ook in het Oog met een labyrint van geometrische vormen met kleur. Rogier Arents studeerde in Eindhoven en was te zien bij de Dutch Design Week en bij Yksie. De uitgave begint dus met drie gerenommeerde jonge kunstenaars. En de volgende twee jaar zult u steeds opnieuw verblijdt worden met werken van drie andere veelbelovende kunstenaars.

 

Dat betekent dat u in het bezit komt  van:

* een foedraal met gestanste teksten: VRIEND, en aan de andere zijde VRIENDIN, ontworpen door Rogier Walrecht,

* een beukenhouten lijst waarin u de kunstwerken kunt bewaren en exposeren,

* het formaat van de kunstwerken is 25 x 32 cm,

* de oplage is maximaal 80,

* bij intekening krijgt u een vast oplagenummer,

* u kunt intekenen tot 1 november 2016 via info@vriendenvanabbe.nl. Nog geen Vriend? Ga naar www.vriendenvanabbe.nl

* donderdag 1 september is er een presentatie in de Salon, in de bibliotheek van het museum, inloop 19.00 uur, aanvang 19.15 uur.

* een abonnement is per jaar E 155,-. U mag ook ineens voor drie jaar betalen.

U begrijpt dat wij een uniek aanbod doen waar al veel belangstelling voor is. Ook U hopen wij te kunnen ontmoeten.

Voor een presentatie van de Kunstmap en de kunstenaars: zie kunstmap alv2016

 

 


 

Monday, July 4th, 2016

Bennie Mols: Hoe werkt creativiteit (en kunnen computers het ook?)

Bennie Mols verzorgde de afsluiting van de Algemene Ledenvergadering van de Vrienden van het Van Abbemuseum. Bennie Mols is wetenschapsjournalist. Momenteel gaat zijn aandacht vooral uit naar kunstmatige intelligentie en robotica en het menselijke brein. Over deze onderwerpen publiceert hij regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Onlangs verscheen een column van hem in de bekende edge.org reeks: Machines die denken. Voor het Robotics Institute van de TUDelft schreef hij samen met twee andere coauteurs Robotics For Future Presidents, waarin zij leidende figuren in de robotica interviewen. Bekend is zijn boek over Alan Turing: Turings Tango. Momenteel is hij wekelijks te horen op Radio 1 waarvoor hij als wetenschapsjournalist is aangetrokken.

Bennie opende zijn causerie met een vraag aan het publiek. Hij toonde drie kunstwerken en de vraag was welk kunstwerk door een ‘human’kunstenaar gemaakt is en welk kunstwerk door een computer. 

Hoewel de afbeelding van de plant bij het publiek het vermoeden deed reizen dat hier een menselijke hand achter schuilde, bleek een misvatting. Slechts het eerste kunstwerk is ‘menselijk’. Hiermee wordt aangetoond dat het momenteel moeilijk en ook interessant is om direct onderscheid te zien tussen de kunstenaarshand en de computer. Men mag wel opmerken dat zoiets alleen mogelijk is bij werken waarvan het oeuvre van de kunstenaar niet bekend is. Men moet zijn oordeel vellen over een individueel kunstwerk, dat uit zijn context is gelicht.

Creativiteit is een menselijke eigenschap. Tot nu toe! De vraag is hoe computers zich in de toekomst ontwikkelen, of,anders gezegd in hoeverre de technische mogelijkheden zich in de toekomst zullen uitbeiden, waardoor de computer in staat kan zijn zelfstandig oplossingen en mogelijkheden te creëren. Een van de eigenschappen van creativiteit is dat er iets onverwachts kan ontstaan. Soms vallen de nieuwe mogelijkheden uit de lucht. Wij mensen beschikken over die vaardigheid, digitale technieken laten nog op zich wachten.


Creativiteit is een procesmatig gebeuren. Men zoekt naar iets nieuws en dat kan het beste als men werkt met een ontspannen brein. Bij onderzoek waarbij de proefpersoon in de MRI gescand wordt, blijken de alfa golven die voor een rustfase zorgen, van belang. De snellere gamma golven kunnen het creativiteitsproces verstoren. Onderzoek met behulp van een jazzpianist in een hersenscanner laat dat zien. Al improviserend laten de kleuren in de scan zien hoe het proces zich voltrekt. De blauwe kleur toont minder actieve elementen, maar rood daarentegen is positief en geeft ruim baan aan de impulsen. De hersengebieden die zich bezig houden met het monitoren van je zelf (maak ik een fout? ga ik wel de goede kant op?) worden echter veel minder actief  tijdens het improviseren. 

 

Onderzoek naar creativiteit richt zich ook op de mate van concentratie van de proefpersoon. Er worden psychologische experimenten verricht in een koffiebar om te zien in hoeverre het geroezemoes een positieve of negatieve factor kan zijn. Als het geluid een vlakke structuur vertoont kan het positief uitwerken. Maar plotselinge geluiden, zoals het geluid van het opschuimen van de melk in een espressobar is funest. Het gelijkmatige geluid is goed voor de creativiteit. Het is filtert storende geluiden weg. Is het te stil, dan blijkt dat funest te zijn voor de concentratie, waardoor het creatieve impulsmoment gemist wordt. Concentratie blijkt trouwens besmettelijk te zijn. Zien werken bevordert de eigen motivatie en concentratie.

De veelbesproken psychische stoornis die zou leiden tot een grotere mate van creativiteit is een fabeltje. De geniale gek is een mythe. Een psychische stoornis leidt meestal tot minder creativiteit. Het muzikale leven van Robert Schumann is daar een sprekend voorbeeld van. Als men het leven van Vincent van Gogh bestudeert blijkt dat juist in de perioden dat hij psychisch het minst stabiel was nauwelijks werk kon maken. Zodra zijn stabiliteit weer toenam bleek hij weer in staat zijn echte goede werk te kunnen maken.

Men heeft lang gedacht dat creativiteit in een groepsproces grotere hoogten kon bereiken. Uiteindelijk blijkt dat ook tegen te vallen. Ideeën die in een groepsproces geïnitieerd worden zijn meer afkomstig van de individuele persoon in de groep. Bij technieken als brainstormen is dat duidelijk, maar de kritische houding van de groepsleden kan een positieve bijdrage leveren. Van belang is dat men kritisch de discussie volgt. Competitie onderling is verstorend. men moet het gevoel hebben dat er geen zelfcensuur is en dat men bezig is met nut en haalbaarheid.

Het blijkt een universele wet te zijn dat wanneer het aantal inwoners van een stad verdubbelt, neemt het aantal patenten (en het aantal super-creatieven) met 15% toe. Maar net als met rente op rente, krijg je dan exponentiële groei in plaats van lineaire groei. De wet geldt voor alle steden ter wereld, wat het belang van “stedelijke wrijving” laat zien om creativiteit te bevorderen.

De kunstenaar Harald Cohen schreef het programma AARON. Het programma geeft onfeilbaar opdrachten door. Cohen werkt nu samen met zijn computer. Men zou kunnen zeggen dat de computer creatief is met een kleine c. Het is nog een kleine c, want de computer leert niet van eigen fouten. Met een grote C zou de computer een andere kijk op de wereld kunnen schenken. En zover is het nog niet.

Een volgend experiment is in dit kader belangrijk. De computer is in staat los van de inhoud verschillende stijlen te herkennen. Zo is hij dan in staat een toegeleverde foto in een bepaalde stijl te creëren. Dus, u voert een foto in en u krijgt dan een portret of landschap in de stijl van Rembrandt, of Van Gogh, Picasso, of van welke kunstenaar de computer de stijlkenmerken beheerst. Een experiment in Nijmegen laat zien dat het programma een zwart wit geschetst portret in kleur kan produceren. Bij forensisch onderzoek kan men hier goed gebruik van maken. De schets van de politietekenaar kan in een goed gelijkend portret worden omgezet.

Maar de grote vraag blijft bestaan: kan een computer creatief zijn? Een computer kan natuurlijk door toeval bijzondere producten leveren. Men vergelijkt dit proces wel eens met de mogelijkheid dat een aap in staat is de Hamlett van Shakespeare te schrijven op een typemachine. De mogelijkheid bestaat, maar het is een oneindig langdurend proces. Het is al mogelijk dat een computer een schaker als Kasparov kan verslaan. De computer heeft zoveel mogelijke zetten in zijn geheugen dat zelfs een topschaker als Kasparov daar niet tegen op kan.

