Bennie Mols: wat beeldende kunst ons vertelt over het brein

Friday, March 8th, 2013

Bennie Mols: wat beeldende kunst ons vertelt over het brein

Het verhaal begint met een fraaie uitspraak van Picasso: ‘Kunst is een leugen die ons de waarheid doet inzien ‘. Dat belooft wat voor het komende half uur.

Bennie is als wetenschapsjournalist al lange tijd gefascineerd door de werking van het brein. Door deze fascinatie te koppelen aan het fenomeen kunst ontstond ook voor hem een nieuw onderzoeksterrein. Dit terrein is immens groot, zodat een keuze bij de benadering moet worden gemaakt. De visuele aspecten van beeldende kunst zijn op dit moment voor hem een mogelijke ingang van onderzoek. Tijdens de nabespreking werd het duidelijk dat er meerdere ingangsmogelijkheden zijn om beeldende kunst te onderzoeken. Wij proberen daar op een later moment aandacht aan te schenken.

Zien doe je niet met je ogen, maar met je brein. De visuele imput blijkt praktisch gezien van een matige kwaliteit. Het brein dat de prikkels ontvangt en verwerkt maakt daar het ons bekende heldere beeld van. In de praktijk kan men zeggen dat men meer ziet met het brein.

Mols onderscheidt zeven principes die het visuele beeld dat wij krijgen via de ogen en dat vanuit de hersenen wordt geaccentueerd. Het eerste principe van de superstimulatie wordt zichtbaar gemaakt door het experiment met de meeuwen van Tinbergen. Door het aanbieden van een duidelijk accent wordt de motivatie om te handelen bepaald. Jonge meeuwen accepteren alleen voedsel als dat wordt aangeboden door een snavel met een rode stip. Als deze contrasterende stip niet getoond wordt, wordt de snavel genegeerd. Dat roept vragen op of wij wel alles zien dat ons visueel wordt aangeboden. Is het zo dat alleen die visuele prikkels worden verwerkt door ons brein die onderhevig zijn aan het principe van de superstimulatie? Het herkennen van gezichten is een goed voorbeeld van deze stimulatie. Als de driehoek die gevormd wordt door ogen en mond aanwezig is, zien wij onmiddellijk een gezicht. Ook als de vervorming, bijvoorbeeld bij Picasso, nog zo extreem is. Een tweede voorbeeld is, als er overdrijving in de vorm aanwezig is, dan herkennen we sneller de boodschap.

Het tweede principe is het weglaten, de isolatie. Door de essentie van een vorm te laten zien worden allerlei elementen van een vorm verwijderd. Dat staat de herkenning niet in de weg, maar geeft de boodschap die het beeld moet uitstralen meer kansen.

Het principe van groeperen. Wij zijn in staat om uit een aantal minimale visuele prikkels een totaal beeld samen te stellen. Dit illustreert de beginopmerking dat het beeld niet in het oog, maar in de hersenen ontstaat.

Het principe van contrast. Automatisch wordt onze aandacht gericht op dat gedeelte van het beeld dat wat betreft kleur, of vorm sterk contrasteert met de omgeving.

Het principe van de symmetrie. Het eerste beeld dat wij als mens zien is waarschijnlijk symmetrisch: het gezicht van de moeder. Dit beeld wordt vastgelegd in het brein. Men zou kunnen zeggen dat al vanaf het allereerste begin schakelingen in het brein worden vastgelegd die onze visuele interesse gaan bepalen. In de abstractie van onder andere islamitische kunst, een kunst die vanuit religieuze overwegingen het visuele beeld ontkent, wordt dit principe veelvuldig toegepast.

Het volgende  principe, de herhaling, speelt in alle kunstvormen en in de aandacht die wij hebben voor het visuele beeld een grotere rol dan wij denken. Herhaling zorgt ervoor dat bepaalde elementen van het beeld sterk naar voren treden.

Het laatste principe, het visueel puzzelen is erg interessant. Wij vullen beelden aan waarvan wij prikkels ontvangen. Wij construeren beelden die in wezen visueel niet aanwezig zijn, maar door combinatie van elementen reconstrueren wij de inhoud van het beeld en ons brein maakt dat zichtbaar. In de praktijk betekent dat wij gedeeltelijk ons eigen persoonlijke beeld scheppen.

De lezing sluit af met het gegeven dat onder al deze informatie een wiskundig principe verborgen ligt: informatiecompressie. Informatie wordt gebundeld door het brein en in een klein bestand opgeslagen. In computertermen zou men dat een zip-bestand kunnen noemen, dat uitgepakt wordt als men het nodig heeft. De wisselwerking tussen orde en chaos in het visuele beeld is voor het brein een opdracht om daar een natuurlijke structuur te creëren. Door deze compressie te meten kunnen we bepalen in hoeverre het brein wordt uitgedaagd door een beeld. Dus aandacht en interesse voor bepaalde beelden is meetbaar. Interessant, want nu is het zichtbaar te maken welke kunstvormen of kunstenaar het beste aansluit bij de aandacht van ons brein. Dit is niet exclusief menselijk,  experimenten met duiven laten zien dat ook zij een voorkeur voor bepaalde kunstenaars hebben. Bijvoorbeeld de voorkeur voor Picasso, te nadele van Monet, is zeer opmerkelijk.

Deze principes worden door kunstenaars gebruikt, geïsoleerd, maar ook tezamen. Veel principes worden onbewust gehanteerd, maar zijn inherent aan onze menselijk werking van het brein.

Mols eindigt met een uitspraak van Albert Einstein:

 

 “Het mooiste dat we kunnen ervaren, is het mysterieuze.

Het is de bron van alle ware kunst en wetenschap.

Hij voor wie de emotie een vreemdeling is,

Hij die niet langer verbijsterd stil kan blijven staan,

Is zo goed als dood,

Zijn ogen zijn gesloten.

 

piet van bragt

Wilt u een overzicht zien van de lezing, klik dan op onderstaande link:

(Let op, het is een uitgebreid bestand, het laden van het bestand kan even duren.)

Zeven principes Wat beeldende kunst zegt over ons brein

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)