D. Franssen : Er was eens…de collectie nu

Sunday, February 9th, 2014

Diana Franssen in de Salon: “Er was eens…de collectie nu”

Bezoekers, lezers of luisteraars kun je normaliter niet deelgenoot maken van de intieme momenten van twijfel en onzekerheid die creatieve processen begeleiden. Wanneer ons door een medecurator/onderzoekster een blik in de keuken van de het tot stand komen van de huidige collectietentoonstelling gegund wordt, brengt dit de gerealiseerde presentatie meer dan ooit tot leven. Voor de Vrienden is deze toelichting op een ontstaansgeschiedenis een unieke belevenis! 

 Vijf curatoren krijgen van de directie de opdracht een tentoonstelling in de nieuwbouw van het museum voor te bereiden uitgaande van de totale collectie van ca. 2500 werken. Directeur Charles Esche neemt hierbij het voortouw.

Met prints van voorlopige keuzes tegen wanden en op de vloer wordt op zaal nader onderzoek mogelijk gemaakt. Allen zijn het er over eens, dat niet het reeds bij velen bekende kunsthistorisch verhaal moet worden opgedist. We kijken vandaag nl. heel anders tegen de canon van enkele decennia geleden. Ook het werk dat vandaag tot stand komt kan niet los gezien worden van zijn maatschappelijke en politieke context en veel werken hebben door de jaren heen een steeds meer gelaagde betekenis gekregen.

Het concept heeft als belangrijk onderdeel meegekregen, dat het publiek zelf werk ter hand  moet kunnen nemen om ermee een “do it yourself” te realiseren. Over de wijze waarop dit moet en kan is heel wat gediscussieerd, maar uiteindelijk is iedereen het erover eens dat een goede middenweg is gevonden.

Voor het eerst sinds lange tijd wordt t.b.v. de opbouw en inrichting een architect (de Israëlier Oren Sagiv) aangetrokken, die vooral het oog scherpt op de wijze waarop het publiek waarneemt. Tijdens het proces van `schuiven` wordt duidelijk dat kunstenaars stringente eisen kunnen hebben t.a.v. de wijze waarop hun werk wordt getoond. De opvattingen van de kunstenaar moeten worden gerespecteerd, maar kunnen in de loop van de tijd ook wijzigen. De correspondentie met bijv. Daniel Buren toont dit aan. Om de betekenislagen reliëf te geven haalt Diana Franssen stukken uit het archief waardoor de context van toen geplaatst kan worden tegenover de actuele. Blijven kijken met een kritische blik hoe alles ‘hangt en staat’ is een fundamentele opdracht die de curatoren zichzelf altijd stellen, de totaalblik per zaal en van het geheel kan immers weer heel anders uitpakken dan vooraf bedacht. 

Het Van Abbemuseum staat bekend als een moeilijk museum. Alle betrokkenen zijn het erover eens om nu minder dogmatisch en meer genereuzer te zijn naar het publiek. En graag als het kan wil men ook iets persoonlijks toevoegen over de kunstenaar en zijn werk. Uit ervaring weten we dat gepresenteerd tegen de muur beter werkt dan in een vitrine. Onze bibliotheek heeft veel ontsloten, maar we doen er nog steeds ontdekkingen zoals die vondst van dat item over bv. de Dadabeweging.

De rondgang op zaal voert ons allereerst in de introductieruimte, die een goed beeld geeft van de posities die de makers in hun tijd innemen bij de maatschappelijke vragen waarmee zij geconfronteerd worden. Ze vormen een voorproef van wat er op ruimere schaal in de tentoonstelling nog aan bod komt : moed (Jo Baer 1981), consequentie (Donald Judd 1961/69), kwetsbaarheid/grensoverschrijdend (Laurent Marechal 2011) en de mens die het gevaar niet uit de weg gaat (Picasso 1943).

Als we voor Marc Chagall’s meesterwerk: Hommage à Apollinaire (1913) staan, wordt onze aandacht getrokken naar de namen die erop vermeld staan: behalve de dichter en criticus Guillaume Apollinaire, de filmtheoreticus Ricciotto Canudo, de romanschrijver en dichter Blaise Cendrars is de naam te lezen van de kunstpromotor en uitgever Herwarth Walden (oprichter van het tijdschrift Der Sturm). Walden is bekend als organisator van de Eerste Duitse Herfstsalon in 1913, waar de kiem gelegd wordt voor de latere opvattingen van de Nazi’s over de “entartete Kunst”. Hij is de belangrijke schakel tussen de avant-garde kringen in Parijs, Berlijn, Sint-Petersburg en Amsterdam. Naast het werk van Chagall, dat ontstaat vanuit een Joodse achtergrond, hangt werk van Robert Delaunay, die zijn fascinatie voor de geest van de tijd weergeeft. Het werk van Kurt Schwitters, gemaakt in een Engels interneringskamp, hangt hiertegenover naast Kandinsky’s  Blick auf Murnau (1910). Constant geeft in zijn werk de sfeer weer van angst en oorlogsdreiging. In de hoek hangt een indringend frontaal portret van Charly Toorop, dat een sterke geëmancipeerde persoonlijkheid verraadt. Vervolgens zien we een aantal werken van Cobra-kunstenaars, getoond met een elegante knipoog naar Willem Sandberg’s presentatie in het Stedelijk (1949). Werk van Yves Klein in IKB(International Klein Blue) en Lucio Fontana laten zien hoe consequent afstand genomen wordt in het Westen van de figuratie. Kritiek wordt o.m. door hen geleverd op de nog sterk behoudende naoorlogse commerciële kunstmarkt. In groot contrast hiermee staat het werk van Ilya en Emilia Kabakov dat vanwege de onderdrukkende politieke situatie in de jaren zestig in Rusland ons wel op het verkeerde been moet zetten van sociaal realisme, ware het niet dat dit schilderij een onderdeel is van de kort geleden getoonde geniale installatie Let’s Go Girls met de agitprop(aganda) wagon vol bittere humor over de teloorgang van de socialistische idealen. In sneltreinvaart lopen we door een prachtige zaal: ‘Op losse schroeven – een generatie spreekt zich uit’. Vele bekende werken van namen als Carl Andre, Joseph Beuys, Marinus Boezem, Hanne Darboven, Jan Dibbets, Bruce Nauman. Lawrence Weiner, Anselm Kiefer, Mario Merz en Sol LeWitt gaan een volledige nieuwe confrontatie met elkaar aan. Daar willen we ook wel eens op ons gemak paradoxale verhaallijnen (zwaar-licht/licht-donker) op loslaten, maar dan worden we helaas opgeschrikt door een teken dat het museum helaas moet gaan sluiten.   

 

Het is een klein wonder dat de salonbijeenkomsten van de Vrienden zich nog steeds kunnen verheugen op een groeiende belangstelling. Uitzonderlijk en typerend voor haar als vakbekwame en zeer betrokkene biedt Diana Franssen aan de volgende donderdag op 13-02 nog eens terug te komen om tegen 17.00 uur haar rondgang af te maken.

gb

 

presentatie Diana franssen

 

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)