Wat is de toekomst? De toekomst zal veranderen als de computer in staat is de wereld te leren kennen. Dan is er sprake van creativiteit 2.0 Met grote gevolgen voor de wetenschap en technologie. In de geneesmiddelenindustrie zal de computer een ondenkbaar instrument worden. Architectuur wordt nu al een beetje ondenkbaar zonder digitale hulp. En wat denkt u van culinair? Topchefs gebruiken nu al recepten van IBM en willen die koppelen aan smaakvoorkeuren van de individuele cliënt. Dus de menukaart verdwijnt of wordt vervangen door een formulier waarop u uw persoonlijke psychologische type met kenmerken en voorkeuren noteert. Smakelijk eten!

pvb

 

Voor de presentatie van de lezing, klik op: bennie mols_ Van+Abbe-lezing+Creativiteit

Het filmpje over jazz-improvisatie en breinscan : https://www.youtube.com/watch?v=BomNG5N_E_0

De film met Harald Cohen en zijn programma AARON: https://www.youtube.com/watch?v=MwHQx9BrHQc

 

 


 

Sunday, April 10th, 2016

In de Salon, Domeniek Ruyters over Metropolis M als de stem van de kunst

Ieder mens is kunstcriticus. Ieder mens heeft kennis van kunst. Iedereen kan kwaliteit beoordelen! Maar natuurlijk wel vanuit zijn eigen instelling en persoonlijke kwaliteit.  U kent toch  het verjaardagsfeestje of burenborrel waarop u vertelt dat u naar een tentoonstelling van moderne kunst in een museum of galerie bent geweest. U hoort nog steeds de reacties in uw oren nagalmen. “Mijn kleindochter kan dat ook”,  “en wat moet dat niet allemaal kosten?” En geef dan maar eens een goed antwoord, met een glas in uw ene hand en de opgewonden kunstkenner aan je andere hand.

Kleinkinderen,  geldbedragen, en niet te vergeten, het gegeven of de kunstenaar ongelukkig, arm en veel te vroeg is gestorven.  Zie hier het gamma van beoordelingscriteria op verjaardagsfeestjes. Soms zijn deze beoordelingen te vergelijken met de waardering van de vakanties van onderwijspersoneel!

Maar gelukkig is daar Domeniek Ruyters. Domeniek is kunsthistoricus en is belangrijk als persoon die kunst en kunstenaars deskundig kan analyseren en beoordelen. Want dat is de taak van een criticus! Voor een zeer geïnteresseerd publiek is Domeniek naar Eindhoven gekomen om in zijn hoedanigheid als hoofdredacteur van het blad Metropolis M iets over zijn moeilijke maar intrigerende vak te vertellen. Metropolis M is een tijdschrift dat de actualiteit van de kunst volgt, deze actualiteit toont en met behulp van gerenommeerde schrijvers tot een kritische beschouwing komt. Waardering, beoordeling, analyse, maatschappelijke context, internationale ontwikkelingen, historische betrokkenheid, helder taalgebruik, professionaliteit. Dit mag men verwachten van een blad als Metropolis M.

Rondom de betekenis van de naam bestaat intussen een hele mythologie. Niemand weet precies waar de M voor staat. Zowel Metropolis als M zijn films van Fritz Lang. Maar eind jaren zeventig was ook de tijd van Boney M…

Domeniek schets heel in het kort de geschiedenis van Metropolis M. Hoe het tijdschrift in de periode dat hij hoofdredacteur is gevangen is tussen momenten van wel of geen subsidie. Hij vertelt dat ook dit financiële argument voor een gespecialiseerd tijdschrift als metropolis M een cruciaal gegeven kan zijn in de strijd om op de markt te blijven. De mate van levensvatbaarheid  geeft hen de kans om een redactioneel beleid te voeren waarin kunstkritiek fundamenteel is.

De openingszet van Domeniek in zijn lezing is sterk. Hij laat allereerst de zwakke kant van de kunstkritiek zien, namelijk de opmerking: ” De kunstkritiek heeft áltijd een slechte pers, en ook altijd gehad“, is een korte samenvatting van de inleiding van deze blog. De curator daarentegen? Ook hier legt hij de vinger op de zwakke plek. De curator als de intellectuele en maatschappelijke geslaagde vlag op het vaartuig dat de expositie is.

We zien Okwui Enwezor, de curator van de Documenta 11 in Kassel als de maatschappelijk geslaagde en briljante organisator voorbij komen. Met alle daarbij behoorde revenuen: sponsorcontracten, diners, de wereldpers, quotes over de maatschappelijke relevantie van beeldende kunst. Kortom, een megalomaan schouwspel en een wereldster is geschapen. De criticus die dat schouwspel ziet en daarover zijn mening mag geven staat automatisch in de schaduw van de roem. De glamour bereikt hem niet en velen zien zijn kritisch betoog als een aantasting van de goede smaak en het grote belang van het esthetische spel.

De crisis in de kunstkritiek wordt zichtbaar door verlies aan invloed en belang, verlies aan consensus, verlies aan methode en structuur, verlies aan onafhankelijkheid (markt) en verlies aan reputatie, want iedereen is criticus! Een bijkomende factor is de onderlinge kritische blik op elkaar van kunstcritici. Dat levert een discussie op die voor de incrowd misschien interessant is, maar voor het gewone publiek irrelevant. Sinds de eeuwwisseling worden hier veel publicaties aan gewijd. Het kritisch denken over kunst is voor veel tijdschriftredacteuren een belangrijk gegeven. De criticus James Elkin verwoordt  het als volgt.

- Kunstkritiek mag overal zijn, maar het zet zich nergens neer

- Er is zelfs zoveel kunstkritiek dat er meer critici zijn dan lezers

- ‘general lack of character, ambition and (most notably) opinion’

Wat kan de remedie hiertegen zijn. Mogelijkheden zijn onder andere meer methode en meer structuur in de kritiek. De kritiek moet serieus zijn met aandacht voor de complexiteit. Een goede analyse geeft duidelijkheid en overzicht. De  betrokkenheid van de criticus, want het is belangrijk te kijken achter de oordelen die worden uitgesproken.

Domeniek is persoonlijk niet negatief over de situatie waarin de kunstkritiek verkeert. Het is een levendig veld. En soms blijken er ineens denkstrategieën van de kunstkritiek hun weg te vinden naar de evaluatie van andere media. Wat vindt u van de opmerking in de NRC dat de musical Anne gelaagdheid mist? Dat dit niet de inhoud van de tekst betreft, maar de fysieke constructie van de musical is jammer. Maar er is een begin!  Het is alleen jammer dat de discussie achteraf alleen gaat over hoe de negatieve kritiek schade toebracht aan het zakelijk belang, in plaats van over de kritiek zelf. En hoe was het vroeger? Het is nu bijna onvoorstelbaar  dat een kunstenaarsmanifest als het Futuristisch Manifest de voorpagina haalt van een krant, zoals honderd jaar geleden gebeurd is.

Het kunsttijdschrift in Nederland kent veel uitdagingen. Het moet een onafhankelijke stem zijn. De financiering is problematisch, subsidiëring door de overheid is een gepasseerd station. De uitdaging van de digitalisering wordt steeds urgenter. De balans tussen de gedrukte en de digitale vorm van het tijdschrift is constant in beweging. In hoeverre zijn beide vormen van media gelijkwaardig? Moet elk zijn eigen vorm en kwaliteit ontdekken? Wil men in welke vorm van media dan ook kwaliteit leveren, dan zal men over goede professionele kunstcritici moeten beschikken. Die vijver waaruit men kan putten is niet zo groot en men kan hen financieel geen goede toekomst aanbieden. Ondanks dat wil Metropolis M die slag wel maken om zowel op internet als in de gedrukte vorm alle mogelijkheden te benutten.

Het positieve is dat er meer kunstkritiek is dan ooit tevoren. Er is meer respons, meer debat. Vooral kunstenaars zelf mengen zich in het discours!  Er is kritiek op alle niveaus, in allerlei genres die voor iedereen bereikbaar zijn. Het inboeten aan autoriteit is relatief en heeft ook voordelen door meer onafhankelijkheid en meer transparantie.

