Paul Kempers over Jean Leering

Monday, May 5th, 2014

Paul Kempers in de Salon, een avond met herinneringen over Jean Leering

Paul Kempers is kunsthistoricus. Hij werkt op dit moment aan een publicatie over Jean Leering, die geldt als de meest aimabele directeur die het van Abbemuseum heeft gehad. In de periode dat Paul onderzoek deed in de bibliotheek van het museum, zag men langzaam de figuur van Jean Leering weer tot leven komen. Leering is tussen 1964 en 1973 ontegenzeglijk van belang  geweest voor het beleid van het Van Abbemuseum. Het gegeven dat dit museum zijn relatie met de maatschappij en met innovatie nog steeds koestert, vindt waarschijnlijk hier zijn oorsprong.

Kempers is bezig met een omvangrijk onderzoek naar de rol van Leering in de wereld van de kunst en de functie daarvan in de maatschappij. Eerder schreef hij al over de Nieuwe Vleugel – nu afgebroken – van Sandbergs Stedelijk Museum en  de roemruchte geschiedenis van punktheatergroep Alex d’Electrique.

We kennen Jean Leering als de museumdirecteur in het  hippietijdperk van de jaren zestig, altijd strak in het pak gekleed, maar steeds bezig om de fluctuaties in de maatschappij en de relatie daarvan met de kunst gestalte te geven. In zijn periode als directeur organiseerde hij rond de 120 tentoonstellingen. Aanvankelijk liep hij in de voetsporen van Edy de Wilde, zijn voorganger die een nieuwe uitdaging zocht in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De Wilde maakte het Van Abbe tot een museum voor kwalitatief hoogstaande moderne kunst  – denk aan Chagall, Kokoschka, Picasso, Mondriaan – en bezorgde het Van Abbe zijn eerste faam , ook door het tonen van de naoorlogse École de Paris-schilders. Leering volgde zijn beleid in de eerste periode, maar zette snel een eigen handtekening met tentoonstellingen van Theo van Doesburg, El Lissitzky, Moholy-Nagy en een keur aan nieuwe, niet-expressionistische kunstenaars. Belangrijke namen komen voorbij, onder wie Marinus Boezem, JCJ van der Heyden, Donald Judd en Robert Morris.

Leering had chronisch tijdgebrek, soms sliep hij op een stretcher in het museum om daarmee tijd te winnen. Brieven schrijven was voor hem een hot item. Iedereen die hem benaderde kon rekenen op een schriftelijk antwoord. Het aantal brieven dat hij schreef is niet te tellen. Veel daarvan werden ‘s nachts geschreven als hij in een stoel zat, met zijn blote voeten in een teiltje warm water. Zijn brieven vallen op doordat hij de geadresseerde vaak als een toehoorder toespreekt.

Jean Leering was bouwkundig ingenieur. Vandaar zijn interesse in het gebruik van nieuwe materialen als perspex en de exacte structuren van bijvoorbeeld de minimal art. Al tijdens zijn studie blijkt hij aandacht te hebben voor de links georiënteerde visie op de maatschappij. Het marxisme ziet hij als een uitdagende theorie, vooral vanwege het dialectische principe van waaruit de wereld wordt verklaard. Zo onderhield hij contact met het zeer links georiënteerde Theater Proloog, overigens zonder zich vast te leggen op een marxistische overtuiging. Leering is de man van de dialoog. Iedereen met wie hij in aanraking komt wordt tot langdurige discussie verleid, waarbij Leering de neiging om breed uit te weiden niet altijd kan weerstaan. Gelukkig zijn er ook enkele typisch menselijke trekken. De aspergemaaltijden die hij en zijn vrouw Wies van Moorsel – in die jaren  medeverantwoordelijk voor het educatieprogramma van het Van Abbe – bereidden zijn legendarisch!

Leering was een goede tekenaar. Helaas werd zijn wens om een opleiding op de academie te volgen door zijn vader verhinderd. Zijn vader, arts van professie, vond de opleiding tot kunstenaar te weinig zekerheid bieden. Als hij bouwkunde gaat studeren ontdekt hij het werk van El Lissitzky. Hij tekent het werk van hem na, want dia’s en kopieën maken is dan nog geen gangbare techniek. Niet alleen de architectuur van Lissitzky vindt hij belangrijk, maar vooral zijn ideeën. Lissitzky is gebiologeerd door de idee van de dynamische ruimte als (sovjet)symbool voor geestelijke vernieuwing, en dit gedachtegoed spreekt Leering aan. Hij is er dag en nacht mee bezig. Enkele tekeningen naar het werk van Lissitzky zijn nog te bewonderen. Vooral het idee van de proun, de ontdekking van de activering van het perspectief in een ruimtelijke constellatie is belangrijk. De proun staat voor hem symbool als leven naar de nieuwste inzichten. Hiermee kan het inzicht in de werkelijke wereld beïnvloed worden.

