Van Geitenwollen Sokken tot Hip Design

Monday, November 11th, 2013

Sacha Odenhoven : Van Geitenwollen Sokken tot Hip Design

Het zijn deze uiteenlopende gevoelswaarden die we vaak spontaan binden aan keramiek. Sacha Odenhoven, conservator/manager van Keramiekcentrum De Tiendschuur in Tegelen, doorkneed in de materie, blijkt de persoon bij uitstek om ons bestaande beeld van keramiek te nuanceren. Ze schetst een aantal ontwikkelingen.

Er zijn al voorwerpen in keramiek van 8000 voor Chr. bekend en een cultuur van rond 5.200 voor Chr. waarvan de naam verbonden wordt met de specifieke versierkenmerken op het aan dit volk toegeschreven vaatwerk: de bandkeramiekers. Ook een enkele plaatsnaam herinnert nog aan de Romeinse nederzetting waar destijds producten als Tegulae dakpannen werden gefabriceerd. De kleisoorten die als basismateriaal fungeren hebben uiteenlopende eigenschappen en dienen daarom op onderscheidende wijzen behandeld te worden. Glazuurtechnieken komen aan bod en worden in relatie gebracht met diverse stookprocedé’s, die op hun beurt vaak experimenten toelaten en tegelijkertijd om een beheersing van het metier vragen. Het wordt ons al snel duidelijk: Uebung macht der Meister en zonder een behoorlijke basiskennis van chemie gaat het niet.

In het gebied van de Nederrijn en Maas zien we net als in andere landen waar soortgelijke omstandigheden zich voordoen - rond eind 18e en begin 19e eeuw - naast de bestaande keramiek-kernen aardewerkfabrieken ontstaan met een specialisatie in grof aardewerk om aan de groeiende vraag van de bouwnijverheid naar dakpannen, bakstenen en gresbuizen te voldoen. Er gaan ook bedrijven zich richten op fijn keramiek (gebruikskeramiek), waarop  versieringen in handwerk (in o.m. opleg- of ringeloortechniek) worden aangebracht. Als in 1836 de eerste Nederlandse grootindustrie, de Sphinx aardewerkfabriek van Petrus Regout, wordt opgericht, raakt daarmee het meer handgedecoreerde aardewerk snel in verval.(Ter vergelijking: Wedgwood, opgericht in 1759 en Villeroy & Boch ook in 1836). In de  plaats Tegelen hebben zich eind 19e eeuw al 20 aardewerkfabrieken gevestigd. De Russel-Tiglia aardewerkfabriek, aldaar, lanceert in de persoon van directeur/verzamelaar Georges Goossens het idee om aan dit bedrijf een atelier te verbinden waarbinnen vakbekwame handwerkslieden hun kunstzinnige aanleg verder kunnen ontwikkelen en de oude decoratietechnieken van afgelopen eeuwen een nieuw leven krijgen ingeblazen. De oprichter van het opleidingsinstituut, dat nu bekend staat onder de naam Design Academy Eindhoven, is René Smeets. Hij is ook de eerste leider van genoemd Russel Tiglia atelier. In 1948 komen de CoBrA leden Constant, Appel en Rooskens naar Tegelen om ervaring op te doen met het decoreren van keramiek en o.m. Prinses Beatrix raakt er in de ban van het werken met klei en de mogelijkheden om er sculpturale objecten mee te maken. Jongere werklozen worden via dit atelier geschoold en groeien soms uit tot  keramisten van naam. Keramische reliëfs, ontworpen door gevestigde kunstenaars worden met behulp van de vakkennis van ambachtslieden uit dit type ateliers gerealiseerd.

Keramiek is de laatste decennia sterk gegroeid in de richting van de autonome kunsten. Een kleurrijke waaier van vele kunstuitingen, die momenteel in keramiek worden uitgevoerd krijgen we voorgeschoteld. Nationaal en internationaal maakt deze kunstuiting een grote bloeiperiode mee. Enkele voorbeelden van autonoom werkende kunstenaars die ook ontwerpen voor de industrie komen eveneens aan bod. De huidige keramiekmusea zijn sterk afhankelijk van de giften en de goeie smaak van de verzamelaars en er zijn in Nederland en Duitsland moderne kunst musea met uitgebreide keramiekcollecties.  Het aansprekend beeldmateriaal inspireert eveneens om weer eens met andere ogen naar keramiek te kijken. Op een zeer geslaagde lezing blikken we terug.

 


 

Van Abbemuseum
This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl
VAM Library blog is proudly powered by WordPress
Entries (RSS)