Vanaf de jaren tachtig wordt het gesproken woord naast het geschreven woord een nieuw gegeven in de kunstkritiek. Vanaf die tijd worden er steeds meer lezingen georganiseerd door instellingen die daar meer dan ooit in investeren. Denk maar terug aan het project a.c.d.e.m.y. Van Abbe in 2006. Het nieuwe nummer van Metropolis M is gewijd aan dit thema: het event. En niet te onderschatten: YouTube, conferenties en natuurlijk onze eigen Salon!

Het hele veld van de kunstkritiek is in beweging. Een tijdschrift als Metropolis M beweegt midden in dat spanningsveld en zal veel antwoorden moeten vinden op vele gestelde vragen en uitdagingen. Bijvoorbeeld zal het gericht moeten zijn  op onafhankelijke als institutionele publicaties. In hoeverre speelt het probleem van betaald naar gratis blad een rol. Bladen als De Witte Raaf, Mousse en Rekto Verso hebben zich in de gratis markt een plaats weten te veroveren. En wat te denken van projecten van het blad Frieze, dat naast hun publicitaire taken zich ook beweegt in het veld van beurzen zoals Frieze Art Fair? Wat te doen met regionalisering wat indruist tegen de internationalisering. In hoeverre moet de eigen thuismarkt bedient worden? Waar liggen extra mogelijkheden in speciale formules? Moeten onderwerpen in boekvorm worden aangeboden, catalogi, publicaties voor speciale doelgroepen, aandacht voor speciale gebieden zoals design, tuin- en andere architectuur? Kortom, de kunstkritiek moet gebruik maken van alles wat de markt en de media biedt en mogelijk maakt om het publiek te bereiken.

Metropolis M, opgericht in 1979, is de naam van tijdschrift, de website, de uitgeverij en academie. De website is toegankelijker dan het tijdschrift, maar ook vluchtiger. De artikelen zijn korter en  dicht op de agenda en geeft veel recensies en bezit een populair archief. Er is een groeiend bereik van 10.000 (lezers van het blad) naar vele tienduizenden online.  Dat betekent dat men een omvang heeft van De Groene/Vrij Nederland. Omdat men zich digitaal beweegt kan men sneller internationaal publiceren en reageren.

Het profiel van het blad is duidelijk onafhankelijk en kritisch. Het staat dicht op de kunstenaar door het veelvuldig gebruik van interviews. Essentieel is de eerstelijns analyse en signalering. Men maakt gebruik van gevarieerde journalistieke vormen. Metropolis M is interdisciplinair. Beeld en tekst zijn beide van belang en ondersteunen elkaar. Men besteedt aandacht aan zowel wat nationaal als internationaal actueel is in de kunstwereld. Vaak zijn het vakspecialisten die aan het woord komen.

Domeniek rondt af met een korte bespreking van andere tijdschriften, nationaal en internationaal van belang: Kunstschrift, Mistermotley.nl, e-flux, The Art Newspaper, Hyperallergic.com.

Kunstkritiek is voor velen een medium dat helpt bij de kunstbeleving. Domeniek Ruyters heeft op deze Salonavond voor de Vrienden het gebied verder opengebroken, waardoor kunstkritiek als medium de mogelijkheid tot verdieping bij het beschouwen van kunst nieuwe kansen oplevert.

pvb

Speciale aanbieding voor de Vrienden van het Van Abbemuseum:

ÉÉN JAAR METROPOLIS M VOOR 35 EURO!

(Normaal betaalt u E 57,-)

Mail uw naam en adres naar

karolien@metropolism.com

o.v.v. actie Van Abbe

U moet voor 1 mei reageren, tot zolang duurt het aanbod.
 

 

 

 


 

Friday, March 4th, 2016

In de salon Frans Crutzen: over Jan Dibbets, ramen en licht, immanentie en spiritualiteit

Een bijzondere gast is pastoor Frans Crutzen. Hij valt op door zijn passie, zijn koppige doorzettingsvermogen, zijn geloof.  Maar vooral door het feit dat hij zijn visie in een materiële vorm gestalte kan geven. Crutzen begint zijn verhaal met een belijdenis. Waarschijnlijk tot verbazing van een gedeelte van zijn publiek.

Maar zijn belijdenis is essentieel voor het vervolg van zijn verhaal. Zonder zijn onwankelbaar geloof in vormgeving in dienst van immanentie en transcendentie is datgene wat hij materieel tot stand weet te brengen, een onmogelijke missie.  Als de toenmalige koningin Beatrix zijn kerk met de prachtige ramen van Jan Dibbets bezoekt en haar bewondering uitspreekt over de schoonheid van de materialiteit, dat hij haar corrigeert door op te merken dat het transcendente karakter van deze kunst het materiële overstijgt. Het moet een opmerkelijk moment geweest zijn! In het verlengde van dit gebeuren vervolgt Crutzen  met een opmerking over Greenberg. In het artikel over Morris Louis in het Journaal, het kwartaalblad van de Vrienden, ontdekt hij een parallel met de opmerking van Beatrix over de materialiteit van de kunst. In het vervolg van zijn causerie zal hij het gelijk van deze uitspraak grondig betwijfelen.

Sacrale kunst biedt de mens een stilteplek waar hij Christus in het beeld kan ontmoeten. Een ruimte voor ritueel, voor liturgie, een ruimte waar zichtbaar wordt dat het woord van Christus vlees wordt, de lichamelijkheid menselijk wordt. De volledige afbeelding is van belang voor de menswording van Christus. Jan Dibbets onderschrijft deze visie. Ook hij vindt dat het beeld ontleent moet zijn aan de scheppingsgeschiedenis. De inspiratie die daarbij essentieel moet zijn is een geschenk.

Crutzen merkt op dat dingen je kunnen overkomen. Onverwachte gebeurtenissen en feiten verrassen je, maar hij heeft ontdekt dat hij een talent heeft om er mee om te gaan.  Hij zegt het niet met zo veel woorden, maar zijn talent is een motor om zijn gedrevenheid te kunnen optimaliseren. Heel in het kort maakt hij enkele opmerkingen over zijn opvoeding om dit te illustreren.  Zijn besef op vierjarige leeftijd om priester te willen worden, zijn verzet tegen ouderlijke macht tijdens zijn pubertijd, zijn onverzettelijke wil om na het verlaten van het ouderlijk huis zijn leven deze  vorm te geven. Visie en overlevingskracht!

En zo wordt Frans Crutzen pastoor in Wijlre. Hij komt in een gebouw dat het punt van vernieling door verwaarlozing nabij komt. Het is de meest verwaarloosde en arme kerk van het diocees. Voor hem is dat een uitdaging die hij met passie, optimisme en onverzettelijke wil  aanneemt. Na een gigantische opruiming van het interieur wil hij de sfeer in het gebouw in overeenstemming met zijn religieuze visie brengen. En dat betekent dat het licht in het gebouw moet komen, het heldere licht omkranst door kleur. Als bewijs van het licht dat Christus in het leven van de mens betekent. Via een oude vriend ontmoet hij Jan Dibbets en het ongelofelijke gebeurt. Ondanks het ontbreken van fondsen wil Dibbets voor hem ramen ontwerpen. Dibbets - ongelovig - maar met gevoel voor spiritualiteit en de symboliek die dat kan ondersteunen, liet al in Blois zien dat zijn glaskunst de liturgische ruimte een nieuwe dimensie kan geven. Het klikt tussen Crutzen en Dibbets en samen gaan ze aan het werk. Het optimisme en de inspiratie van het tweetal ontmoet tegenwerking van instanties die totaal niets begrijpen van het bijzondere wat hier ontstaat.  Uiteindelijk resulteert het in een kerkgebouw met licht en kleur en ruimte voor spiritualiteit, een ruimte met licht en helderheid.