‘Mooi’ en ‘genot’ zijn voor Leering niet van doorslaggevende betekenis in de kunstervaring, ’t moet ‘ergens over gáán’. Met dat uitgangspunt besluit hij om een tentoonstelling van Christo in het museum te organiseren. Hij is in Europa de eerste museumdirecteur die de euvele moed heeft om dit avontuur aan te gaan. Met Christo, die ingepakte bomen en winkeletalages op zaal tentoonstelt, haalt hij de fascinerende werkelijkheid binnen.

Wim Beeren, destijds conservator van het Haags Gemeentemuseum, sprak over de bijzondere intelligentie van talentvolle jonge kunstenaars die ‘de werkelijkheid opnieuw zijn gaan bevragen’.  In de kunst van bijvoorbeeld Christo, Dan Flavin en Marinus Boezem verdween het persoonlijke handschrift van de maker uit het werk, iets wat Leering erg aansprak. Hem boeide vooral het onderzoek dat een kunstenaar doorvoerde naar structuren, naar de psychologie van de waarneming en de positie van het kunstwerk ten opzichte van de beschouwer. Hoe concreet kan kunst worden zonder ego-expressie, en in welke mate kan het de bewustwording van de kijker activeren, dat is wat Jean Leering boeide. Een voorbeeld is voor hem Moholy-Nagy, bij hem verdwijnt het hyperpersoonlijke in de kunst. Maar ook de energiegeladen materialen en performances van Joseph Beuys vond hij heel belangrijk.

Leering studeerde in Delft, hij kwam uit een rooms-katholiek milieu. In Delft was hij behalve student ook gedreven tekenaar en schilder. Tekenen en architectuur vormen een symbiotische eenheid. Al snel maakte hij tentoonstellingen over autonome architectuur. De mens is een belangrijk element in zijn visie op kunst en architectuur. Het debat hierover is essentieel voor hem. Het debat leidt tot inzicht in het leven en de realiteit.  Het zijn de jaren van de atoomdreiging, van de eerste tekenen van ernstige milieuvervuiling, het Rapport van Rome, van de opstand van de jeugd. Daardoor wordt hij ook een andere museumdirecteur. Hij maakt zich druk over de speelruimte die hij krijgt van de gemeente. De tentoonstelling De Straat berust op zijn visie op mens, kunst en maatschappij. Er ontstond veel discussie over het feit of dit project een tentoonstelling in een museum voor kunst kan zijn. Is dit wel de juiste plaats daarvoor? Maar in deze sociologisch georiënteerde tentoonstelling wil hij de discussie openen over de vraag hoe wij met de wereld omgaan. Tijdens de Documenta in Kassel, in 1968, bracht hij Amerikaanse schilderkunst en environment onder de aandacht. Het speet hem later dat veel van deze kunstenaars dermate profiteerden van de roem die ze daar verwierven, dat hun relatie met het publiek een andere werd. Economische motieven gingen een hoofdrol spelen.

In 1973 besluit Leering om het Van Abbemuseum te verlaten en directeur te worden van het Tropenmuseum in Amsterdam. Hij denkt in het Tropenmuseum zijn ideeën over mens en maatschappij duidelijker te kunnen maken. Helaas ondervond hij vanuit de hoek van de wetenschappelijke staf – grotendeels nog koloniaal gerichte etnologen – veel tegenwerking. Zijn directeurschap was daarom maar kort.

De ideeën van Joseph Beuys vonden veel sympathie bij hem. Ieder mens een kunstenaar! Iedereen creatief in het zelf scheppen van een andere, betere wereld! Dat adagium van Beuys was Leering op het lijf geschreven en inspireerde hem.

Na het Tropenmuseum gaat hij in 1976 terug naar Eindhoven naar de TUe, naar de faculteit bouwkunde, om colleges kunstgeschiedenis te geven. In 1992 wordt hij er benoemd tot hoogleraar.

In 2005 overlijdt Jean Leering op 71-jarige leeftijd. Jean Leering, de man van het debat, de discussie, de rationaliteit, en het optimisme.

pvb

Overzicht : jean leering presentatie

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)