Frans Crutzen over Jan Dibbets

Friday, March 4th, 2016

In de salon Frans Crutzen: over Jan Dibbets, ramen en licht, immanentie en spiritualiteit

Een bijzondere gast is pastoor Frans Crutzen. Hij valt op door zijn passie, zijn koppige doorzettingsvermogen, zijn geloof.  Maar vooral door het feit dat hij zijn visie in een materiële vorm gestalte kan geven. Crutzen begint zijn verhaal met een belijdenis. Waarschijnlijk tot verbazing van een gedeelte van zijn publiek.

Maar zijn belijdenis is essentieel voor het vervolg van zijn verhaal. Zonder zijn onwankelbaar geloof in vormgeving in dienst van immanentie en transcendentie is datgene wat hij materieel tot stand weet te brengen, een onmogelijke missie.  Als de toenmalige koningin Beatrix zijn kerk met de prachtige ramen van Jan Dibbets bezoekt en haar bewondering uitspreekt over de schoonheid van de materialiteit, dat hij haar corrigeert door op te merken dat het transcendente karakter van deze kunst het materiële overstijgt. Het moet een opmerkelijk moment geweest zijn! In het verlengde van dit gebeuren vervolgt Crutzen  met een opmerking over Greenberg. In het artikel over Morris Louis in het Journaal, het kwartaalblad van de Vrienden, ontdekt hij een parallel met de opmerking van Beatrix over de materialiteit van de kunst. In het vervolg van zijn causerie zal hij het gelijk van deze uitspraak grondig betwijfelen.

Sacrale kunst biedt de mens een stilteplek waar hij Christus in het beeld kan ontmoeten. Een ruimte voor ritueel, voor liturgie, een ruimte waar zichtbaar wordt dat het woord van Christus vlees wordt, de lichamelijkheid menselijk wordt. De volledige afbeelding is van belang voor de menswording van Christus. Jan Dibbets onderschrijft deze visie. Ook hij vindt dat het beeld ontleent moet zijn aan de scheppingsgeschiedenis. De inspiratie die daarbij essentieel moet zijn is een geschenk.

Crutzen merkt op dat dingen je kunnen overkomen. Onverwachte gebeurtenissen en feiten verrassen je, maar hij heeft ontdekt dat hij een talent heeft om er mee om te gaan.  Hij zegt het niet met zo veel woorden, maar zijn talent is een motor om zijn gedrevenheid te kunnen optimaliseren. Heel in het kort maakt hij enkele opmerkingen over zijn opvoeding om dit te illustreren.  Zijn besef op vierjarige leeftijd om priester te willen worden, zijn verzet tegen ouderlijke macht tijdens zijn pubertijd, zijn onverzettelijke wil om na het verlaten van het ouderlijk huis zijn leven deze  vorm te geven. Visie en overlevingskracht!

En zo wordt Frans Crutzen pastoor in Wijlre. Hij komt in een gebouw dat het punt van vernieling door verwaarlozing nabij komt. Het is de meest verwaarloosde en arme kerk van het diocees. Voor hem is dat een uitdaging die hij met passie, optimisme en onverzettelijke wil  aanneemt. Na een gigantische opruiming van het interieur wil hij de sfeer in het gebouw in overeenstemming met zijn religieuze visie brengen. En dat betekent dat het licht in het gebouw moet komen, het heldere licht omkranst door kleur. Als bewijs van het licht dat Christus in het leven van de mens betekent. Via een oude vriend ontmoet hij Jan Dibbets en het ongelofelijke gebeurt. Ondanks het ontbreken van fondsen wil Dibbets voor hem ramen ontwerpen. Dibbets - ongelovig - maar met gevoel voor spiritualiteit en de symboliek die dat kan ondersteunen, liet al in Blois zien dat zijn glaskunst de liturgische ruimte een nieuwe dimensie kan geven. Het klikt tussen Crutzen en Dibbets en samen gaan ze aan het werk. Het optimisme en de inspiratie van het tweetal ontmoet tegenwerking van instanties die totaal niets begrijpen van het bijzondere wat hier ontstaat.  Uiteindelijk resulteert het in een kerkgebouw met licht en kleur en ruimte voor spiritualiteit, een ruimte met licht en helderheid.

Maar hen omringende instanties blinken uit door onbegrip. Crutzen wordt verwijderd uit Wijlre en wordt verbannen naar Ransdaal, een miniem dorpje in de buurt van het Zuid-Limburgse Klimmen. Daar bevindt zich de Theresiakerk, een schepping van de architect Frits Peutz. Een zogenaamde schuurkerk met een prachtige zadeldakconstructie. In Ransdaal zou hij de benodigde rust moeten vinden. Hier kon hij zich weer wijden aan zijn oude liefde als archivaris. Studie en schrijven. Maar ook wil hij zijn nieuwe huis van God weer de goede allure geven. Dus zet hij een fles Els en Bokma op het altaar en gaat hij met de parochianen aan het werk om het interieur op te schonen. De verschrikkelijke tempex wordt verwijderd en de schoonheid van het dak wordt weer zichtbaar. En ook Dibbets verschijnt weer op het toneel. Samen gaan ze aan het werk om datgene wat in Wijlre niet voltooid kon worden hier opnieuw gestalte te geven.

De prachtige kapconstructie wordt weer zichtbaar. Er niet toedoende religieuze rommel wordt de deur uit gegooid en Dibbets ontwerpt ramen. En komt er een kerkgebouw waarin het goddelijke licht en kleur weer mogelijk is. Het licht dat ongrijpbaar is maakt de zintuigen wijder. De tegenstand van de plaatselijke bevolking wordt teniet gedaan door een bezoek van dames uit Ransdaal aan het glasatelier waar de ramen gemaakt worden. Laaiend enthousiast worden ze door de prachtige helderheid, kleur en symboliek van de ramen. De symbolische lijnen van Jan Dibbets, waarin hij de relatie tussen god en de mens uitdrukt, het verticale van god en het horizontale van de mens. Het ronde raam in het oksaal - met het rood en paars - de samenvatting van dood en verrijzenis. Dit is echte sacrale kunst : schepping, voleinding en hergeboorte van de mens worden zichtbaar.

Wat valt er nog meer te zeggen, dan:  het licht doet wonderen.

pvb

Voor een hernieuwde kennismaking, zie de diaserie: frans crutzen

Het kunsttijdschrift Zuiderlucht besteedde aandacht aan Frans Crutzen en zijn samenwerking met Jan Dibbets. Zie hiervoor: http://www.zuiderlucht.eu/jan-dibbets-brengt-licht-in-kerk-van-ransdaal/

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)