Maar hen omringende instanties blinken uit door onbegrip. Crutzen wordt verwijderd uit Wijlre en wordt verbannen naar Ransdaal, een miniem dorpje in de buurt van het Zuid-Limburgse Klimmen. Daar bevindt zich de Theresiakerk, een schepping van de architect Frits Peutz. Een zogenaamde schuurkerk met een prachtige zadeldakconstructie. In Ransdaal zou hij de benodigde rust moeten vinden. Hier kon hij zich weer wijden aan zijn oude liefde als archivaris. Studie en schrijven. Maar ook wil hij zijn nieuwe huis van God weer de goede allure geven. Dus zet hij een fles Els en Bokma op het altaar en gaat hij met de parochianen aan het werk om het interieur op te schonen. De verschrikkelijke tempex wordt verwijderd en de schoonheid van het dak wordt weer zichtbaar. En ook Dibbets verschijnt weer op het toneel. Samen gaan ze aan het werk om datgene wat in Wijlre niet voltooid kon worden hier opnieuw gestalte te geven.

De prachtige kapconstructie wordt weer zichtbaar. Er niet toedoende religieuze rommel wordt de deur uit gegooid en Dibbets ontwerpt ramen. En komt er een kerkgebouw waarin het goddelijke licht en kleur weer mogelijk is. Het licht dat ongrijpbaar is maakt de zintuigen wijder. De tegenstand van de plaatselijke bevolking wordt teniet gedaan door een bezoek van dames uit Ransdaal aan het glasatelier waar de ramen gemaakt worden. Laaiend enthousiast worden ze door de prachtige helderheid, kleur en symboliek van de ramen. De symbolische lijnen van Jan Dibbets, waarin hij de relatie tussen god en de mens uitdrukt, het verticale van god en het horizontale van de mens. Het ronde raam in het oksaal - met het rood en paars - de samenvatting van dood en verrijzenis. Dit is echte sacrale kunst : schepping, voleinding en hergeboorte van de mens worden zichtbaar.

Wat valt er nog meer te zeggen, dan:  het licht doet wonderen.

pvb

Voor een hernieuwde kennismaking, zie de diaserie: frans crutzen

Het kunsttijdschrift Zuiderlucht besteedde aandacht aan Frans Crutzen en zijn samenwerking met Jan Dibbets. Zie hiervoor: http://www.zuiderlucht.eu/jan-dibbets-brengt-licht-in-kerk-van-ransdaal/

 


 

Thursday, February 18th, 2016

Anna Staritsky, kunstenares tussen beeld en woord

De naam Anna Staritsky geeft een voorproefje van het te verwachten beeld. Bij haar Russisch klinkende naam doemen beelden op van rationele abstracties, van geometrie, van ontkenning van het werkelijke visuele beeld. Malevitsj, Tatlin en Lissitzky  roepen bij velen geen herinneringen op aan elegante beelden. Hun hoekigheid en rationaliteit in het beeldvlak staat ons eerder voor de geest. Zoals Herbert Read, de Engelse kunstfilosoof, het opmerkte, hoe verder je naar het noorden reist, hoe groter de drang tot abstractie wordt, het wordt een reis naar een formele abstractie met een door spiritualiteit gekleurde laag.

Maar dan is daar Anna Staritsky in de bibliotheek van het van Abbemuseum. Zij laat een ander beeld zien van Rusland. Haar werk straalt een elegantie uit die men in het Franse land zou vermoeden. Deze paradox geeft haar werk een extra energie. Misschien is van belang te weten dat Anna Staritsky Russisch van geboorte is , maar in Brussel studeerde en huwde met de schilder Bill Orix, een pseudoniem van de Belgische schilder Guillaume Hoorickx.

De kracht van Anna Staritsky zit in haar werken op papier. Haar voorliefde voor het boek, voor de poëzie, creëerde een brug tussen de visuele wereld van de kunstenaar  en de literatuur.  Daarbij wist ze  een onafhankelijke houding te bewaren te opzichte van het geschreven woord.  Ze was koppig en genoeg overtuigd van haar artistieke mogelijkheden om haar eigen kunst verder te ontwikkelen.  De invloed van anderen, waaronder haar eigen echtgenoot, wees ze nadrukkelijk van de hand.

Anna Staritsky werd in 1908 geboren in Poltava, in Oekraïne.  Ze komt uit een intellectueel milieu. Haar vader was magistraat in Poldava en haar moeder stamt uit een geslacht dat architecten en kunstenaars voorbracht. Na de dood van haar moeder in 1921 woont ze een tijd bij haar oom in Moskou, Vladimir Vernadsky, een van de grondleggers van de geochemie. Reeds als dertienjarige krijgt ze haar eerste lessen in kunst van de dochter van Lev Tolstoj. Als ze veertien is wordt ze naar Frankrijk gezonden om te genezen van haar longziekte.  Uiteindelijk rondt ze haar studie af in Brussel.  Haar jeugd wordt getekend door de verschillende landen waarin ze opgroeit: Oekraïne, Rusland, Bulgarije, Frankrijk en België, wat waarschijnlijk haar artistieke visie losmaakte van haar Oost-Europese identiteit.

De tijd waarin zij opgroeit en haar ontmoeting met het vrije westen moet haar visie op mens en maatschappij vorm hebben gegeven. Dit was de tijd waarin overtuigde revolutionairen zoals Ortega y Gasset het verraad der intellectuelen aanklaagde en hun  bedenkelijke vrijage met de ondemocratische politiek van het communisme veroordeelde. Frankrijk gaf toen schrijvers het voordeel van de twijfel als zij hun voorkeur uitspraken voor het communistisch systeem van Stalin.  Zoals André Gide vanwege zijn  bewondering voor datgene wat  Stalin voor de eenvoudige Rus had gerealiseerd. Een mening die hij later trouwens sterk betreurde. En een persoon als de Nederlandse schrijver Du Perron die onder invloed van André Malraux individualisme als een in de toekomst te verdwijnen mogelijkheid zag en dat in tegenstelling tot Malraux betreurde[1]. Collectiviteit zou het eindstation van de mensheid zijn, individualisme een gepasseerd station. De tijd heeft echter geleerd dat zijn vrees onterecht was.  Individualisme als culturele verworvenheid is de motor geworden bij het verwerven van een eigen persoonlijke  verantwoordelijkheid en mentaliteit.   Anna Staritsky moet deze gedachten tijdens haar jonge jaren in zich opgenomen hebben en uiteindelijk zelf haar conclusies hebben getrokken.

“Een hese stem, een minachtende glimlach.  Een directe blik. Een opzettelijke kracht, verborgen in een magere verschijning”.  Met deze woorden opende  Georges Meurant zijn essay over Anna Staritsky[2].  Meurant die een groot verzamelaar was van haar werk en die veel werk aan de LS collectie schonk[3]. Hij ontmoette Anna toen hij nog een kind was. Een vroeg werk van haar domineerde de werkkamer van zijn vader, een werk waarvan hij zei dat het de Belgische geest van de réalité  fantastique van de vooroorlogse jaren in België in zich droeg.

Elegantie tekent het werk van Anna Staritsky. Elegantie die het literaire werk dat zij ondersteunt een extra energie meegeeft.  De Franse geest van het tachisme[4], het gebaar, de beweging , de emotionele kracht,  domineert al haar werken. Anna Staritsky laat zien dat kunst niet gedetermineerd  is door afkomst en nationale identiteit, maar zich tot een persoonlijk individuele stijl kan ontwikkelen.

Een verfrissende en inspirerende expositie die vooral een aubade is aan de inspirerende band tussen kunstenaar en schrijver. En waar kan dat beter getoond worden dan in de bibliotheek van het van Abbemuseum?

Piet van Bragt



[1] Carel Peeters, De cultuur van de paradox, 2015, pag. pag. 60 e.v

[2] Catalogus Anna Staritsky, works on paper, 2016 Van Abbemuseum, pag. 9

[3] LS Collectie Van Abbemuseum, geschonken door Albert Lemmens en Serge Stommels

[4]Tachisme ,de naam is afgeleid van het Franse tâche, (vlek, smet). Spontane of automatische, in vlekken uitgevoerde schilderkunst. Voorstellingen worden niet bewust opgebouwd maar ontstaan door het spelen met verf.

 

 


 

Friday, February 5th, 2016

In de Salon: Tessa de Swart, over de zee, de stilte en de weidsheid, de liefde en het verlangen.


Een interview eist meer van de presentator en bezoeker dan een eenvoudige causerie. Bij een lezing ligt het onderwerp en de structuur vast, bij een interview kun je daarop hopen. Het is dapper van Leo Steinhauzer en Tessa de Swart dat zij deze uitdaging aandurven. Vooral gezien het sterk persoonlijke werk van Tessa de Swart dat vraagt om bezinning en introspectie ondanks haar grootse wijze van presentatie van haar kunst. Het vraagt moed om brugdelen in haar woonplaats als werkmateriaal te kiezen voor je intieme gedachten en beelden! Dat is ook de paradox die jammer genoeg niet helemaal in het interview werd duidelijk gemaakt. Maar het interview was een dappere poging om de meerdere lagen in het werk van Tessa de Swart te analyseren.

 Tessa opende de avond voor een doodstil publiek met een twintigtal beelden. Met een zachte maar gevoelvolle stem declameerde zij de teksten die in de kunstwerken opgenomen zijn. Daarmee is tevens het kader van het daaropvolgende gesprek met Leo Steinhauzer geschapen.


Drie belangrijke thema’s zijn de inspiratiebronnen voor Tessa: De zee, de stilte en de weidsheid van de ruimte. Zij groeide op in West-Brabant en de weidsheid van de polder is dan voor haar een centrale plek in het haar omringende landschap. Maar ook het water van de zee, de altijd veranderende kleur en stemming door de wisselende meteorologische omstandigheden geven haar rust en energie. Dit in tegenstelling tot de stad Leiden waar ze nu woont, de stad met zijn hectiek, zijn beslotenheid, zijn onrust en geluid. De zee geeft haar de rust en de afstandelijkheid om met een door emotie gekleurde bril het leven te aanschouwen en te becommentariëren. Haar gedichten en teksten op brugdelen, met grote letters neergeschreven, laten vanuit haar eigen intimiteit de buitenwereld haar betrokkenheid zien.

Stilte en weidsheid, liefde en verlangen. Leo Steinhauzer verwijst naar een schilderij dat hij van haar aankocht. Deze aankoop gaf Tessa de gelegenheid een reis naar Spanje te maken. Een vraag uit het publiek of reizen voor haar meerdere betekenissen kan hebben dan alleen maar vakantie, riep bij Tessa een stilte op. De vraag kon zij moeilijk beantwoorden, waarschijnlijk omdat hiermee een belangrijke wens van haar om verlangen in al zijn verschijningen te ervaren, moeilijk onder woorden was te brengen. Misschien vertelde een van de beelden die zij projecteerde daar meer over.

 

Op de vloer van haar atelier ligt een schilderij. We zien kleuren en lijnen die haar bewegingen hebben vastgelegd en we zien groot geschreven teksten en doorhalingen. Door de perspectiefprojectie zijn de teksten niet leesbaar, maar geeft het totale beeld precies weer wat zij doet. Het proces van een kunstwerk scheppen is voor haar een wijze van bewegen, denken, rusten, kijken, noteren, veranderen, correcties accepteren. Het lijkt op het proces dat iemand doormaakt als hij langs het strand loopt en gedachten en stemmingen zijn wandeling kleuren. Het werk van Tessa lijkt op een dagdroom, een droom van haar leven dat zij voor anderen, maar ook voor zichzelf, zichtbaar kan maken. De zee en het strand zijn voor haar nooit ver weg.
De avond in de Salon met Leo Steinhauzer en Tessa de Swart was een avond als nooit hiervoor. Voor velen was de avond zeer intrigerend, want veel gasten konden in het gesprek aanschuiven en gaven het interview een andere dynamiek.

pvb

Wilt u verder kennismaken met het werk van Tessa de Swart, bezoek dan haar blog: www.tessadeswart.blogspot.nl

Wilt u de presentatie van haar beelden nogmaals bekijken: presentatie tessa de swart

 


 

Friday, January 8th, 2016

Charles Esche in de Salon: Van Abbe, an Institute of Memory

Charles Esche - vanaf 2004 directeur van het Van Abbemuseum - is vanavond gast in de Salon. Het is erg druk, vandaar dat we moeten uitwijken naar het auditorium. Tachtig bezoekers zouden teveel warmte verspreiden in de bibliotheek en daarbij opgeteld het warme enthousiasme van de spreker zou zelfontbranding een gevaarlijk issue zijn.

Charles spreekt vanavond voor de eerste maal in de geschiedenis van de Salon voor de Vrienden. Na vier jaar Salon waarin geprobeerd is met gasten het beleid van het museum te volgen en eventueel kritisch te bekijken, wordt het tijd dat de persoon die dit beleid initieert aan het woord komt. En dat lukt Charles vanavond wonderwel. In opmerkelijk Nederlands, bij tijd en wijle gekruid met  authentiek Engels, gelukkig geen Schots, vertelt hij vol verve over zijn idealen en hoe hij de wereld ziet en beleefd.

Charles spreekt over zijn keuzes en zijn stellingnamen. Keuzes die soms subjectief zijn, maar zijn visie vorm geven en laten zien hoe hij ontwikkelingen in de wereld ervaart en wat het belang is voor dit moment. Keuzes maken betekent voor hem dat subjectiviteit niet vermeden kan worden en dat door deze keuzes een individueel persoonlijk beeld van de wereld wordt uitgedragen. Charles zoekt naar urgentie, naar de hedendaagse momenten. Want elke dag, betoogt hij, wordt de geschiedenis herschreven. De geschiedenis van nu is anders dan die van gisteren. Feiten zijn niet belangrijk, want wij hebben daar geen toegang toe. Wij maken keuzes uit die feiten en dan vertellen we onze verhalen. Verhalen van gisteren zijn anders want ze veranderen op basis van vandaag. Geheugen en verhaal : hierop steunt het beleid van het museum. De dynamiek van het verleden, de geschiedenis, bepaalt de artistieke keuze.

In 1936 sticht  Henry Van Abbe een museum voor moderne kunst in zijn stad, Eindhoven. In dit museum wil hij zijn collectie moderne kunst tonen. In de benedenverdieping van de nieuwbouw kunt u daar opnieuw een beeld van vormen. Momenteel hebben we nu tachtig jaar geheugen in het museum opgebouwd. Dit is onze eigen geschiedenis, ze laten de keuzes zien die gemaakt zijn bij de aankopen en maken de band zichtbaar tussen de belangrijke rol van de verschillende geschiedenissen en die van het Van Abbe. Op die basis is beleid gebouwd.

A Museum thinks Historically, een citaat gebaseerd op Walter Benjamin. Opnieuw klinkt hier het besef door wat geschiedenis is en wat het belang daarvan voor ons is. Deze uitspraak is in principe een instructie voor de museumdirecteur bij het ontwikkelen van zijn beleid. De kern van het idee van Benjamin gaat over het feit dat wij geen toegang tot werkelijkheid van het verleden kunnen hebben. Wij krijgen alleen een moment van bewustwording van een bepaalde herinnering in tijden van gevaar. In het geheugen ontstaat een flits (flash) als je over dat gevaarmoment denkt. Dan wordt de herinnering bewust op en drijft het naar de oppervlakte. Elke dag heeft zijn gevaarmomenten. Voor de individuele persoon dreigt elke dag de dood, maar collectief zijn de gevaarmomenten wat we als bedreigingen beleven. Sommigen negeren of accepteren dat gevaarmoment, waardoor voor hen de geschiedenis vlak wordt, een geschiedenis waarop men geen invloed kan uitoefenen. Begrijp je het gevaarmoment niet, wat mogelijk is, dan is er geen meningsvorming. En een mens zonder mening is zielloos, een robot. Het moet onvermijdelijk zijn de waarden te ontdekken en die te gebruiken om je wereld waarin je leeft te gebruiken.

 Modernity is History. Het is controversieel dat modernisme in het museum iets van het verleden is. De moderniteit is voorbij, een gepasseerd station. De taak van het museum is om nu moderniteit te herschrijven.

Alfred Barr, als directeur van het MoMa, wordt de vader van het modernisme genoemd. Barr schetste een patroon van het modernisme in een beroemd geworden schema. De geschiedenis van het modernisme beslaat volgens hem de periode van 1890 tot 1935. In zijn schema zijn een aantal rode vierkanten opgenomen. Deze vierkanten tonen ontwikkelingen in de kunst die afgesloten en voorbij zijn. In deze vierkanten is de geschiedenis tot een einde gekomen. Het schema van Barr (zie de PowerPoint presentatie) toont het denkkader van die periode. Maar hierin wordt alleen de westerse wereld getoond, met een kleine zijsprong naar Rusland. Dit verhaal van Barr is momenteel te beperkt. Want in 1989 verandert de wereld! Voor Esche zijn echter de rode vierkanten openingen naar nieuwe werelden en ervaringen.

1989, de Berlijnse muur valt, China opent zijn economie, het World Wide Web (www) creëert onverwachte openingen in de wereld. The Year that shaped Today’s World! De consequenties waren niet direct duidelijk. Wij dachten dat we onze cultuur en geschiedenis naar de rest van de wereld moeiteloos konden blijven exporteren. Wij dachten dat al onze existentiële problemen waren opgelost. Nu weten we dat het anders is gelopen. In het jaar 2000 vraagt het Van Abbemuseum zich af hoe het op deze ontwikkelingen moet reageren.

 

Charles vervolgt zijn verhaal met een aantal belangrijke voorbeelden. Werken van Alighero E Boeti met zijn Mappa del Mundo, Füsün Önür en Lets meet at the Orient uít 1995.

  Maar verrassend is het beeld dat Charles schetst van de ontwikkeling van duurzaamheid in de wereld in de periode 1980 tot 2011.  Hij toont een schema waarin de ecologische footprint in beeld wordt gebracht. Hoe is de balans tussen gebruik van de bronnen van de wereld en de productie van nieuwe bronnen. Het is een balans die aangeeft in hoeverre je dezelfde bronnen produceert die je ook gebruikt. Dit schema toont verrassende landen die de voorsprong hebben, maar helaas ook veel belangrijke landen die de doelstelling van duurzaamheid absoluut niet halen. In dit schema is het idee van Alfred Barr niet meer te ontdekken. Maar de vraagstelling is nu ook anders.  Kort komt die neer op:

                                               How do artists,

                                               How does ‘art’

                                               How do institutions

                                               Respond

Wat doet het Van Abbemuseum met deze grote vraag. Kan een museum dit negeren? Want deze problematiek blijft bestaan en dat moeten we laten zien in tentoonstellingen.

De plattegrond van Alfred Barr moet uitgebreid worden in een andere richting. Writing History for Present. De geschiedenis moet herschreven worden, de code van het modernisme doorbroken. Charles toont als voorbeeld een werk van Surasi Kusolwong, Naked Machine (Volkswagen Modern). Hier wordt de geschiedenis herschreven. Dit is een Volkswagen, de representant van een periode, de wensdroom van toen,  maar nu eigenlijk niet meer. Beelden van toen worden gelinkt aan beelden van nu en krijgen in die context een andere of verdiepte betekenis.

De beelden van de Picasso die het Van Abbe verlaat en op reis gaat naar Ramallah zijn imponerend. Een beeld uit 1943, ontstaan in een tijd van bezetting, wordt nu opnieuw in bezet gebied geplaatst. De link is duidelijk. Alles wat bijdraagt aan de totstandkoming van dit project is deel van het kunstwerk: het overleg, de discussie, het transport, de douanefaciliteiten, de bewaking. De belangstelling is Ramalla is overweldigend en hartverwarmend. Dit project geeft een goed idee van hoe de geschiedenis herschreven wordt, hoe historische feiten en gevaarmomenten een nieuwe visie en nieuwe waarden doen ontstaan.

Er is natuurlijk nog veel meer. Kijk naar de presentatie in de PowerPoint en zie wat het belang is van Arte Util, van Superflex, van Li Mu en Sao Paulo. En glimlach bij het beeld van Charles Esche als ambtenaar van de burgerlijke stand als hij in het museum een huwelijk tot stand brengt. Daarmee schrijf je ook nieuwe geschiedenis, zeker voor het bruidspaar.

 

pvb

Voor verdere informatie zie de presentatie: vrienden

Voor een korte filmische impressie van de terugkeer van de Picasso uit Ramalla, zie:  https://www.youtube.com/watch?v=cBP2ThfyKtw

 

 


 

Monday, December 7th, 2015

In de Salon, Jeroen Willemsen: Van Abbe Verlicht, László Moholy-Nagy

Jeroen Willemsen,  student cultuur geschiedenis en hydroloog van professie, kijkt even oplettend toe hoe de Dommel rakelings langs de bibliotheek van het Van Abbe stroomt.  Zijn lezing over de Licht-Raum Modulator uit de collectie van het Van Abbe begint hij dan ook met een korte toespeling op zijn huidige beroep als waterbeheerkundige. Zijn bezorgdheid over de nabije Dommel bezweert hij met een korte kenschetsing van zijn dagelijkse werkzaamheden: het voorkomen  dat water van buiten naar binnen kan stromen.

Hij begint zijn referaat met een kleine oefening, een oefening die Moholy-Nagy ook bij zijn studenten deed. Bij binnenkomst krijgt ieder een blanco vel A4 papier. De opzet is dat ieder een kleine licht-modulator maakt. Door het papier te buigen, te vouwen en eventueel te scheuren ziet men hoe schaduwen het papieren object van structuur voorzien. Wat men hier in klein formaat ziet, is dat wat Moholy-Nagy in het groot uitvoert.

De Hongaarse kunstenaar László Moholy-Nagy was leraar aan het New Bauhaus in Chicago. Hier leerde hij zijn studenten hoe licht en ruimte als kunstzinnige elementen kunnen figureren.  Licht speelt in zijn hele loopbaan een hoofdrol. Naast bewegende lichtobjecten is hij belangrijk gebleken voor de ingenieuze wijze waarop hij dat element in de fotografie gebruikt.

De Licht-Raum Modulator ontwikkelde hij in de periode tussen 1922 en 1930. Een elektromotor dreef een aantal vormen aan die door kunstlicht werden beschenen. Door de steeds veranderende projectie van deze elementen wordt een spannend lichtspel op de muren rondom gecreëerd.  Het originele kunstwerk bevindt zich momenteel in de collectie van het Busch-Reisinger Museum of Germanic  Culture in Cambridge, Massachusettts. Het Van Abbemuseum is in het bezit van één van de twee replica’s die later zijn gemaakt.

Jean Leering was directeur van het Van Abbemuseum in de periode 1964 tot 1973. Leering was een opmerkelijke directeur, gezien het feit dat hij zijn functie duidelijk een andere invulling wou geven dan normaal gebruikelijk was. Leering wilde geen museum dat passief kunstwerken presenteert, maar hij wilde zijn bezoekers aanzetten tot zelfwerkzaamheid en vorming van een persoonlijk oordeel. Een belangrijke taak van het museum is dat het de bezoeker leert hoe hij naar kunst moet kijken. Kunst staat in de maatschappij en vult een belangrijke rol in de maatschappelijke ontwikkelingen. Men kan zijn museumideaal kenschetsen als ‘maatschappelijk relevant’. Het museum staat midden in de maatschappij en moet actueel zijn. Belangrijk om te vermelden in dit kader is zijn tentoonstelling ‘De Straat’, waarin hij de dagelijkse maatschappelijke situatie binnen het museum haalt. In 1966, als Philips het 75 jarig bestaan viert, wil Leering daar op aansluiten met de tentoonstelling KunstLichtKunst.

De visies van Jean Lering en Moholy-Nagy op kunst vertonen veel overeenkomsten. Beiden hebben een duidelijk idee over de maatschappelijke rol van kunst. Beiden ontwikkelen hierover ook een theoretisch gedachtegoed. Moholy-Nagy beschouwde kunst allereerst als een reactie op de modernisering van de samenleving. Door de modernisering en verstedelijking worden de optische en akoestische functies van de zintuigen optimaal gestimuleerd. Moholy-Nagy ziet kunst als een geschikt trainingsmiddel om in deze maatschappij te kunnen functioneren. ‘Moderne optica en akoestiek als kunstzinnige middelen kunnen alleen de mensen bereiken die open staan voor het hier en nu.’

Binnen deze theorie past de Licht-Raum Modulator. Het is een goed instrument om de zintuigen te trainen door ze te bombarderen met een veelheid aan prikkels: licht, beweging, geluid en ruimte.

Leering vindt dat het werk van Moholy-Nagy past binnen zijn theoretisch kader. Vooral door het gegeven dat in de moderne wereld schilderkunst verdreven wordt door fotografie, maar dat de fotografie door zijn statische karakter, niet die allesomvattende zintuiglijke rol kon spelen die de Licht-Raum Modulator in principe wel kan.

Als bewegend object bezit de modulator een aantal kenmerkende functies die het tot een autonoom kunstwerk maken. Als bewegend object is het mooi om naar te kijken en vervult het een esthetische functie. Ten tweede kan de modulator een rol spelen in het theater als rekwisiet voor film- en theatervoorstellingen. Ten slotte kan het dienen als een klein theater in de museale ruimte. Hiermee wordt atwoord op de vraag gegeven of dit een machine of een kunstwerk is. Leering vindt dat de Modulator aan beide criteria voldoet.

De wijze waarop Jean Leering de replica van de Licht-Raum Modulator kon verwerven voor het Van Abbemuseum is een verhaal op zich.  Hieronder vindt u een link waarin dat proces tot in detail wordt verteld.Opmerkelijk in dit proces van verwerving is de samenloop met de ‘vangst’ van werken van Lissitzky. Tijdens zijn onderhandelingen met diverse geledingen kwam hij op het spoor van het werk van Lissitzky dat hij toen voor het Van Abbemuseum kon verwerven. Tegelijkertijd vatte Leering het idee op om een replica van Moholy-Nagy´s kunstwerk te laten maken

Jeroen eindigt met een belangrijke conclusie. De Licht-Raum Modulator is meer dan een kunstwerk dat bestaat bij de gratie van KunstLicht. De Modulator vertelt over de spannende relatie tussen beeldende kunst en het publiek en de relatie tussen museum en publiek. De Modulator is eigenlijk een goed voorbeeld van een metafoor voor het kunstbeleid van Jean Leering en Moholy-Nagy . Tevens is het van belang op te merken dat de Modulator een voorloper is gebleken van eigentijdse kunststromingen, zeker door de fascinatie van de kunstenaar dat zijn kunstwerk een maatschappelijke rol kan vervullen.

 

pvb

 

Voor verdere informatie, gebruik onderstaande links:

* De presentatie: Van Abbe Verlicht

* Het symposium KunstLichtKunst in het Van Abbemuseum:

http://www.video.intranet.ou.nl/mediadienst/_public/php/external_video.php?Q=519|projectID

* Een overzicht van de lezing: Van_Abbe_verlicht_Laszlo_Moholy-Nagy_s_L

* Voor informatie over de Raum der Gegenwart, waarin de Licht-Raum Modulator een belangrijk element is:

http://pietvanbragt.blogspot.nl/2011/09/raum-der-gegenwart-een-tijdscapsule-de.html

 

 

 

 


 

Friday, November 6th, 2015

In de Salon: Wessel Stoker over spiritualiteit, Yves Klein en Anselm Kiefer

Professor Wessel Stoker is theoloog en godsdienstfilosoof. Nadat hij een aantal  predikantplaatsen bekleedde, onder andere in Stratum, Eindhoven, kreeg hij een leerstoel esthetiek aan de VU in Amsterdam. Hij publiceerde over zingeving en religie en de band met kunst en cultuur. Een belangrijk werk dat hij publiceerde is ‘Kunst tussen hemel en aarde’, waarin hij de spirituele diepgang duidelijk maakt in het werk van Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer, kunstenaars die los van de officiële religies hun religieuze inzichten en beelden communiceren.

Wessel Stoker is vanuit zijn professie als godsdienstfilosoof tot de erkenning gekomen dat de rationaliteit die wij hanteren verzacht moet worden. Er zijn allerlei soorten rationaliteiten, maar altijd is er de connectie met het beeld, het beeld dat het verhaal vertelt en nuanceert: het narratieve. Kunst kan bij uitstek verhalen vertellen, ze drukken emotie uit in tegenstelling tot de harde rationele wetenschap. Daarbij is kunst ook van belang om te genieten, het esthetische aspect. Maar uiteindelijk geeft kunst ook kansen om te denken. Het verhaal, de emotie, de nuance, de verzachte rationaliteit kan andere inzichten geven dan wetenschap.

Wat verstaat Wessel Stoker onder spiritualiteit? Spiritualiteit ziet hij als een geestelijke levenshouding en levensoriëntatie. De spirituele mens zoekt naar mogelijkheden van transformatie van zijn innerlijk en zijn relaties met het goddelijke. Spiritualiteit hoeft niet gekoppeld te zijn aan een georganiseerde religie, maar kan ook een persoonlijke attitude zijn.

 

Vanavond in de drukbezochte Salon van de Vrienden, biedt hij allereerst een verrassende inkijk in het werk van de Franse kunstenaar Yves Klein. Yves Klein, bekend van zijn prachtige kleur blauw, werd gegrepen door het immense uitspansel van de Zuid Franse hemel. In 1946 wil hij in een fantastisch en realistische imaginaire dagdroom de achterzijde van het hemelgewelf signeren, Hij zegt: ‘Op die dag begon ik vogels te haten die kriskras door de hemel vlogen, want zij probeerden gaten in mijn mooiste en grootste werk te maken.‘ Yves Klein wil met zijn strakke immense blauwe kleurenvelden zijn betrokkenheid bij een andere werkelijkheid aangeven. Maar de ongereptheid daarvan wordt hier geschonden door de strepen die de vogels in zijn uitspansel trekken en die daardoor de mystieke ervaring van het ondergedompeld worden in de kleur verstoren.(zie Monochrome Bleu 1959 in het van Abbe)

 

Verrassend is zijn visie op de antropometrieën van Yves Klein. Op een doek drukt Klein de lichamen van naakte dames af met behulp van de kleur blauw. Het is dan 1958. Klein betreedt het podium als dirigent van zijn geestelijke leefomgeving. Ondertussen onderstreept een orkest op John Cage achtige wijze het gebeuren. Naakten worden ingestreken met de kleur blauw en tegen doeken gedrukt. Wat betekent deze performance, wat is het spirituele karakter van deze seance? Klein zoekt aandacht via de elementen van stilte en concentratie. Zijn er in de kunstwereld relevante gebeurtenissen waarnaar hij verwijst? Is er een relatie met de prehistorische handafdrukken in de grotkunst van Frankrijk? De afdruk van verbrande mensen in het plaveisel van Hiroshima na de atoomramp? Of is er een verband met de lijkwaden, de afdruk van het gezicht van Christus dat Veronica maakte? Klein vertelt verhalen, hij verwijst zonder expliciet te zijn en plaatst zich in een spirituele traditie.

Inhoud en betekenis van een kunstwerk kan beïnvloed worden door de context. Wessel Stoker laat dat onder andere zien in twee beelden van Glyn Williams en Antony Gormley. Het beeld van de moeder met de door oorlog gestorven zoon krijgt een verdiepte betekenis als het beeld uiteindelijk als piëta wordt herkend. En het beeld van de staande man op de natte vloer in de kathedraal geeft betekenis aan het doopsel, een inhoud die op een andere plaats ondenkbaar zou zijn.

Het werk van Anselm Kiefer is complex. Anselm Kiefer, geboren in Duitsland na de Tweede wereldoorlog, draagt de historie van zijn land met zich mee. In zijn enorme werken die geladen zijn met symboliek drukt hij de rouw van zijn land uit. Het beladen historische schuldbesef laat hij zien in zijn schuldige landschappen. Al zijn werken herbergen diepgaande symboliek die hij veelal ontleent aan de Joodse kabbala, een joods religieus filosofisch systeem dat beweert inzicht te geven in de goddelijke natuur. Kabbala is Hebreeuws voor ‘ontvangst’ of ‘openbaring’.

In het werk Bilderstreit (ook in de collectie van het Van Abbe)komen veel belangrijke symbolische beelden tezamen. Kiefer gebruikt in het schilderij teksten die verwijzen naar de strijd om de beelden, het iconoclasme. In de achtste eeuw heerst er een fel gevecht om het gebruik van het beeld. Uiteindelijk werd het beeld verboden. De oosterse kerken en de Islam hanteren nog steeds dat  verbod, dat uiteindelijk stamt uit een theologische discussie tussen Mozes en Aaron, waarin Mozes het beeld verbiedt in tegenstelling tot Aaron. Het schilderij Bilderstreit verwijst naar deze strijd door de namen van onder andere Constantin, Theophilos. Centraal staat het schilderspalet dat aangevallen wordt door tanks.

De Bilderstreit blijft actueel in de kunst. de overgang van figuratie naar abstractie is ook een beeldenstrijd.

In het schilderij Märkische Heide, in het bezit van het Van Abbemuseum, wordt de weg naar de hemel door de verschroeide aarde getoond. Aarde is voor Kiefer een belangrijk element. Zowel wat betreft symboliek als materiaal. Dit schilderij is niet religieus, maar een herinnering aan de Märkische Heide, het kerngebied van Nazi Duitsland. Hier roept het landschap geschiedenis op. Daar herinnert ook een oud Duits soldatenlied aan over de Märkische Heide.    

 

Wessel Stoker eindigt zijn boeiende referaat met het beeld van Zim Zum, en de Shefirat– ha –Kelim (het breken van de kruiken), beelden uit de Joodse Kabbala, waarin het beeld geschetst wordt van de rabbi die zich de schepping voorstelt waaruit God zich terugtrekt en waardoor nieuwe ruimte voor de schepper ontstaat.

Anselm Kiefer, complexiteit, symboliek, historie, schuld, rouw en het kwaad in de wereld. Allemaal elementen en gedachten die het oeuvre een grote diepgang geven. Zijn verhaal is belangrijk maar is soms voor velen ondoorgrondelijk. Toch blijkt dat ook zij die niet de kennis van de diepgang van zijn werk weten, intuïtief aanvoelen wat de betekenis is. Misschien wint bij Kiefer de intuïtie het toch van de ratio. En daarvoor moeten er kunstenaars zijn.

De wisselwerking tussen de kunst en de kijker is groot. Wat roept het beeld op, hoe kijkt de kleine mens op tegen het oneindige. En ook hier roept het grote vlak een religieus gevoel op, een vlak dat niet doorbroken mag worden door lijnen.

Een indrukwekkende avond.

 

pvb

 

Voor de presentatie van de werken, zie deze link: Presentatie Van Abbe 2015 a

Voor een indrukwekkend documentaire over Anselm Kiefer, zie: http://www.npo.nl/het-uur-van-de-wolf-anselm-kiefer-work-and-process/26-10-2010/VPRO_1142601

Op You Tube: https://www.youtube.com/watch?v=FUQuhoqTKtg

 


 

Saturday, October 3rd, 2015

Saskia van de Wiel: van Bommel van Dam, een museum in de maatschappij


Saskia van de Wiel is conservator in het van Bommel van Dam Museum in Venlo. Dit museum wordt momenteel met een vergelijkbare problematiek geconfronteerd als het Van Abbemuseum. Een belangrijke reden om haar uit te nodigen! De gemeentelijke politiek van Venlo droeg het museum een aantal jaren geleden op om mogelijkheden van verzelfstandiging te onderzoeken. Een vraag die ook in Eindhoven bekend voorkomt. Saskia zag een mogelijkheid ook door middel van een kunstproject een antwoord op die vraag te formuleren.. Haar antwoord kan men vinden in een brochure van het museum over de waarde van de kunst, getiteld: Museum in bedrijf.

In de ontstaansgeschiedenis van het museum is het driewoordige statement al herkenbaar. het Amsterdamse echtpaar Maarten en Reina van Bommel-van Dam schenken in 1969 hun verzameling moderne kunst, 1100 werken, aan de gemeente Venlo. De keuze viel op Venlo, nadat zij hun verzameling daarvoor ook aan diverse gemeenten hadden aangeboden. Venlo wil wel een huisvesting in de vorm van een museum aanbieden, met daarin opgenomen een woning voor het echtpaar. Na het overlijden van Maarten blijft Reina tot haar dood op hoge leeftijd in het museum wonen. Na haar verscheiden wordt de woning nu gebruikt als kantoorruimte van het museum.


In 2012 start de discussie in de gemeenteraad over de positie en toekomst van het museum. Er worden scenario’s ontwikkeld hoe de verzelfstandiging gerealiseerd kan worden. De staf van het museum komt al snel tot de conclusie dat een andere wijze van publiekscontact noodzakelijk is. De overweging is dat het klassieke heiligdom van het kunstmuseum te ver van het publiek afstaat. Er wordt gekozen voor een vraaggerichte programmering om deze houding te doorbreken. Het museum moet een instituut worden dat voorziet in de behoeften en interessen van het toekomstige publiek. Het museum moet omgevormd worden tot een kennishuis, waarin op gebied van cultuur veel innovatieve initiatieven mogelijk gemaakt kunnen worden. Een citaat uit de nota  Join in! over het praktijkonderzoek naar het museum van de toekomst, zegt voldoende:


“Een museum is als een pretpark voor de geest. Kunst zorgt voor nieuwe ideeën en inzichten en leert je op een andere manier kijken naar jezelf en je omgeving. Een museum kan een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van je eigen identiteit en die van de samenleving als geheel. Hoe kunnen we de impact van het museum vergroten en tot een instelling komen die van en voor iedereen is.”


In het najaar van 2013 wordt het project Museum in Bedrijf onder leiding van Saskia opgestart. Het project leunt op twee poten. Allereerst richt het museum zich op de economische bedrijvigheid buiten het museum. Vijf kunstenaars en designers starten een artistieke interventie in een bedrijf of onderneming. Zij gaan contact opnemen met lokale ondernemers en zoeken mogelijkheden om samen te werken. Omdat kunstenaars een andere insteek hebben op innovatie en verandering, kunnen zij samen met het bedrijf productieve innovaties ontwikkelen. Zo wordt samengewerkt met onder andere een tuincentrum, de Hogere Agrarische School in Venlo, het Van der Valk Hotel. Zie voor verdere informatie de link hieronder en de projectwebsite www.vanbommelvandam.nl/museum-in-bedrijf.

De tweede poot van het conceptmodel is gericht op het museum zelf. In de mindmap die de werkgroep ontwikkelt staan de kernwoorden inspireren, verbinden, raken, betrekken, open. Na een uitvoerige discussie en brainstorming komen een groot aantal ideeën naar voren die hetvraaggerichte concept van het museum vorm kunnen geven. De tentoonstelling Join In! in de middenzaal van het museum moet de beschouwer onderdompelen in onverwachte ervaringen. De deeltentoonstellingen Muur te huur, Verzameling Venlo en Kunst op bestelling betrekken het publiek nadrukkelijk bij het museumconcept. Verrassend is dat de bezoeker ondergedompeld wordt in een reinigingsritueel. Doordat zij door een bak met groene stukjes piepschuim moeten waden, sommigen duiken zelfs onder, ontdekt het publiek dat zij geconfronteerd gaan worden met andere ervaringen.


Het Project Join In! is een uitdagend project. Het is een voorbeeld van een museum dat de uitdaging van de verzelfstandiging aandurft, maar momenteel in het vervolgtraject zoekt naar mogelijkheden hoe de nieuwe houding ten opzichte van museum en samenleving verder vorm te geven, zodat het museum inderdaad een instituut wordt dat cultuur een nieuw en waardevol gezicht kan geven.
De nota Join in! die het museum van Bommel Van Dam uitbrengt laat indringend deze worsteling zien om de gevraagde en gewilde doelen te bereiken. Saskia verwoord dat duidelijk op het einde van haar causerie door te verwoorden dat het eigenlijke werk nu nog moet beginnen. Hoe kunnen deze ideeën geïmplanteerd worden in het nieuwe museumconcept, waardoor het museum een nieuwe start voor de toekomst kan maken.
Saskia maakt in haar lezing duidelijk dat zij als projectleider van Museum in Bedrijf/Join in! voor grote uitdagingen gesteld gaat worden. Misschien kan zij een voorbeeld creëren voor andere museale instellingen die in dit land met dezelfde problematiek worstelen.

Voor meer informatie over het project Join in!, klik op de volgende link: van bommel van dam

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)